Clinton heeft de handen vrij om Republikeinen te stoppen

WASHINGTON, 6 JAN. Dit jaar bepalen de Amerikanen de toekomst van hun land tot het eind van de eeuw, zeggen politici die nu alvast extra gewicht willen geven aan de presidentsverkiezingen van 5 november.

En daar wordt dan meestal aan toegevoegd: dus, kiezer, weet wat u doet.

Die waarschuwing zal een rode draad worden in de campagne van president Clinton om herkozen te worden: Clinton in het Witte Huis is de beste garantie om de hervormingsdrift van de Republikeinen, die nu de meerderheid hebben in het Congres, niet ongehinderd hun gang te laten gaan.

Over de kwaliteiten van Bill Clinton als president mag verschillend worden gedacht, als campagnevoerder heeft hij een formidabele reputatie.

Nadat de kiezers hem in 1980 als gouverneur van Arkansas naar huis hadden gestuurd, wist hij die post twee jaar later te heroveren. En nadat hij in januari 1992 door verhalen over een buitenechtelijke affaire bijna was uitgeschakeld in de strijd om de Democratische nominatie voor het presidentschap, eindigde hij een maand later toch nog op een indrukwekkende tweede plaats in de belangrijke voorverkiezingen van New Hampshire.

Deze keer verkeert Clinton in een betrekkelijk comfortabele uitgangspositie. De fondsenwerving is zeer voorspoedig verlopen, zijn campagne heeft bijna dertig miljoen dollar in kas - meer dan enige zittende president in zo'n vroeg stadium ooit is gelukt.

En in zijn eigen partij heeft zich geen uitdager opgeworpen tegen wie hij zich in voorverkiezingen te weer moet stellen. Vier jaar geleden moest de toenmalige president Bush veel tijd en geld besteden om zich te verweren tegen zijn rivaal Pat Buchanan.

Terwijl de komende maanden negen Republikeinse kandidaten, met als koploper senator Robert Dole, de nominatie voor hun partij zullen betwisten, heeft Clinton zijn handen vrij.

“De beste kans om herkozen te worden, maakt Clinton door president te zijn”, zegt zijn plaatsvervangend campagne-manager Ann Lewis in een gesprek met een aantal Europese journalisten, eerder deze week.

“Dit wordt voor Bill Clinton een hele andere campagne dan in 1992. Hij is nu drie jaar president geweest, hij is een leider die veranderingen in gang heeft gezet op een verantwoordelijke manier.

Vier jaar geleden was Clintons thema: verandering. Nu kan hij wijzen op zijn staat van dienst in de afgelopen periode. Net als de Republikeinen is Clinton nog steeds voor verandering, de kwestie is alleen: gaan we vooruit of achteruit.''

De meeste 'jonge honden' van het campagneteam van 1992 zijn vervangen door ervaren campagnetijgers en adviseurs van buiten.

De voornaamste van hen, Dick Morris, hielp Clinton in 1982 bij zijn come back in Arkansas, en adviseerde sindsdien vooral Republikeinen - soms in campagnes waarin fel op Clinton werd afgegeven.

De president werd in 1992 gekozen met slechts 43 procent van de stemmen (behalve Bush deed ook de onafhankelijke kandidaat Ross Perot mee, die 19 procent behaalde).

Deze keer zal hij een groter deel van de kiezers voor zich moeten winnen, en dat hoopt hij te doen door de middenklasse aan te spreken. Zo heeft hij zich aangesloten bij het Republikeinse streven naar totale terugdringing van het begrotingstekort, zij het wel op voorwaarde dat hij kan vasthouden aan een aantal Democratische prioriteiten op het gebied van de sociale zekerheid.

Slechts één keer per week vergaderen Clinton en vice-president Gore met hun campagne-team. Vaker is voorlopig niet nodig, omdat de campagne voor zijn herverkiezing direct in het verlengde ligt van het dagelijkse regeren, er volgens veel commentatoren zelfs al sinds het begin van Clintons presidentschap volledig mee samenvalt.

“De campagne is een aanhangsel van het presidentschap, en heeft geen zelfstandige organisatie”, erkent Lewis. “Wat dat betreft is ons model de herverkiezingscampagne van Ronald Reagan in 1984.”

Lewis bereidt zich voor op een ongewoon lange verkiezingsstrijd tussen Clinton en zijn Republikeinse uitdager. “Het seizoen van de voorverkiezingen begint op 12 februari in Iowa, en als op 26 maart de belangrijke voorverkiezingen in Californië voorbij zijn, weten we wie de Republikeinse kandidaat is. Dat is veel eerder dan anders. Op 27 maart begint dus de grote tweestrijd”.

Het is echter nog altijd mogelijk dat het geen tweestrijd wordt, maar dat er nog een derde, onafhankelijke kandidaat opstaat. Ross Perot is bezig met het opzetten van een partij-apparaat, en heeft niet uitgesloten dat hij zelf kandidaat zal zijn.

Het afgelopen najaar bleek dat voor een onafhankelijke kandidatuur van generaal Colin Powell veel animo bestond. De generaal heeft zich teruggetrokken, maar de grote steun voor hem duidt niet op veel diepgevoeld enthousiasme voor de overige kandidaten.

Lewis verwacht een “gemene, smerige en persoonlijke” campagne. “Maar als zij leugens over ons vertellen, zullen wij de waarheid over hen vertellen.”

Dat dreigement wil ze niet nader toelichten, en ze ontkent dat Clintons campagneteam speurwerk verricht naar vuile was van mogelijke tegenstanders. “Onze tactiek zal zijn om bij iedere beschuldiging snel te reageren, zodat onze reactie nog in dezelfde nieuwscyclus zit, in dezelfde televisie-uitzendingen en krantenartikelen.”

Clintons campagne kan nog op grote obstakels stuiten. De in eigen land omstreden deelname aan de vredesmacht in Bosnië, kan zich tegen hem keren als er Amerikaanse slachtoffers vallen of als de NAVO-missie faalt.

De werkloosheid en inflatie zijn de afgelopen jaren weliswaar laag gebleven, maar de economie blijft een onzekere factor. Het is veel Amerikanen niet ontgaan dat steeds meer banen die vroeger zekerheid verschaften, nu op de tocht komen te staan.

En dan is er nog de Whitewater-affaire, en de krampachtige manier waarop de Witte Huis daarop sinds 1993 gereageerd heeft, die onderwerp van kritisch onderzoek blijven.

Vooral de vrouw van de president komt daarbij steeds in een ongunstiger daglicht te staan.

Maar Hillary Rodham Clinton heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de campagnes van haar man, voor of achter de schermen, en dat zal deze keer niet anders zijn.

Dit weekeinde verschijnt haar boek It takes a village, and other lessons children teach us, over kinderen en opvoeding. Daarmee kan ze weer eens op een gunstige manier in het nieuws komen, en bovendien als echtgenote en moeder, zoals veel Amerikanen de first lady toch het liefste zien.