Weer Villeneuve in Formule I-circus

AMSTERDAM, 5 JAN. Zonen van beroemde vaders hebben het doorgaans moeilijk in de Formule I, de eredivisie van de autorensport. Michael Andretti, zoon van ex-wereldkampioen Mario, draaide de Formule I na een mislukt avontuur bij McLaren al snel de rug toe om weer te schitteren in de Indycars, de Amerikaanse tegenhanger van de Formule I. Damon Hill, zoon van de legendarische Graham, heeft bij het team van Williams Renault nu al twee seizoenen tevergeefs achter Michael Schumacher aangejaagd.

Maar Jacques Villeneuve, zoon van de in 1982 in een Ferrari op Zolder verongelukte Gilles Villeneuve, zegt uit die zaken lering te hebben getrokken. Op 10 maart begint Jacques in Melbourne bij Williams Renault aan zijn eerste volledige Formule I-seizoen. In de Amerikaanse Indycars verdiende hij drie miljoen dollar prijzengeld, won hij afgelopen jaar de beroemdste Amerikaanse autorace op Indianapolis en werd hij Indycar-kampioen 1995.

“Het aanbod van Williams was een uitgelezen kans om de Formule I in te stappen”, beaamt Villeneuve, gisteren in Amsterdam te gast bij sponsor Rothmans. “In theorie beschik ik dit jaar over de beste wagen bij één van de beste teams. Dat Andretti het na zijn overstap van de Indycars naar de Formule I niet gered heeft zegt me weinig. Hij stapte onvoorbereid over. Ging na iedere race in Europa terug naar de Verenigde Staten, terwijl de Formule I voornamelijk toch een Europees gebeuren is. Die herhaalde jetlag is natuurlijk niet best voor je conditie en voorbereiding op een race.”

Zelf is Villeneuve kosmopoliet. Hij woont in Monte Carlo en spreekt door zijn Canadees-Europese achtergrond vloeiend Frans, Italiaans en Engels. Belangrijk voor de sponsors die hun riant gehonoreerde rijders op heel wat sponsorbijeenkomsten laten opdraven. Villeneuve is opgegroeid met snelheid. Zijn ouders sleepten hem als kind al mee naar de circuits.

Het afgelopen jaar heeft Villeneuve veel testwerk verricht voor Williams. Daarbij viel de mecaniciens en race-ingenieurs al op dat de studentikoos ogende Villeneuve, die zijn brilletje tijdens de race verwisselt voor contactlenzen, van een vriendelijk mens verandert in een soort roofdier wanneer hij achter het stuur van een racebolide plaatsneemt. Bij Williams vergeleek men hem zelfs met de verongelukte racegod Ayrton Senna. Eveneens een man van weinig woorden, na de race of het testen vaak een raadsel voor zijn omgeving, altijd in gedachten verzonken.

“Ik luister wel naar anderen”, zegt Villeneuve, “maar als ik iets heb geleerd in het autoracen, is het wel dat je uiteindelijk toch op jezelf bent aangewezen. De verhouding buiten de baan met Damon Hill is uitstekend. Maar hoe het straks tijdens de races gaat weet ik ook niet. Ik heb veel met ex-coureurs uit de Formule I gesproken die nu Indycar rijden. Vooral met Stefan Johansson. Maar je moet het uiteindelijk toch zelf doen. Je krijgt niet veel advies van je mede-rijders. Bovendien luister ik er nauwelijks naar. Je leert fundamenteel alleen maar van je eigen fouten, niet van de fouten van een ander.”

Villeneuve denkt klaar te zijn voor de grote stap. “Snel is iedereen wel in deze sport. Maar wat werkelijk bepaalt of je een goed rijder bent of niet, is de laatste seconde die het verschil bepaalt tussen pole-position of een plaats ergens in het midden. Ik heb de mogelijkheden tot mijn beschikking. Een geweldig team, de beste wagen. De rest ligt grotendeels aan mezelf.”