Rijdend genieten; Een 'vierstokkenbrug' over de Waal bij Zaltbommel

“Ik ging naar Bommel om de brug te zien” dichtte Martinus Nijhoff in 1934. Op 18 januari zal Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat de nieuwe brug over de Waal bij Zaltbommel openen. Een nieuwe brug vraagt om nieuwe gedichten. Het Cultureel Supplement nodigde negen auteurs uit om geïnspireerd op de brug een gedicht te schrijven. Kasper Jansen bespreekt de files op de oude brug en Bernard Hulsman de architectuur van de twee bruggen. “De nieuwe Waalbrug staat in de Nederlandse traditie van zakelijke bruggen.”

Op de bouwplaats van de brug is een informatiecentrum ingericht waar onder meer een negen meter lange maquette van de brug is te zien en door kinderen vervaardigde bruggen en tekeningen. Geopend: dinsdag en donderdag van 9.30 uur tot 16 uur. Adres: Waalbanddijk 3 4181 AN Waardenburg. Tel. 04181-2688.

Het is vreemd, maar Nederland, het land van water bij uitstek, heeft geen wereldberoemde bruggen opgeleverd. Nederland kent geen Brooklyn Bridge, Golden Gate Bridge of Tower Bridge, bruggen die symbool zijn geworden voor de steden waar ze staan. Het is veelzeggend dat over De Hef, de Rotterdamse stalen brug uit 1927, zoveel drukte werd gemaakt toen die een paar jaar geleden dreigde te verdwijnen. De Hef, vereeuwigd in Joris Ivens' film De Brug en ook geëerd met een biografie, is internationaal gezien geen bijzondere brug. Het is geen pionierswerk maar een laat, onspectaculair voorbeeld van een bekend type, dat nu, dank zij de inspanningen van actiegroepen, functieloos behouden is gebleven.

Een van de redenen dat Nederland geen beroemde bruggen kent is de platheid van het land. Hier hoeven geen kloven met in de diepte woest kolkende rivieren te worden overbrugd. De brede, traag stromende rivieren prikkelen niet tot het ontwerpen van ingenieuze constructies. De oevers kunnen met elkaar worden verbonden door een flink aantal gelijke brugdelen achter elkaar te leggen. Zo is de Zeelandbrug een typisch Nederlandse brug: imposant door zijn lengte, maar zo bescheiden vormgegeven dat hij eigenlijk saai is. Koel, functioneel, zakelijk, eenvoudig - zo zijn vrijwel alle Nederlandse oeververbindingen.

Ook de mooiste brug ter wereld, de Forth-brug bij Edingburgh, is functioneel. Zelfs na 105 jaar rijden hier nog iedere dag treinen over de brede zeearm Firth of Forth en ongetwijfeld kon de ontwerper, Benjamin Baker, voor elke moer in de wirwar van staal wijzen op een ijzeren noodzaak. Toch lijkt deze brug in de eerste plaats voor het esthetisch genoegen gemaakt. Drie kolossale, rode staalconstructies, hoger dan de Sint Pieter in Rome en niet veel minder lang dan de Eiffeltoren, zijn er voor nodig om twee minuscule boogbrugjes zwevend te houden. Zoveel moeite voor zo weinig - dit is het gevoel dat de Forth-brug geeft, een gevoel dat nog wordt versterkt als men de trein over de brug ziet gaan. Het immense gevaarte blijkt de trein te reduceren tot speelgoed: de ijzeren ingenieurslogica heeft hier absurde trekken gekregen.

Zulke logisch-absurde bruggen kent Nederland niet. Ook de twee oude Waalbruggen bij Zaltbommel zijn heel onopmerkelijk. Het treinverkeer gaat over een serie licht gebogen bruggen, het autoverkeer moet over een nog zakelijker hoekige brug uit 1933 naar de overkant. Het is een wonder dat juist deze stalen saaiheid Martinus Nijhoff in 1934 naar Zaltbommel deed reizen. Erg veel indruk heeft de brug getuige de inhoud van het gedicht overigens niet gemaakt: aan de vormgeving van de brug wijdt de dichter geen woord.

Kerktoren

Nee, dan geeft de nieuwe Waalbrug meer aanleiding om naar de oude vestingstad te gaan. De vier palen, 83 meter boven Nieuw Amsterdams Peil en daarmee iets hoger dan de oude kerktoren van Zaltbommel, maken de brug monumentaal. Van verre is hij al zichtbaar. Op de tekening en ook op foto's is de 'vierstokkenbrug' zo stijf en kaal als de naam suggereert. De nieuwe Waalbrug is dan ook een verkeersbrug die rijdend moet worden genoten. Dan zorgen de steeds verspringende staalkabels tegen de achtergrond van de steuntorens voor een voortdurend veranderend beeld.

De niet al te opvallende vorm van de brug is een bewuste keuze. “De nieuwe Waalbrug is een autobrug in een landelijk gebied”, zegt Cor Kuilboer, ingenieur bij de Bouwdienst Rijkswaterstaat die de constructie heeft ontworpen. “Je ziet hem ongeveer 3,5 kilometer lang, dat wil zeggen gedurende anderhalve minuut. In een zo'n situatie moet een brug de aandacht trekken zonder af te leiden, anders gebeuren er ongelukken. In een stedelijk gebied ligt dat anders. Daar hebben de mensen meer tijd om een brug te bekijken.”

De nieuwe Waalbrug staat in de Nederlandse traditie van zakelijke bruggen: het ontwerp van de brug is gemakkelijk af te schilderen als een keten van beslissingen die niet anders had kunnen uitvallen. Die keten begon met het probleem van de verkeersopstoppingen waarvoor de door Nijhoff bezongen brug vrijwel dagelijks zorgde. In 1988 nam Rijkswaterstaat na uitgebreide studie het besluit om het beruchte verkeersknelpunt op te lossen door de aanleg van twee keer vier rijstroken over de Waal. Besloten werd om vooralsnog een brug van 2 x 3 rijstroken aan te leggen die later wordt gecompleteerd met een tweede brug. De volgende vraag was: welke brug is daar het meest geschikt voor? Uitgangspunt hierbij was dat er geen pijler in het midden kon staan om het waterverkeer niet te hinderen en dat de twee pijlers in het verlengde van die van de spoorbrug moesten liggen. Dat maakte een overspanning van 256 meter noodzakelijk. “Dat kan met een boogbrug of een tuibrug, zoals die nu is gebouwd”, vertelt Kuilboer, die eerder de tuibrug bij Heusden ontwierp. “Een boogbrug heeft als groot nadeel dat hij niet ter plekke kan worden gebouwd, maar moet worden ingevaren. Dat is omslachtig en duur. Bleef dus over: een tuibrug. Dan kun je kiezen tussen één steuntoren zodat de brug asymmetrisch word of twee pylonen die een symmetrie opleveren. Na berekeningen bleek de symmetrische brug met twee pylonen uit technisch en economisch oogpunt het aantrekkelijkst. Toen bleef er nog één vraag over: staal of beton. Uiteindelijk is gekozen voor een betonnen brug, ook doordat er gebruik gemaakt werd van een nieuwe, twee keer zo snelle bouwmethode. Hierbij wordt al tijdens de bouw gebruik gemaakt van de de draagkracht van de stalen kabels.”

Fantasie

Kuilboer kan zich niet voorstellen dat de brug anders had kunnen zijn. “Misschien is het een gebrek aan fantasie”, geeft hij toe. “Maar ik vind dat alle overwegingen op deze en geen andere brug wijzen. We hebben nog wel gedacht aan een dubbele laag, twee wegdekken boven elkaar. Maar dan zijn er zulke ingewikkelde viaducten in de aanlooproute nodig dat alle voordelen weer teniet worden gedaan.”

Kuilboer is een functionalist: 'less is more', de beroemde kreet van de Bauhausarchitect Ludwig Mies van der Rohe is geheel van toepassing op de brug. “De constructie moet de vorm bepalen. De logische lijnen van de krachtoverdrachten moeten zichtbaar worden gemaakt. Een ingenieur hier in Zaltbommel vond de vierstokkenvorm gedateerd. Hij vond dat de twee pylonen met elkaar moesten worden verbonden, zodat er een poort ontstond. Soms zijn dwarsverbindingen inderdaad nodig om de pylonen meer stevigheid te geven en op hun plaats te houden, maar in dit geval was dat niet zo. We streven ernaar om zo veel mogelijk te doen met zo weinig mogelijk materiaal.”

Toch zijn het niet louter functionele overwegingen die tot de vorm van de nieuwe Waalbrug hebben geleid. Er is zelfs een esthetisch adviseur bij de bouw betrokken geweest, de inmiddels overleden Wim Snieder. Mede dankzij hem zijn de vier pylonen van boven schuin afgesneden, even schuin als de langste en laatste kabel die het wegdek vasthoudt. Ook ornamenteel lijken de oranje uitsparingen in de pylonen, die naar boven toe steeds breder worden. Maar deze 'versieringen' zijn toch weer nauw verbonden met het principe dat de krachten zichtbaar moeten worden gemaakt. “De uitsparingen duiden op de wapening in het beton die de horizontale trekkrachten moeten opvangen. Laag zijn die krachten nog niet zo groot, maar hoe hoger hoe groter de krachten en dus steeds meer wapening en bredere uitsparingen. Alleen de kleur van de uitsparingen, oranje-rood, is een esthetische keuze. Het is een opvallende kleur. En het duidt op het bloed dat de brug ons heeft gekost, zo zeggen wij, bouwers, wel eens voor de grap tegen elkaar.”

Een uitgeklede brug, zo noemt Kuilboer de nieuwe overgang over de Waal. En inderdaad, spaarzaam, en rank is hij en ontdaan van elke overbodigheid. Hij brengt de gebruiker dan ook precies op de tegengestelde gedachte die het zien van de Forth-brug oplevert: zo weinig moeite voor zoveel.

    • Bernard Hulsman