Van der Wey zoekt maar vindt niets in Petersburg

Kunstmest in Sint Petersburg, Ned.3, 23.19u. Het kan niemand zijn ontgaan: 1996 is het jaar waarin wordt herdacht dat Peter de Grote driehonderd jaar geleden Nederland bezocht. Zijn residentiestad aan de Neva - Sint Petersburg - liet hij bij thuiskomst modelleren naar Amsterdams voorbeeld, compleet met grachten. Hij kocht in Nederland kunst- en wetenschappelijke verzamelingen op en verscheepte ze naar Rusland, liet waterbouwkundige ingenieurs en scheepsbouwers overkomen, importeerde lindebomen uit Haarlem en bouwde een lustpaleis met geometrische tuinen, fonteinen en vijvers zoals hij op een tochtje langs de Vecht had gezien.

In het kielzog van het publicitaire geweld dat al aan de viering van het Peter de Grote-jaar vooraf is gegaan, is nu Mieke van der Wey met haar kunstprogramma, Kunstmest, naar Sint Petersburg getogen. Kunstmest ís Mieke van der Wey - de ravissante presentatrice die altijd meer in zichzelf geïnteresseerd lijkt dan in iets of iemand anders. Ze reist met cameraploeg de Nederlandse en buitenlandse kunstwereld af op een manier die á l'improviste aandoet. Dit kan z'n charme hebben, zoals ik me kan herinneren van originele reportages die ze maakte over jonge Nederlandse mode-ontwerpers en vormgevers in Parijs en Milaan. Maar voor haar reis naar Sint Petersburg lijkt ze dit keer gewoon onvoorbereid op pad te zijn gegaan. Waarom ook niet?

Dus bezoekt ze wat mensen: een Nederlandse landschapsarchitect die tuinreizen of zo naar Petersburg organiseert (meer feitelijks komt je over mans werkzaamheden niet te weten) en die wat uitlegt over de verloederde staat van Peters voormalige domeinen en over het uitzicht op Sint Petersburg. Ook Renée Kistemaker - directrice van het Amsterdams Historisch Museum - komt aan het woord. Samen met de historica Jozien Driessen verricht zij 'detective-werk' in Petersburg. Maar waar het tweetal naar zoekt - ze bereiden een tentoonstelling voor over de sporen van Hollandse geschiedenis in Sint Petersburg - wordt pas na driekwart van het programma duidelijk.

In de tussentijd worden er vooral veel welkomstzoenen gewisseld tussen Russische en Nederlandse collega's, er wordt wat afgekletst over de vraag of een Russische kunsthistorica Nederlands spreekt - nee, maar verstaat ze het wel? Nee, alweer nee - En zo verglijden de minuten. Ook wordt er een bijeenkomst van een Russsisch-Nederlandse studiegroep in Petersburg bijgewoond, waarbij niet zozeer de inhoud van de afgestoken lezing Van der Wey's interesse heeft als wel wat voor hapjes er bij de thee na afloop worden geserveerd.

Van der Wey's gesprekspartners mogen - eventjes - wat bekende feiten herhalen. Zoals dat Peter de Grote in een huisje in Zaandam woonde of dat de Hermitage een van de grootste verzamelingen op het gebied van Hollandse zeventiende-eeuwse schilderkunst bezit. Maar dan gaat het in rap tempo op naar de hamvraag die Van der Wey ten slotte aan iedereen stelt en die haar het aller- allermeest boeit. “Wat denkt u: wat voor man was die Peter de Grote nu eigenlijk?” Dan zijn we gelukkig weer terug bij doodnormaal menselijk gedrag waar iedereen zijn zegje over kan doen. Terug bij theedoekenrek en koffieautomaat.

    • Lucette ter Borg