400 jaar Stadsbibliotheek; Op heilige grond in Haarlem

De bewaarplaats van de sleutel is geheim. “Pas op voor de drempel”, waarschuwt de directeur van de Stadsbibliotheek in Haarlem, mevrouw A. Skolnik, nadat de conservator de zware stalen toegangsdeur tot het magazijn heeft geopend.

Gewijde grond. Een imposante hoeveelheid oude drukken staat in het magazijn uitgestald. Conservator H. Duijzer pakt een bijbel waarin in het Grieks, het Latijn en het Hebreeuws de tekst gedrukt staat. Gedrukt door Plantijn in Antwerpen, in de zestiende eeuw. Hij bladert voorzichtig door het enorme boek en slaat het even later dicht. “Tot twintig jaar geleden wist niemand van wie dit was”, zegt hij en wijst op het wapen dat op het omslag staat afgebeeld. “Van Willem van Oranje! Dit was zijn wapen. Dus deze bijbel moet uit zijn bezit afkomstig geweest zijn.”

Hij loopt naar achteren en pakt een kleine doos. Daarin bevinden zich de originele illustraties van Jan Sluijters voor het boek Jongensdagen van Theo Thijssen. Bij één tekening van vechtende jongens staat in het handschrift van de uitgever: “Goed - behalve is die caricatuurkop niet wat te verbeteren.” Het magazijn herbergt ook een grote collectie 18de-eeuwse liedboeken, 19de-eeuwse kinderboeken en -prenten en de jaargangen van de 'Oprechte Haerlemse Courant' vanaf 1720.

Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat de Stadsbibliotheek in Haarlem werd opgericht. Een eigen 'librije' was in die dagen iets bijzonders, ook voor Haarlem dat reeds in 1577 door confiscatie kloosterboeken ten deel viel. Het toenmalige stedelijk bestuur dacht er dan ook over de collectie aan de universiteit van Leiden over te dragen. Tot op de dag van vandaag weet niemand wat precies met deze boeken is gebeurd. Een paar jaar later kreeg Haarlem echter het bezit van de kloosterbibliotheek van de Orde van Sint Jan “ter vergoeding van de schaden en verschotten door de stad gedurende het beleg van 1572-73 geleden en gedaan”. Deze schenking was voor de vroedschap reden om op 22 mei 1596 de stichting van de Stadsbibliotheek bekend te maken.

De collectie bestond aanvankelijk voornamelijk uit theologische werken, boeken op het gebied van het kerkelijk recht en werken van klassieke schrijvers zoals Vergilius. De eerste catalogus van de Stadsbibliotheek stamt uit 1672, 35 pagina's dik waarvan 21 pagina's gevuld met titels van theologische werken. “Het was in die tijd niet de gewoonte met enige regelmaat een catalogus uit te brengen. Soms gebeurde dat maar één keer per eeuw”, zegt Duijzer. Ook de functie van bibliothecaris bestond destijds in Haarlem niet - bij de Stadsbibliotheek werd hij pas in de negentiende eeuw aangesteld, daarvoor berustte het beheer bij het bestuur van de toenmalige Latijnse school.

Langzaam breidde het boekenbezit van de Stadsbibliotheek zich uit, in 1841 kwamen er ruim 2.800 titels bij door een schenking van de Haarlemmer A. van der Willigen. Veel werken van Nederlandse dichters en toneeldichters alsmede liedboekjes uit de zestiende eeuw. Op de catalogus van 1848 volgden dan ook al snel twee supplementen; behalve theologie en filosofie herbergt de Stadsbibliotheek veel werken op het gebied van humanisme, medicijnen en rechtsgeleerdheid.

Geloofsstrijd

Ook de gemeente stelde de Stadsbibliotheek sinds het begin van de negentiende eeuw financieel in staat de collectie uit te breiden. De aanleiding was een prijsvraag die was uitgeschreven door de Hollandsche Maatschappij: wanneer en door wie was de boekdrukkunst uitgevonden. Door Laurens Jansz. Coster, schreef een Amsterdammer, en voegde er in zijn mooiste Nederlands het bewijs bij. Door Gutenberg, schreef een ander. De winnaar was de eerste en volgens Duijzer ontbrandde snel daarop een strijd tussen de 'Costerianen' en de 'Gutenbergianen'. Deze 'geloofsstrijd' werd niet met het zwaard bevochten maar leidde tot een verhevigde vraag naar boeken, een vraag waar de Stadsbibliotheek dank zij steun van de gemeente in kon voorzien.

Vierhonderd jaar later omvat de collectie 600.000 werken inclusief videobanden en CD's. Ook de 'besmette werken' van schrijvers als Freud, Heine en Döblin, die op last van de Duitse bezetter moesten worden verwijderd van de planken, werden snel na de oorlog weer teruggezet. Toen nog in het gebouw aan het Princenhof waar de Stadsbibliotheek 380 jaar was ondergebracht. Ruimtegebrek (“We moesten zelfs boeken opslaan in de kelder van de Vleeshal aan de Grote Markt,” zegt Duijzer) noopte in 1974 tot de verhuizing naar het Doelenplein waar een 16de-eeuws poortje toegang geeft tot het uitgebreide complex.

Het aantal bezoekers bedraagt nu jaarlijks 400.000. Jong en oud, studenten en scholieren komen er aan hun trekken. Studenten kunnen op de oude zolder onder zware houten balken studeren. Maar ook in de modern uitgevoerde leeszaal heerst een oase van rust. Voor allochtone kinderen tot zes jaar is er een lees- en luisterhoekje: daar lezen ze bijvoorbeeld een kinderboek in de Turkse taal en luisteren naar de Nederlandse vertaling. “We willen het aanbod buitenlandse kinderboeken graag vergroten”, zegt directeur Skolnik.

Conservator Duijzer mag jaarlijks 40.000 gulden besteden aan 'oude werken', op een totaal budget van 750.000 gulden voor de aankoop van boeken, kranten, tijdschriften, CD's en video's. “Ik kan geen bokkesprongen maken”, verzucht hij. “De prijzen op veilingen zijn soms schrikbarend hoog.” Zo moest hij afzien van de aanschaf van werk van J. Bellaert, de eerste Haarlemse drukker van boeken voor 1501, de zogeheten incunabelen. “Maar gelukkig kon ik die originele illustraties van Jan Sluijters wel betalen.” En gelukkig wist de bibliotheek in vroeger tijden al in het bezit te komen van 192 incunabelen. “Hier heb ik ook iets moois”, zegt hij en laat een boekje zien met beweegbare onderdelen. Het is geschreven door de Engelse mathematicus en sterrenkundige J. de Sacrobosco en bevat een verhandeling over astronomie. De eerste druk dateert van 1472. Duijzer heeft een latere druk, uit 1547, te pakken kunnen krijgen. Deze boeken laten in de illustraties een beweging of een verandering zien. Daarna toont hij een boek dat eruit ziet als een kijkdoos. “Ik ben er nog niet achter wie de uitgever is, er is ook geen enkele tekst bij. Het is wel uit het midden van de negentiende eeuw”, zegt hij.

Onder anderen liefhebbers van het oude boek komen in dit herdenkingsjaar goed aan hun trekken met een symposium en een beschrijvende catalogus van 16de-eeuwse drukken. Op dit moment is voor 35 gulden al een schitterend uitgevoerde kalender te koop: Haarlems Boeket, een bloemlezing uit de collecties van de Stadsbibliotheek. De kalender is alleen in Haarlem verkrijgbaar.

    • Anneke Visser