'Streek staat' kan locomotief van nationale expansie zijn

The End of the Nation state. Door Kenichi Ohmae. Uitg. Harper Collins, 1995, 214 blz. Prijs: ƒ 53,50.

Of China communistisch moet blijven of democratisch worden, is even niet van belang. Wat volgens de Japanner Ohmae telt is wat de meeste economische groei geeft en dat is de 'Streek Staat'. Dat zijn economische gehelen van tussen de één en twintig miljoen mensen. Sterk in een beperkt aantal corebusinesses en met voldoende inwoners om aan producenten van consumentenartikelen de gewenste economy of scale te bieden. Hun verbinding met de mondiale economie, de globalisation, is intens. Met andere 'Streek Staten' vormen zij grotere gehelen en zij trekken veel investeerders aan. Hun grenzen vallen niet noodzakelijk samen met de nationale grenzen, bijvoorbeeld Catalonië en Zuidoost-Frankrijk. Hong Kong, Singapore en Maleisië zijn zeer imposante voorbeelden.

Nationale staten zijn het gevolg van historische ongelukken, die bijna overal alleen maar voor belemmeringen zorgen. Daarom blijft er rond Tokio een landbouwgebied dat veel te klein is voor al het benodigde voedsel en dat tallozen dwingt tot een treinreis van vier uur per dag. De groei van Japan is zeker niet nationaal geweest. De nationale overheid heeft overal kunstmatig bedrijven in leven gehouden met haar inkomsten uit succesvolle bedrijven in één enkele streek.

Ohmae ziet in landen een zebrahuid. In sommige delen is een snelle ontwikkeling mogelijk, in andere minder, omdat het lokale initiatief er ontbreekt. Als politieke leiders toch doorgaan met het steunen van niet florerende bedrijven in die trage streken en belemmeringen handhaven in streken met groeipotentieel, komt de echte groei nergens op gang - dan gaan de investeerders naar andere streken. Geven ze echter de ruimte, dan is er een kans dat ook de minder 'booming' gebieden mee worden getrokken. Ohmae ziet het daarom als zijn taak ook de Japanse overheid ervan te overtuigen dat zij macht moet gaan overlaten aan die Region States. Duitsland, maar ook Spanje, Italië en zelfs Frankrijk zijn al veel verder dan Japan met het decentraliseren van macht.

In Japan vindt een formidabele cultuurverschuiving plaats onder de eerste generatie van echte 'Nintendo-kinderen', die nog meer reden tot loslaten geeft. Die jeugd ervaart hun familie, ouders, school en land als ongewenste belemmeringen bij hun spaarzame plezierige momenten die ze alleen met hun vrienden, dus hun gelijken kunnen beleven. Doordat zij van jongs af aan hebben geleerd dat ze zelf de regels van hun Nintendo-spelletjes kunnen veranderen, aanvaarden zij de regels van het maatschappelijk spel niet meer. Hun hele leven berust op eigen keuzes, persoonlijke initiatieven, creativiteit en moed. Ohmae signaleert hiermee exact hetzelfde als wat Tom Peters uit Amerika roept: het geheel worden van individuen die zich samen met gelijkwaardige anderen beter bestand voelen tegen de hoge eisen van de nieuwe maatschappij. Leiders van dat soort mensen, zowel in bedrijven als in de politiek, krijgen het moeilijk als zij hun rol van bestuurder en beheerser willen handhaven. Zelfs cultuurveranderingsprocessen glippen hun door de vingers, als ze zelf niet ondubbelzinnig positie kiezen.

Het is overduidelijk dat Ohmae een rasechte gelover is van het 'loslaten' en hij schrijft daarover met veel waarheidspretentie. Veel van zijn gedachten gelden zowel politieke bestuurders als leiders van grote bedrijven. Bijvoorbeeld dat in 'het centrum' nooit goed kan worden beoordeeld wat er lokaal, in een 'Streek Staat' moet worden gedaan. Op zijn best zal het hoogste gezag zowel van de Nationale Staat als in grote multinationals een katalyserende en faciliterende rol kunnen houden, bijvoorbeeld zorgen voor de vereiste infrastructuur en de veiligheid. De bedrijvigheid wordt volledig een zaak van de uitvoerenden in het veld.

Ohmae spreekt steeds over de borderless world, maar beperkt zijn verhaal vrijwel tot de Triade (West-Europa, Zuidoost-Azië en de USA). Afrika ligt in een andere wereld. Verder zegt hij dat creativiteit vanzelf komt als leiders los kunnen laten. Dat is waar, maar door het snelle kopieerverschijnsel, dat maakt dat het overal steeds meer op Californië gaat lijken, hoeft de werkgelegenheid geen gelijke tred te houden met de economische groei. In Singapore en Maleisië worden de effecten van de globalisation echter door samenwerking van verschillende culturen nog eens extra versterkt. En daar is dus nog iets meer van te leren dan Ohmae aangeeft. Als westerse bedrijven niet alleen zichzelf naar Streek Staten kopiëren, maar er tevens voor zorgen dat de eigen cultuur in die streken extra wordt ondersteund, pakken die streken iets van die multiculturele voordelen mee. Het maakt hen bovendien minder afhankelijk van andere landen. Polen en Hongarije kunnen bijvoorbeeld dat soort steun gebruiken. Gewoon een beetje reclamegeld van al die inlegkruisjes om managers van Poolse bedrijven binnen hun cultuur op te leiden. Wij raken wat van die spuugvervelende tv-spots kwijt en op den duur iets minder onze auto's. In Amerika begint deze manier van reclame er al in te komen.

Het 'loslaten' zou in ons land kunnen gebeuren onder leiding van mannen als Jan Timmer, die dat immers net heeft omarmd. Of hij onze Haagse overheidsbureaucraten ook mee kan trekken, is nog maar de vraag. Die zijn nu met de 'verzakelijking' bezig en hebben mogelijk aan dat volgende station nog niet zo veel behoefte. Toch kunnen ook zij er veel toe bijdragen dat onze eigen kleine Region State bloeiend kan blijven.