Capucijner

ROGIER 't HOEN: De Bosdruïde. Het relaas van een conflict

130 blz., Dutch Publishers 1995, ƒ 24,95

Een pastoor in het Limburgse Nederweert die zijn collega Rogier 't Hoen, een capucijner pater, tijdens een predikatie achter een kerkorgel afluistert en van het gesprokene kond doet aan zijn superieuren. De afgeluisterde zelf die tenslotte “de pijnlijke conclusie trekt dat mijn persoonlijke aanpak indruist tegen de geldende opvattingen met betrekking tot het uitvoeren van het priesterschap zoals het bisdom Roermond dat voorstaat”. En die derhalve afhaakt.

Het zijn de bestanddelen van een welhaast klassiek drama in de rooms-katholieke kerk. Wel vaker komt het voor dat de 'preciezen' klikken over wat de 'rekkelijken' zoal doen wat niet door de beugel der orthodoxie kan. De affaire-'t Hoen vond begin vorig haar hoogtepunt en trok veel belangstelling vooral in de Limburgse media. 't Hoen zelf, die kennelijk grenzeloos populair was, kreeg 14.000 adhesiebetuigingen van hem beminnende gelovigen toen kerkelijke bestuurders hem het leven zuur maakten.

De pater, behorende tot een orde waarin armoede nog werkelijk wordt gepraktizeerd en die daardoor dicht bij het eenvoudige volk staat, heeft zijn zaak beschreven in het boek De Bosdruïde. Met die keltische geestelijke wordt hij vergeleken. Hij is 'de tovenaar' die, zo vinden de kerkelijke gezagsdragers, maar beter een achterzaaltje kan huren dan dat hij zijn potsen vertoont in een gewijd godshuis.

De kiem voor het conflict is jaren eerder gelegd en wel als 't Hoen in een kerk in Weert als gastpredikant een preek houdt. Daarin vergelijkt hij de “goed geschoolde en zich aan de wetten houdende” katholieken met farizeeën. De kapelaan van de kerk spreekt hem erop aan. Hij wordt op het matje geroepen in het bisschoppelijk paleis in Roermond, maar hij weigert te komen. Einde eerste bedrijf. Totdat de pater, die tussentijds legeraalmoezenier was, jaren later opnieuw de kapelaan, die nu pastoor is, op zijn pad ontmoet. Hij heeft zich inmiddels door zijn missen op camping De IJzeren Man in Weert zeer geliefd gemaakt bij grote drommen toeristen. Het conflict ontstaat evenwel pas echt door de blijkbaar onorthodoxe wijze waarop hij huwelijken inzegent. Een aantal daarvan wordt door 'Roermond' ongeldig verklaard, zij het dat men ze achteraf stilletjes alsnog 'saneert'.

Jammer genoeg voor de kerkelijke autoriteiten komt de ongeldigverklaring van een van de huwelijken in de publiciteit doordat de pastoor erover rapporteert, omdat volgens hem 't Hoen zich tijdens de mis ondiplomatiek heeft uitgelaten en uitdrukkingen bezigde als “in elkaar flikkeren”. Er vormt zich een actiegroep. Er komt een briefwisseling op gang met bisschop F. Wiertz en met diens vicaris H. van der Meer. De laatste schrijft het echtpaar, dat zich bij hem heeft beklaagd: “liturgie van de kerk is het (bij de huwelijksvoltrekking, MP) niet geweest. Het was liturgie van 't Hoen”.

Van der Meer refereert in de brief aan fragmenten uit 't Hoens preken. In een ervan heeft deze gezegd: “In opstandig zit ook het woord 'opstand'. Opstand tegen wat er gebeurt in onze kerk, die nu in handen valt van potentaten, fundamentalisten en uiterst rechtse stromingen.”

In De Bosdruïde geeft 't Hoen pastorale visies ten beste, waarvan er helaas 13 in een dozijn gaan. “De kerk moet weer dichter bij het evangelie gaan staan.” De eenvoudige pater, bejubeld door het gemene kerkvolk, verguisd door het kerkelijk gezag. Een Schillebeeckx of Hans Küng van Midden-Limburg? Misschien, maar dan een van zakformaat, met een godsbeeld van de gestampte pot. Zijn lijden zal er niet minder om zijn geweest.

Het boek is vlot te lezen. Doordat de briefwisselingen en krantenpublikaties erin zijn opgenomen, heeft het een zekere documentaire waarde. Maar het verhaal zelf is té onbekookt opgeschreven. De pater, zo lijkt het, had er beter aan gedaan eerst de tegen hem gerichte acties te verwerken. Vermoedelijk was het de relativering, ook van zichzelf, ten goede gekomen.

    • Max Paumen