Op zoek naar oude boeken

Arturo Pérez-Reverte: De club Dumas (El club Dumas). Vert. Jean Schalekamp. De Prom, 420 blz., ƒ 49,50.

De club Dumas van de Spaanse auteur Arturo Pérez-Reverte is geen zware literatuur. Dat wil het ook niet zijn. Pérez-Reverte heeft zich gespecialiseerd in het lichtere genre en hij doet dat met een overdonderend succes, zowel binnen als buiten Spanje. De club Dumas is zijn derde voltreffer; de vierde is in Spanje zojuist verschenen. En opnieuw zijn de tekenen (van kritiek èn van verkoop) veelbelovend.

De formule die Pérez-Reverte in zijn romans hanteert (hij schreef ook korte verhalen en een minder geslaagd boek over zijn belevenissen als journalist in ex-Joegoslavië) is steeds dezelfde: een flinke dosis suspense gemengd met een fiks cultureel appeal aan de lezer. Altijd gaat het over mysteries, moorden en ontvreemdingen; soms vinden die plaats in de wereld van het schermen (De schermmeester, niet vertaald), een andere keer in die van het schaken en de schilderkunst van de Renaissance (Het paneel van Vlaanderen), en een derde keer in die van het occultisme, het oude boek en het negentiende-eeuwse feuilleton (De club Dumas).

Vooral in dat laatste boek is die combinatie geslaagd. Liet Pérez-Reverte zich in zijn vorige romans nog wel eens meeslepen door clichés, in De club Dumas is dat minder het geval - of het stoort minder. Het verhaal, waarin een boekenjager tegelijkertijd achter een diabolische wiegedruk en een manuscript van Alexandre Dumas (père) aan zit, is zo met de wereld van het feuilleton verweven dat elk cliché van het genre vanzelf een ironische knipoog wordt.

Met die knipogen zit het boek vol: van de verwijzingen naar de litertuurobsessies van Umberto Eco (triviaalliteratuur en hermetisme) naar de moderne theorieën van intertekstualiteit en de obessie om achter elk woord een betekenis te zoeken. Dat houdt de lezer op twee niveaus bezig: hij leest een uitermate onderhoudend boek en voelt zich tegelijk regelmatig in zijn culturele kennis gekieteld.

Hoe doorzichtig het procédé ook is, het werkt uitstekend. De club Dumas leest als een Belgische bonbon smaakt: lekker, vakkundig gemaakt en met een smeltende nasmaak. Grote literatuur zal het nooit worden. Het blijft behoren tot de 'mindere' genres waarin ook het feuilleton thuis hoort. Maar terecht laat Pérez-Reverte een van zijn hoofdpersonen pleiten voor een eerherstel van deze kleinere kunst en het leesplezier dat men eraan beleven kan. De club Dumas vormt voor zo'n eerherstel een van de beste argumenten.

    • Ger Groot