'Snowboarden, een onwijs lekker gevoel'

Snowboarden heeft sinds vorige maand de olympische status. Daardoor heeft Nederland, met de winnares van de wereldbeker Marcella Boerma, plotseling een medaillekandidaat bij de reuzenslalom op de winterspelen van 1998.

BUNNIK, 5 JAN. Moeiteloos houdt Marcella Boerma zich staande op de spekgladde steentjes op het pad voor haar ouderlijk huis. In een onvermijdelijke evenwichtsoefening glijdt de 25-jarige snowboardster naar de voordeur. Ze is een paar weken in Nederland en beleefde een witte kerst. De korte vakantie is een welkome onderbreking van een seizoen dat al in augustus begon. Vanaf zondag staat de winnares van de wereldbeker slalom tot in het voorjaar weer bijna onafgebroken op de plank.

Nederland lag er niet wakker van toen Boerma begin 1995 als eerste eindigde in het klassement om de wereldbeker slalom. Zelfs haar woonplaats Bunnik liep niet uit om haar met toeters en bellen binnen te halen. “Toch is het snowboarden door die titel wat meer onder de aandacht gekomen. Opeens zagen ze hier dat een Nederlandse met de top kan meedoen.”

De interesse van de media beperkte zich voornamelijk tot vrouwenbladen en de Vijf-uur-show op tv. In kranten vond ze het nieuws over haar prestatie - toch een novum in de vaderlandse sporthistorie - slechts summier terug. “Als toevallig een bekende voetballer zijn grote teen breekt en jij wint de wereldbeker bij het snowboarden, dan heb je pech, want op dat moment is het nieuws over die voetballer belangrijker.” Boerma heeft wel begrip voor de geringe belangstelling voor haar sport. “De mensen gaan naar de wintersport om er vakantie te houden, de sport die er beoefend wordt kan hen niet zoveel schelen. Dat blijft toch een beetje de ver-van-mijn-bed-show.” Dat zal veranderen nu het Internationaal Olympisch Comité vorige maand op een vergadering in Tokio het langverwachte besluit heeft genomen deze tak van wintersport op te waarderen.

Snowboarden is een van de snelst groeiende wintersporten. Ruim tien jaar geleden waaide de uit het surfen ontstane sport van de Verenigde Staten over naar Europa. Snowboarden, waarbij de voeten in bindingen vrijwel diagonaal op de circa anderhalve meter lange plank staan, kent twee wedstrijddisciplines: alpine en freestyle. Bij het alpine-snowboarden (slalom en super G) moeten zo snel mogelijk poortjes worden gepasseerd, bij freestyle gaat het om de meest spectaculaire sprongen. Nederland telt inmiddels enkele duizenden boarders.

Boerma begon als alpine-skiër voor ze vijf jaar geleden omschakelde. Toen ze besefte dat ze met het alpine-skiën nooit de top zou halen, koos ze voor het snowboarden. “Ik ben niet gestopt met het skiën omdat ik wilde snowboarden, maar omdat ik geen vooruitgang meer boekte.” Met haar atheneum-diploma op zak wilde Boerma naar de Hogere Hotelschool, maar op de valreep besloot ze van verdere studie af te zien en full-prof wedstrijdboardster te worden. “Je kunt studie met topsport combineren, maar ik vind dat heel zwaar. Op het ski-internaat waar ik mijn atheneum afmaakte, had ik ook geen zin om nog te leren als ik de hele dag getraind had. We zitten zeven maanden per jaar in het buitenland, in de zomer train je om het gevoel niet kwijt te raken, dus is het moeilijk om daarnaast te studeren.”

Financieel is het geen vetpot voor de winnares van de wereldbeker. De olympische organisatie NOC*NSF, de Nederlandse skifederatie en een kledingfabrikant zorgen ervoor dat ze het hele jaar door op de plank kan staan, van de Alpen tot de Verenigde Staten en Japan. Om het saldo van haar bankrekening positief te houden, werkt Boerma 's zomers soms via een uitzendbureau, of op het kantoor van de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg. “Maar elke dag dat je werkt, kun je niet trainen.”

Klagen doet de van nature opgewekte Boerma echter niet, al irriteert het haar dat Nederlanders topsport niet als werk zien. “Van snowboarden word je niet rijk, ik houd er eigenlijk niks aan over, maar zolang ik ervan kan leven vind ik het prima. Aan de andere kant; je verslijt je benen wat sneller, je bouwt geen pensioen op. Daar sta ik ook wel eens bij stil, maar niet te lang. Ik heb veel plezier in mijn sport en dat is nu het belangrijkste. Ik kom waar andere mensen niet komen.”

Internationaal is de snowboardtop breed, in Nederland heeft Boerma geen tegenstand van betekenis. Op haar sloffen werd ze verschillende keren nationaal kampioen. Ze is de tel kwijtgeraakt. De blonde snowboardster ziet het Nederlands kampioenschap, dat eind maart in Davos wordt gehouden, dan ook meer als “een gezellige wedstrijd voor iedereen”. Ze gaat ervan uit dat ze straks weer nummer één wordt. “Ik ben de enige in Nederland die zoveel traint, dus het moet raar lopen wil ik dat niet winnen.”

Het 'boarden' geeft een “onwijs lekker gevoel”, zegt Boerma. Veel verder gaat haar beschrijving van de sensatie op een plank in de afdaling niet. Geen woorden maar daden. “Je moet het gewoon zelf een keer doen.” Maar, zo adviseert ze alle beginners, wel les nemen en niet eigenwijs de berg afgaan met het idee dat je het jezelf kan aanleren.

Snowboarden heeft een imago van stoere jongens en meiden die halsbrekende toeren uithalen, relaxed leven, van een pilsje en uitgaan houden. Het is een beeld dat vooral bij de freestylers past, de snowboarders die het luchtruim onveilig maken met spectaculaire sprongen: air-to-fakie's, backscratchers, backflips, barrel rolls en alley-oops. Het is vooral deze tak van het snowboarden, freestyle, waar een complete levensstijl op geënt is, met een eigen kledingcode en een eigen taaltje. “Het alpine-snowboarden is serieuzer”, zegt Boerma.

Zondag gaat ze naar de Vogezen om zich voor te bereiden op de eerste world-cupwedstrijd van het nieuwe jaar. Een nieuwe titel in deze klassementsreeks zou mooi zijn, maar haar voorkeur gaat dit seizoen uit naar het wereldkampioenschap, dat eind deze maand in het Oostenrijkse Lienz wordt gehouden. “Daar wil ik echt toppen. Ik heb niet zoiets van, dat win ik effentjes. Omdat de sport zo hard groeit, wordt dat steeds moeilijker.” In februari vertrekt Boerma voor een paar wedstrijden naar Nagano, waar ze alvast de lucht van de Olympische Spelen van 1998 kan opsnuiven.

    • Ward op den Brouw