Alcohol minder in trek bij jongeren

DEN HAAG, 6 JAN. Het aantal jongeren dat zegt geen alcohol te drinken is de laatste tien jaar fors gestegen. Dit blijkt uit een onderzoek van het NIPO waarvoor in mei 1995 918 jongeren tussen de 15 en 24 jaar zijn ondervraagd. Het onderzoek werd verricht in opdracht van het Alcohol Voorlichtings Plan van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Van de ondervraagde jongeren zei 31 procent het jaar ervoor geen alcohol te hebben gedronken. In eenzelfde onderzoek uit 1986 was dat percentage 17 procent. In het nieuwe onderzoek zegt van de jongeren tussen 15 en 17 jaar zelfs 40 procent geen alcohol te drinken. Bijna de helft van de niet-drinkers ziet af van alcohol omdat zij het niet lekker vinden. Twintig procent vindt het slecht voor de gezondheid, de rest zegt er niet goed tegen te kunnen.

De jongeren die wel alcohol drinken consumeren gemiddeld iets meer dan tien jaar geleden, 8,5 glas per week tegenover 8,1 glas in 1986. Vijf procent van de ondervraagden zei gemiddeld meer dan 25 glazen per week te drinken. Dat zijn vooral jongens in de leeftijdsgroep van 21 tot 24 jaar. Het percentage jongens dat zegt geen alcohol te drinken is ongeveer even hoog als het percentage meisjes.

De meeste jongeren zeiden het 'normaal' te vinden enkele glazen alcohol te drinken. De consumptie van bier wordt gewoner gevonden dan die van jenever. Gemiddeld vonden de geënquêteerden het drinken van 5,4 glas bier in het weekend en 1,6 glas doordeweeks normaal. Voor jenever lag de gemiddelde norm op 2,5 glas in het weekend en 0,9 glas doordeweeks.

Maatregelen om het gebruik van alcohol terug te dringen zoals beperking van de verkoop of prijsverhogingen krijgen minder steun dan in 1986. In 1995 zei 29 procent voorstander van prijsverhoging te zijn, in 1986 was dat nog 18 procent. Beperking van de verkoop in supermarkten kreeg in 1995 goedkeuring van 35 procent van de ondervraagden, in 1986 van 46 procent. Ook voorlichting over de gevolgen van alcoholgebruik kreeg minder steun: 83 procent in 1995 tegen 95 procent in 1986.