Revolutie en bloed

Van en over Heiner Müller lees ik het een en ander terug, naar aanleiding van zijn dood begin deze week. Hij schreef in raadselen gehulde toneelstukken en voorzag ze op verzoek van plechtige toelichtingen. 'Ik geloof principieel, dat de literatuur er is om het theater weerstand te bieden', zei hij bijvoorbeeld, en: 'Alleen wanneer een tekst niet te gebruiken is door het theater zoals het functioneert, is hij voor het theater produktief, of interessant'. Ook anderen hebben zijn werk, op symposia, festivals en in programmaboekjes, veelvuldig toegelicht. De een spreekt van 'een wilde, vaak chaotisch aandoende beeldenrijkdom', die de ander weer 'bezielde paradoxen' noemt. Met gemak vind ik, al bladerend, een voorbeeld van wat met dat laatste bedoeld kan zijn: 'Jouw bloed leegt onze aderen' - zomaar een zinnetje uit Der Auftrag, uit 1979.

Müller was uit overtuiging ingezetene van de voormalige DDR. Hij geloofde in het socialisme, ook nadat hij begin jaren zestig doelwit werd van pesterijen van overheidswege. Hij werd slachtoffer van wat men maar 'repressieve tolerantie' noemde, vanwege het tegenstrijdige van de behandeling. Enerzijds vielen hem lof en prijzen ten deel en kreeg hij toestemming vrijelijk naar het buitenland te reizen, anderzijds waren er opvoeringsverboden en werd hij geschorst als lid van de schrijversbond. Dit tweesporenbeleid kwam pas in een ander licht te staan toen, na de val van de Muur, bekend werd, dat Müller had samengewerkt met de Stasi. In welke mate en met welke gevolgen is nog steeds niet duidelijk; Müller beriep zich op het 'mensenrecht op lafheid' en zei verder alleen: “Ik weet zeker dat, als ik echt zou zeggen wat ik denk, dit beter pas na mijn dood bekend zou kunnen worden.”

Daar is dus nu het wachten op, maar veel zal het aan de waardering voor Müllers werk niet veranderen, denk ik. Die was al tanende, louter en alleen door het failliet van het politieke systeem in zijn land. Met de kracht van een voorspelling zei Müller in een openbaar gesprek met Frits Bolkestein (in 1990); “Als persoon wijs ik een dictatuur af, maar als schrijver kan ik haar nodig hebben”. Hij bedoelde natuurlijk, dat de dictatuur hem een thema verschafte en een drijfveer om te schrijven, maar je kunt uit de uitspraak ook het besef destilleren dat de dictatuur hem een bewonderend publiek verschafte. Het romantische beeld van een strijdend kunstenaar kan op veel bijval rekenen. Ook of juist als die kunstenaar in zijn werk en zijn commentaren blijk geeft van standvastig geloof in het systeem waarvan hij slachtoffer is. Met enige hersengymnastiek kan men onderscheid maken tussen de utopie en de werkelijkheid waartoe die utopie leidt - en dat is precies wat Müller deed.

Zo ongeveer iedere theatermaker in Nederland heeft in de jaren tachtig werk van Müller uitgevoerd. Men bewonderde de manier waarop hij teksten op papier kotste - want dat was wat hij deed, gezien het resultaat. Revolutie en bloed bepalen de inhoud - die verder voornamelijk gekenschetst werd als 'ondoorgrondelijk' - en cynisme geeft de toon aan. Het is de met mokerslagen begeleide zweverigheid, de 'bezielde paradox', die Müller zo geschikt maakte voor het Westen dat voor de val van het communisme al aan het ont-ideologiseren was. Het had niet zoveel overtuigingen meer over dus harde woorden waarvan de betekenis niettemin onduidelijk bleef, waren welkom.

Dat was toen zo, dat is nu nog heviger het geval. Maar wat nu ontbreekt, is de heroïek van de getergde kunstenaar die met gevaar voor eigen veiligheid toch zegt waar het op staat, althans die indruk wekt. Toen Müller na de ineenstorting van het Oostblok gevraagd werd of de wereld niet helderder geworden was antwoordde hij: “Ja, dat kan zijn, misschien zelfs te helder. Maar dat is geen probleem, je kunt het bij het schrijven weer onhelder maken”. Dat vond ik - ook als het ironisch bedoeld was - een heel raar antwoord voor een schrijver, vergelijkbaar met het uitstel van de reis van de paus, een aantal jaren geleden, naar Lourdes wegens griep. Een schrijver die erop uit is onhelder te maken wat helder is, lijkt me een charlatan, ongeacht de lijken die nog uit Stasi-kasten kunnen komen vallen. Ik durf te voorspellen dat Müllers werk, anders dan gebruikelijk na de dood van een schrijver, nauwelijks nog uitgevoerd gaat worden.

    • Pieter Kottman