Code van Shell is een gotspe

Shell scoort met zijn nieuwjaarswens: een gedragscode voor internationaal opererende actiegroepen. In Nederland is de relatie met actiegroepen weliswaar prima, vindt men bij Shell, maar in het internationale veld treedt er steeds meer verruwing op. Eerst was er de onjuiste berichtgeving over Brent Spar en nu worden 'de feiten' verdraaid rond Nigeria en een valse voorstelling van zaken gegeven.

De reactie van Greenpeace en Milieudefensie is voorzichtig. Men is niet principieel tegen, maar wenst zich niet te committeren. Er zijn belangrijker dingen om over te spreken met ondernemingen (sic) en zo'n code zou weinig toevoegen aan hetgeen de milieubeweging in Nederland al jaren praktiseert.

De vraag is natuurlijk wat Shell-directeur ir. J. Slechte nu werkelijk met zijn suggestie wil.

Als de suggestie van Shell niet strategisch bedoeld is, spreekt er een gebrek aan historisch inzicht uit. De milieubeweging is nu wellicht in Nederland de erkende 'luis in de pels' waarmee overleg kan worden gepleegd, maar die positie werd wel veroverd met actievoeren. Eerst met spandoeken, en toen dat niet bleek te helpen door in schoorstenen te klimmen en smeerpijpen in de Nieuwe Waterweg dicht te lassen. Daarmee werden ook in Nederland de fatsoensnormen van de toenmalige samenleving overtreden. Maar dat bleek nodig. Pas daarna is er wetgeving gekomen, achteraf, en een geïnstitutionaliseerde milieubeweging, die volledig is opgenomen in de Nederlandse overlegsamenleving en waarmee zelfs Shell wenst te praten.

In Nigeria worden mensenrechten met voeten getreden en dreigt een burgeroorlog. We hebben het hier niet over een democratische overlegstructuur. Om aandacht voor die zaak te krijgen wordt internationaal actie gevoerd. Shell is door zijn positie in dat land en door zijn handelen ter plaatse een vehikel geworden om aandacht te vragen voor een geweldig probleem.

Nu wordt duidelijk wat actievoeren eigenlijk is: een strategische keuze nadat men jarenlang is genegeerd en weggehoond. Komt die actie dan eindelijk - en zo vanzelfsprekend is dat natuurlijk niet - dan worden er klappen uitgedeeld. Dan zoekt men de zwakste plek van de tegenstander, probeert men te raken waar dat het meeste effect kan hebben. Daarbij worden feiten niet neutraal weergegeven, dat lijkt me helder. Dan aandringen op codificering, regels voor goed gedrag, is een brutaliteit en een grove miskenning van de situatie. Zo'n code opstellen voor de Nederlandse milieubeweging is bovendien zinloos. Dat weet Shell ook. Het concern mocht willen dat de hele wereld zich zo welwillend opstelde als deze heren en dames in Nederland. Die opstelling is een groot goed, want het betekent dat in Nederland de strijd voor de erkenning van het milieuprobleem in ieder geval grotendeels gestreden is.

Maar juist in de erkenning schuilt ook het gevaar. Enerzijds het gevaar van wat in de jaren zestig met de term 'repressieve tolerantie' werd aangeduid. Wie mee mag praten is ongevaarlijk, de angel is eruit, men heeft iets te verliezen en draagt mede-verantwoordelijkheid.

Anderzijds het gevaar van nieuwe radicalisering. Sociale bewegingen als de milieubeweging maken de onvrede in de samenleving manifest, maar op termijn bieden zij ook een uitlaatklep en wordt die onvrede door hen in allerlei organisaties en overlegstructuren gekanaliseerd en dus 'opgelost'. Met wat geluk is de zaak daarna redelijk in de hand te houden, met nu en dan een gelegitimeerde actie (stakingen door de vakbonden, de Brent Spar voor de milieubeweging). Maar als het al te gezapig wordt ontstaan er nieuwe groepen, zoals de 'Shepherds of the Sea', die met hun omgebouwde ijsbrekers op volle zee de harpoenen van het dek van de walvisvaarders rammen. Probeer die maar eens te codificeren.

Internationaal codificeren, ten slotte, werkt niet. Het werkt niet voor transnationale ondernemingen, want de codes zijn te algemeen en makkelijk te omzeilen als de nood aan de man komt. Het werkt evenmin voor actiegroepen, want zij hebben ervaren dat die codes niet werken, totdat hun strijd is gevoerd en gewonnen. Bovendien, als actie geboden is, kan men zich de fatsoensnormen van de bestaande maatschappelijke orde meestal niet permitteren.

Wat wel werkt, is tijdig in gesprek komen. Tijdig erkennen dat mensen die in een land vol onderdrukking hun mond open doen, niet op sensatie uit zijn, maar wezenlijke zaken aan de orde willen hebben. Tijdig doorzien dat mensen die in nood hun wetten breken, daar doorgaans alle reden voor hebben.

Zulke mensen dient men niet te negeren. En als men ze niet negeert, is codificeren van actiegroepen niet nodig, omdat er dan geen acties meer zullen zijn.

    • M.J. van Riemsdijk