Pegasus

Nooit had zij hem kunnen horen

Maar 's morgens vonden ze zijn sporen.

Vaak stond zij laat nog bij het raam

Hopend dat hij langs zou gaan.

Toen, op een warme nacht in Mei

Kwam het gevleugeld paard voorbij.

Omdat hij wachtend stil bleef staan

Is zij naar hem toe gegaan.

Liefkozend klom zij op zijn rug

Daarna ging het vliegensvlug.

Er vlogen vonken uit zijn hoeven

Toen hij zijn vleugels ging beproeven.

Ze sprongen samen naar de sterren;

Ze zag haar oude huis van verre.

Jij hebt er, vrees ik, een teveel.