Van het water

Hij torent hoog boven mij uit, de brug

en grijpt met harde vingers in het gras.

Voertuigen schuiven heen en terug, een kind

brengt bloemen, de fanfare juicht.

Ik wacht. Men zal zich naar mij buigen

krom van waan en klacht en in de golfslag

troost van honderd moeders horen. Ik ga

gewillig rond de nieuwe pijlers staan.

Ik zal nog tegen stenen slaan als deze brug

is overwoekerd en vergaan. O wolkenlucht

spiegel u in mijn huid. Ik heb mij laten

leiden en omspannen en verslaan.

    • Anna Enquist