'Rust en ruimte kan niet samengaan met tunnel'

Het kleine Zeeuwse dorp Ellewoutsdijk verzet zich met hand en tand tegen de komst van de tunnel onder de Westerschelde. “Er is maar één wesp nodig die op het juiste moment op de juiste plek een steek geeft en de loop van de geschiedenis kan veranderen.”

ELLEWOUTSDIJK, 5 JAN. Lage huizen achter een hoge dijk, een haventje en een fort. Ellewoutsdijk in Zuid-Beveland behoort met 360 zielen tot de kleinste Zeeuwse kernen, maar het laat krachtig van zich horen. Hier vlak in de buurt moet de tunnel onder de Westerschelde naar Terneuzen komen en daar zijn de bewoners niet van gediend. Een laatste poging om het 'onheil' af te wenden, dateert van november vorig jaar, toen brieven werden verstuurd naar minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) en de Kamerfracties. Antwoorden zijn nog niet ontvangen.

Even buiten het dorp woont Rina 't Hart, parttime lerares in Goes en beheerder van dierenpension De Ellewout, maar bovenal woordvoerder van actiegroep 'Ellewoutsdijk zegt nee tegen WOV', de afkorting van Westerschelde Oeververbinding, die de veerdiensten Vlissingen-Breskens en Kruiningen-Perkpolder moet vervangen. Ze vreest dat het kunstwerk van 1,2 miljard een vernielende invloed zal hebben op het nog redelijk ongerepte landschap in de zak van Zuid-Beveland. Niet rechtstreeks, maar indirect: door een nieuwe snelweg en oprukkende industrie vanuit Vlissingen-Oost, het naburige havengebied.

Die 'zak van Zuid-Beveland' brengt haar tot lyrische beschouwingen: “Een prachtig oud cultuurland met historische polders en dijken, waarvan sommige nog uit de middeleeeuwen dateren. Grillige weggetjes en een overvloed aan meidoornhagen. Zoiets moois mag toch niet in gevaar komen? En dat gaat onherroepelijk gebeuren als de tunnel hier komt te liggen. Het provinciebestuur praat met dubbele tong. Ze propageren Zeeland om zijn rust en zijn ruimte, maar tegelijk willen ze meer industrie.”

Gedeputeerde Staten van Zeeland ijveren inderdaad sinds jaar en dag voor een vaste oeververbinding en voeren hoofdzakelijk economische argumenten aan om hun wens vervuld te krijgen. Menigmaal dreigde het plan te mislukken, vorig jaar nog door gebrek aan private financiers. Het waren minister Jorritsma en haar collega Zalm van financiën die ten langen leste de knoop doorhakten. Het rijk, zo luidt de afspraak, zal als voornaamste financier optreden door dertig jaar lang steeds 54 miljoen gulden beschikbaar te stellen. De provincie doet er jaarlijks nog eens vier miljoen bij en dat moet, samen met de toekomstige tolgelden, voldoende zijn voor een sluitende exploitatie.

Mevrouw 't Hart verzet zich in het bijzonder tegen het gekozen tracé tussen Ellewoutsdijk en Terneuzen. “Die keuze”, zegt ze, “werd gemaakt toen er nog sprake was van een brug-tunnel-combinatie en daarvoor zou deze plek om technische redenen het meest geschikt zijn. Maar inmiddels is besloten tot een geboorde tunnel en dat verandert de zaak. Zo'n tunnel kan veel beter tussen Vlissingen en Breskens komen te liggen, maar die mogelijkheid is tot op heden nooit onderzocht. Een cruciale fout van de beslissende instanties.”

Dat is ook de strekking van de brieven die naar Den Haag werden verstuurd en mede ondertekend waren door de dorpsraden van Ellewoutsdijk, Borssele, 's Heerenhoek en Oudelande. Ze behoren alle vier tot de gemeente Borsele, die ook langdurig dwars lag, maar eind 1994 alsnog met de tunnel akkoord ging. Althans met meerderheid van stemmen. Alleen de fracties van PvdA en D66 hielden hun bezwaren staande, maar ze wogen getalsmatig niet op tegen VVD, CDA en de kleine christelijke partijen. Mevrouw 't Hart betreurt de gemeentelijke ommezwaai ten zeerste. “We hadden altijd een prima samenwerking met B&W, ze haalden ons erbij om te laten zien dat de bevolking hun standpunt deelde, maar dat is nu voorbij. Een zeer teleurstellende ervaring. We voelden ons behoorlijk in de steek gelaten.”

Teleurstellend voor de actiegroep was ook het kabinetsbesluit van eind september, waarbij de financiële verantwoordelijkheid voor de tunnel van de provincie naar het rijk verschoof. “Dat maakt het voor ons niet makkelijker. De lijnen zijn zoveel langer geworden. Eerst hadden we alleen met Middelburg, de zetel van het provinciebestuur, te maken en daar kenden we de mensen zo zachtjesaan. En omgekeerd natuurlijk. Nu zijn we voor onze grieven op Den Haag aangewezen, een tamelijk onbekend terrein. Wat niet wegneemt dat we doorgaan met de strijd, zolang we kunnen. Er is zoveel rijksgeld met die tunnel gemoeid, dat ook het parlement een uitspraak moet doen en daarom hebben we ons allereerst tot de Kamerfracties gewend.”

Of het wat uithaalt is de vraag. Het kabinet heeft zijn standpunt bepaald in het voetspoor van de provincie, die al zo lang onder de Westerschelde door wil, en van de gemeente valt ook geen heil meer te verwachten. Wat de Ellewoutsdijkers tegen die achtergrond ondernemen, lijkt op een achterhoedegevecht. Een bij voorbaat verloren strijd.

Maar daar wil Rina 't Hart voorlopig niet van horen: “Er is maar één wesp nodig die op het juiste moment op de juiste plek een steek geeft en de loop van de geschiedenis kan veranderen. Dat is wel vaker vertoond. Ja, wij zijn die wesp. We moeten ons helaas als zodanig opstellen.”

    • F.G. de Ruiter