opinie

    • Youp van ’t Hek

Blauwe trui

Natuurlijk was het een leuk feestje, want ik gaf het zelf. Een man of heel veel zwalkte door ons huis en danste de eerste uren van 1996 aan flarden. De ramen bolden, de vloer zakte net niet door de balken en in de Champagne moest men bijna voortijdig gaan oogsten om het allemaal bij te kunnen benen. Feestje.

Nieuwe liefdes gloeiden op, mijn oom Wim van bijna tachtig stond haarscherp te housen met een prachtige dame van twintig lentes en mijn tante vroeg haar veertig jaar jongere danspartner of het wat heftiger kon. Marco Borsato, Guus Meeuwis, Kinderen voor Kinderen, André Hazes en nog lekkerder successen klaterden door de beijzelde nieuwjaarsnacht.

Op zo'n partijtje lopen ook altijd een paar types waarvan niemand weet bij wie ze nou precies horen en hoe ze überhaupt binnengekomen zijn. Bij ons was het de blauwe trui, jochie van een jaar of vierentwintig, zelfverzekerder dan wie ook. Bewoog zich als de zoon des huizes, hinkelde alle gasten af, sprak iedereen aan als een schoolvriend en kwam bij mij klagen dat er iets te weinig lage tonen uit de installatie basten. Of ik daar iets aan wilde doen? Hij was musicus en wist er alles van. Ik verstond hem amper en zei dat hij niet moest zeuren. En zeker niet om half twee 's nachts. Hij ging nog een tijdje door met zaniken, kwam om het half uur over hetzelfde eikelen. Hinderlijk type. Ik had hem eigenlijk de hele nacht al in de gaten. Veel meisjes schudden 'nee', maar wat hij hen precies gevraagd had wist ik niet. Ik zag hoe een verontwaardigd nichtje hem hard in zijn gezicht sloeg en hij geduldig een volgend slachtoffer zocht. De dochter van een vriend vluchtte weg, een wat stoerder vriendinnetje gaf hem een vermanende vinger en een stevige vriend zette hem op een gegeven moment drie meter verder. Om zeven uur lag hij helemaal alleen in de hoek van de bank en was overduidelijk met zichzelf in discussie. Ze waren het niet met elkaar eens. Volgens mij had hij gedronken, gerookt, geslikt, gesnoven en nog het een en ander per zetpil tot zich genomen. Hij was zo stoned als een chemokar.

Vlak voor we de gasten eruit bonjourden vertelde mijn vrouw wat de blauwe trui tegen haar gezegd had en dat was op zijn zachtst gezegd niet aangenaam. Het was kwart over acht, mooi geweest en in polonaise verlieten de gasten ons pandje, dweilden de gracht op en zetten het feestje in diverse trams en auto's voort. Hij deed nog één stevige poging om mij te kwetsen en verdween de stad in. Uit zijn jaszak bungelde een volle fles champagne. Mooi gezicht.

Op nieuwjaarsdag kwam de harde kern van onze vrienden nog even opruimen en napraten. Al gauw kwam het gesprek op de blauwe trui. Aan de een had hij de meest oneerbare voorstellen gedaan, mijn nichtje had hij in haar borsten geknepen, hij was de enige die tegen de meisjes van de catering had geroepen dat ze bier voor hem moesten tappen en had geblaft of de gastheer wist dat ze van de pâté zaten te vreten, een ander had hij rechtstreeks gevraagd of ze het met hem wilde doen, tegen iedereen had hij geklaagd over de muziek, de vrouwen, de kwaliteit van de champagne (niet brut genoeg!), het eten, het bier en het tekort aan lage tonen. Maar nog steeds wist niemand wie hij was.

Afgelopen week belden velen om te bedanken, maar vroegen toch ook nog even naar de blauwe trui? De een was door hem opgejaagd tot op de zolder, van een ander had hij honderd gulden geleend die hij via mij zou teruggeven en weer een ander had gezien dat hij zeven cd's bij zich stak onder de woorden: 'Die hebben ze van mij geleend!' Er is niemand die niet naar hem gevraagd heeft. Hij heeft werkelijk iedereen tegen zich in het harnas gejaagd en dat is toch knap.

Ondertussen weet ik nog steeds niet wie het is, maar ik ben al wel een heel klein beetje van hem gaan houden en sterker nog: ik ben zachtjes jaloers. Prachtige brutaliteit. Klaplopen, uitvreten en nog klagen ook! En ik hoop dat hij maar één ding tegen zijn vrienden heeft gezegd: 'Wat een klotefeest.'

    • Youp van ’t Hek