Sexteto Canyengue maakt van grappen heilige voorschriften

Concert: Sexteto Canyengue o.l.v. Carel Kraayenhof (bandoneón) met Juan Carlos Tajes (vocaal). Gehoord: 4/1 Meervaart, Amsterdam. Verder: 5/1 Vredenburg, Utrecht, 11/1 Volgspot Live, Veenendaal, 12/1 Patronaat, Haarlem, 13/1 MC Enschede, 27/1 KIT, Amsterdam, 2/2 Doelen, Rotterdam.

Het nadeel van het maken van goede cd's is dat het hoge verwachtingen schept bij het publiek. Het nadeel van het verheffen van volkse muziek is dat je het volkse moet vervangen door iets verhevens dat minstens even intens is. Sexteto Canyengue dat onlangs zijn derde cd uitbracht had het gisteren in de Meervaart met beide zaken duidelijk moeilijk. Aan de stukken op de laatste twee cd's, Tiburonero en Piazolla bien Canyengue, beide op het label Lucho, werd weinig toegevoegd al liet de Piazolla-compositie 'Celos' ook live niet na indruk te maken. Ach, wat kan het schrijnen, jaloezie... Dat leider Kraayenhof voor dit nummer ging staan, een voet op zijn stoel zette en de bandoneón over een aldus verheven knie drapeerde was geen slecht idee, omdat er verder maar weinig te zien was. De zwart-witte danschoenen die de groepsleden droegen vielen wel op maar vooral omdat ze niet werden gebruikt. Op de door Piazolla uit de ballrooms geredde en tot 'nueva tango' verheven muziek wordt namelijk niet gedanst, daar luistert men naar.

Door dit laatste kon het bijna niemand ontgaan dat zanger Juan Carlos Tajes, anders dan Javier Fatta op de laatste cd, de sprong van volks naar verheven niet heeft begrepen, althans niet weet om te zetten in muziek. Het over een bloemenverkopertje handelende 'Chiquilín de Bachín', in de versie van Fatta ingehouden treurig, zwalkt bij de matig intonerende Tajes heen en weer tussen chic en verlopen. Ramses Shaffy met een slok teveel op samen met Metropole Orkest - zo klinkt het niet echt, maar qua misverstand is het van hetzelfde gehalte.

Sexteto Canyengue trekt zich er orenschijnlijk niets van aan en gaat overdroten voort met het zo authentiek mogelijk spelen van vooral de muziek van Astor Piazolla. Vergetende dat Piazolla zelf tijdens zijn leven elke regel die hem niet aanstond met lef en liefde overtrad. Het trommelen op de zijkanten van de bandoneóns, waarschijnlijk spontaan ontstaan tijdens een feestelijk avondje, wordt herhaald alsof het een voorschrift van de Here God betreft, net als het krassen bij de kam van de violen, een andere 'grap' van Piazolla.

Als de leden van Canyenque, bijna allen docent op het Rotterdams Conservatorium, hun bladpapier verbranden en na afloop van dit ritueel bereid zijn even te bomen, bij voorkeur met een paar gallons Argentijnse wijn erbij, komt het de komende dagen misschien toch nog goed. Met als resultaat muziek die wellicht minder 'cultureel' is, maar wel stukken spannender.

    • Frans van Leeuwen