Belastingtelefoon (2)

Als stijger in de top tien bij de belastingtelefoon kunnen de vragen over de verhuurde woning worden getipt.

Nu staat de vraag over de belastingheffing over kamerverhuur nog op de zesde plaats. (Hier geldt een vrijstelling van in 1995 5.900 gulden.) De Belastingdienst heeft vorig jaar in enkele proefgebieden nauwgezet gecontroleerd of de inkomsten uit de verhuur van kamers, vakantiehuisjes en hele woningen wel juist in de aangiften inkomstenbelasting waren opgegeven. De uitkomsten bleken ronduit onthutsend. In maar liefst de helft van de aangiften zat er iets mis. Bij de onderzoeken werd een schat aan ervaring opgedaan over de manier waarop zowel vergissingen als regelrechte fraudes achterhaald kunnen worden. Gewapend met die kennis gaan de belastinginspecteurs volgend jaar alle aangiftebiljetten waarin 'inkomsten van overige onroerende zaken' worden opgegeven, nauwgezet controleren. De betrokkenen kunnen rekenen op een indringende vragenbrief van hun inspecteur die ook de originelen van nota's en andere bewijsstukken zal opvragen. Het gaat namelijk niet alleen om het controleren van de huuropbrengsten (aan de hand van contracten en bankbijschrijvingen) maar ook om de juistheid van de aftrekposten. De verhuurder van een woning mag namelijk de onderhoudskosten aftrekken. Daarbij valt te denken aan schilderwerk. Maar uitgaven voor verbetering van het verhuurde pand, zoals de bouw van een dakkapel mogen niet worden afgetrokken. De proefonderzoeken van de fiscus hebben aangetoond dat veel woningeigenaren te veel naar zich toe rekenen bij het leggen van die grens tussen wel en niet aftrekbare werkzaamheden. Anderen laten de (niet aftrekbare) schilderbeurt voor hun eigen woonhuis onderduiken in de wel aftrekbare opknapbeurt voor een door hen verhuurd huis. Onderzoek in de administratie van de schilder kan zoiets aan het licht brengen.

De woordvoerster van de Belastingdienst laat weten dat het de fiscus in eerste instantie gaat om een juiste aangifte over 1995 en volgende jaren. Zodra daarin twijfelachtige elementen bij de opgave van het verhuurde onroerend goed worden ontdekt, zal de fiscale aandacht zich ook naar het verleden uitstrekken. Voor berouwvolle fraudeurs geldt normaal gesproken een weinig bekende amnestieregeling waarbij zelfs in de ernstigste gevallen de boete beperkt blijft tot tien procent van het ontdoken bedrag; in de meeste gevallen wordt volstaan met een boete van vijf procent. Vaak ook volgt er helemaal geen straf. Dat alles op voorwaarde dat men zich bij de inspecteur aangeeft voordat de fiscus de ontduiking op het spoor is. Hoe het zit met een huiseigenaar die in het zicht van de actie nog snel zijn wandaden opbiecht? In praktijk wordt daar verschillend over gedacht, maar staatssecretaris Vermeend (financiën) heeft aan de onduidelijkheid een eind gemaakt door te bepalen dat de onroerend-goedeigenaren die op korte termijn hun fraude of vergissing bij de inspecteur melden, gebruik kunnen maken van de regeling voor berouwvolle fraudeurs. Degenen die wachten tot de fiscus hen benadert, krijgen evenwel met het normale regime te maken. Daarbij kan de boete oplopen tot 100 procent van het ontdoken bedrag.