'Verwijtbaar gedrag' in de bijstand niet snel gestraft

DEN HAAG, 5 JAN. Gemeentelijke sociale diensten houden zich nog nauwelijks aan de drie jaar geleden ingevoerde verplichting om werklozen met een RWW-uitkering snel te straffen voor 'verwijtbaar gedrag'. Het gaat daarbij om overtredingen als het niet zich inschrijven bij een arbeidsbureau, het niet proberen werk te vinden, een negatieve opstelling bij het zoeken naar werk, het niet verschijnen op afspraken en (de zwaarste categorie) het weigeren van passend werk en het door eigen toedoen verliezen van vast werk.

Dit blijkt een onlangs gepubliceerd onderzoek door het onderzoeksbureau de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) naar de toepassing van de in oktober 1992 ingevoerde uniforme sanctieregeling voor RWW'ers. Het doel van deze regeling is een gedragsverandering van de cliënt, “met als gevolg het uitstromen uit de uitkering”. De onderzoekers hebben uit de statistische gegevens uit 17 gemeenten niet kunnen vaststellen of de sancties daadwerkelijk een gedragsveranderend effect hebben. Volgens de geïnterviewde bijstandsambtenaren zijn er wel degelijk cliënten waarbij een sanctie 'werkt', maar volgens de geïnterviewde clieënten die een sanctie kregen, veranderen zij hun gedrag niet. In veel gevallen vinden ze dat hun 'verwijtbare gedrag' niet hun schuld was. Ze vinden wel dat overtredingen moeten worden bestraft.

De belangrijkste oorzaak voor het tekortschietend 'lik op stuk-beleid' is dat cliënten slecht worden voorgelicht over hun rechten en plichten waardoor de bijstandsambtenaar bij overtredingen vaak eerst een aantal waarschuwingen laat uitgaan en afziet van sancties omdat de cliënt de regels niet goed genoeg zou kennen. “Het geven van een waarschuwing, mondeling of schriftelijk gaat echter recht tegen de lik op stuk-gedachte in”, schrijven de onderzoekers.

Ook de procedure om de overtreding van de regels vast te stellen duurt veel te lang, vooral door de veel te geringe samenwerking tussen gemeenten en arbeidsbureaus. Door dat slechte contact beschikken ook maar weinig bijstandambtenaren over adequate informatie over de lokale arbeidsmarkt.

Zelf hebben de gemeenten nauwelijks problemen met de regeling. Ruim tachtig procent van de bijstandsambtenaren vindt haar 'goed uitvoerbaar'. Als belangrijkste probleem beschouwen ze de werkdruk, niet de door de onderzoekers geconstateerde procedureproblemen. “De vraag is of deze 'tevreden' houding terecht is”, schrijven de onderzoekers.

UIt het onderzoek blijkt verder dat in tegenstelling tot wat de bijstandsambtenaren daar over zeggen, persoonskenmerken een rol spelen bij de toepassing van sancties. Mannelijke RWW'ers met 'verwijtbaar gedrag' worden vaker dan hun vrouwelijke lotgenoten door de sociale dienst gekort op hun uitkering. Jongeren krijgen ook vaker sancties opgelegd dan ouderen. Ook RWW'ers met gezinnen krijgen minder vaak een sanctie opgelegd. In de dossiers zijn geen bijzondere persoonlijke omstandigheden te vinden die deze verschillen zouden kunnen rechtvaardigen.