Texelse Boeren hebben te lijden onder fouragerende trekvogels

Duizenden rotganzen strijken elk najaar neer op Texel. Ze bezorgen de boeren overlast en ergenis. De boswachter koestert de beschermde vogels, maar de boeren zien ze liever vertrekken naar Siberië, het broedgebied van de ganzen.

TEXEL, 5 JAN. “Ze zitten als haren op een hond.” Boswachter P. Postma van Texel wijst op de honderden rotganzen die neerdalen in het kleine wak van de bevroren vijver in ganzenreservaat 'Zeeburg'. De honderd hectare is twintig jaar geleden door het toenmalige ministerie van CRM aangekocht om de overlast voor de boeren te beperken. Dat bleek ijdele hoop. De overlast nam eerder toe dan af. Zeegras, het voedsel van de ganzen, verdween, waardoor ze hun heil zochten in het eiwitrijke gras bestemd voor het vee van de boeren.

Postma is namens Staatsbosbeheer al twintig jaar verantwoordelijk voor de trekvogels op Texel. Niet alleen de boeren op Texel, maar die in het gehele noordelijke kustgebied, hebben last van de rotganzen. Agrariër H. Broekman, die naast het ganzenreservaat woont, zegt: “De schade is niet alleen financieel, maar juist ook geestelijk zwaar. Als je niet oppast gaan die beesten echt 'tussen de oren zitten'. Je wordt er soms gek van.”

De 'branta bernicla bernicla', de officiële benaming van de zwartbuikrotgans, is sinds 1972 een beschermde diersoort. Door het jachtverbod steeg de totale populatie naar de huidige 300.000, die uitzwermen over de kustgebieden van de Noordzee. Zo'n 6.000 fourageren jaarlijks op Texel om 'op te vetten' voor de vliegreis van 4.500 kilometer in mei naar hun broedgebied in de Noordelijke IJszee.

De huidige discussie op Texel draait vooral om het uitbreiden van de mogelijkheid om ze te verjagen. Boeren mogen de beschermde ganzen zelf niet schieten. Naast vogelverschrikkers moeten in de weilanden geplaatste palen met draad de vogels van het land houden. Daarnaast worden de ganzen nu niet alleen in het voor- en najaar, maar ook in de winter door Wildbeheer van de weilanden verjaagd.

Boswachter Postma is een fel tegenstander van de 'winterverjagingen' die hij jaren heeft kunnen tegenhouden. Afgelopen najaar is echter na overleg van de 'rotganzencommissie', het orgaan waarin iedereen zit die met de rotganzenproblematiek te maken heeft, besloten een proefjaar te houden. Postma: “Daarmee wordt het probleem verschoven, los van de ethische bezwaren die ik heb tegen die verjagingen. De ganzen gaan in een ander weiland zitten en worden door het vele vliegen alleen maar zwakker. Ze moeten dan nog meer gras eten om de lange reis naar Siberië aan te kunnen.”

Jager W. Munnikhuizen, namens Wildbeheer Texel verantwoordelijk voor de verjagingen: “Dat is de allernieuwste motivering van Staatsbosbeheer. Die had ik voor dit jaar nog niet gehoord. Feit is dat wij op speciaal verzoek van het boerenbestand de verjagingen na 5 december hebben verlengd. Niet alleen het grasland, maar ook de wintertarwe heeft zwaar te lijden gehad.”

719.2Hij stelt dat de ganzenvernielingen de bedrijfsvoering van de boeren volledig verstoren. “De boeren zijn ons dankbaar. Het afschrikeffect van de palen met draad valt tegen. De seinpistolen die wij bij het verjagen gebruiken zijn effectiever. De ganzen hebben daar enorm ontzag voor.” Toch heeft hij begrip voor het standpunt van Postma. “Hij is een fervent ganzenliefhebber. Maar er zijn zoveel points of view in deze.” Het beste middel blijft volgens Munnikhuizen het afschieten van een aantal vogels. “Maar dat mag niet meer. Toch was het een goed middel. En dan bedoel ik niet als genot voor de jagers, maar puur ter wille van de boeren.”

Agrariërs krijgen van de overheid een vergoeding voor de geleden financiële schade. Taxateur C. Zijn van de Wildschadecommissie bepaalt al dertien jaar welke schademeldingen in aanmerking komen voor vergoeding. Vorig jaar is aan Texelse boeren in totaal 110.000 gulden uitgekeerd. De gepensioneerde boer kent de frustraties van zijn oud-collega's. “Ik ben boer genoeg om schade te herkennen. Je haren gaan soms recht overeind staan als je zo'n mooi grasland in één keer vernietigd ziet worden door zo'n groep rotganzen. Ook is het vervelend dat de uitbetalingen steeds langer duren. Het geld moet van het Jachtfonds in Den Haag via de districten bij mij komen, daarna kan ik het pas uitkeren. Daar gaan weken overheen. Als ik nu bij boeren kom zeggen ze: 'Breng eerst maar eens geld mee.' ”

Boer Broekman is eén van de vele gedupeerden. Hij wordt er soms moedeloos van. “De schade kun je wel verhalen, maar daar schiet je niets mee op. De trammelant heb je dan al gehad, het gras is helemaal kaal gevreten en de kwaliteit van de eerste oogst krijg je niet meer terug. Die financiële regeling is er toch een beetje om te zorgen dat je je mond houdt. Verjagen doe ik ook niet meer, want dan blijf je bezig. We zeggen wel eens tegen elkaar: 'Die Postma moet wel gek zijn op die beesten, zoals-ie jaren achter ze aan is gereden'.”

Postma benadrukt dat omringende landen met dezelde problemen het Nederlandse systeem van schadevergoedingen niet kennen. “Buitenlandse boeren zijn echt verbaasd over onze regeling.” De boswachter wordt ook wel eens moe van de kritiek. “Die is niet altijd prettig. Ik doe ook gewoon mijn werk.” Hij weet hoe de mensen op het eiland tegen hem aankijken. “Sommigen zeggen: 'Piet moet zijn ganzen bij zich houden'. Net als de boeren verantwoordelijk zijn voor hun eigen vee, word ik aangekeken op de rotganzen. Maar koeien vliegen niet.”