Met de grond gelijk

Jhr A.J. Gevers & A.J. Mensema, 'De havezaten in Twente en hun bewoners', uitgave Waanders/ Rijksarchief Zwolle, ƒ 125,-.

Een spieker is iemand die spiekt, heimelijk overschrijft, en die moet je op de vingers tikken, zoals Battus graag doet. In een spieker kun je ook iets opslaan, bewaren, zoals in een computer of in het menselijk geheugen. Geen botte-bijlzinnetjes natuurlijk, maar iets zinnigs, gedorst graan bijvoorbeeld. Het woord is namelijk afgeleid van het Latijnse spicarium, constructie waarin spicae (korenaren) werden bewaard of verstopt voor de spiedende ogen van tollenaars. Jhr. A.J. Gevers en A.J. Mensema schrijven in hun onlangs verschenen monumentale boek De havezaten in Twente en hun bewoners dat spiekers “van niet-brandbaar materiaal werden vervaardigd”, lees: steen, “omdat het koren een zekere geldwaarde vertegenwoordigde. Niet zelden waren ze omgeven door een gracht”. Kunnen muizen zwemmen? Een spieker, spycker, spijker, in Salland ooit 'steenhuyss' genoemd, werd in drassige streken gebouwd op een heuvel, bult, pol of belt. Tegenwoordig wordt zo'n graanbewaarplaats silo genoemd, vroeger 'kemenade', afgeleid van het Latijnse domus caminata (huis met stookplaats), meestal met een kat als huismeester.

Kennelijk zijn de auteurs, beiden verbonden aan het Overijssels Rijksarchief, vergeten in het WNT bij Spijker te kijken. Ik spiek met of zonder battineuze permissie: “Bedenkt dat uwe Voorvaders in Spykers en Pakhuizen, op Zolders en in Agterstraaten, by elkander kwamen, om het lieve Euangelie (sic) naar hun licht te hooren uitleggen”. Een spieker als schuilkerk, gevuld met stiekeme gelovigen - Hugenoten? “Ik heb het beleefd, dat een zeer eenvoudig huis, alleen omdat het groote ruiten kreeg en van de overige huizen verwijderd stond, door de ... landlui betiteld werd met den eernaam: 'zoo'n spiekertjen!' ” Geldersche Volksalmanak, 1859). Een graanopslagplaats als oplossing voor woningnood. Nogmaals het WNT: “Bij een boerenwoning aangebouwd woonvertrek. Gewestelijk. Spieker = uitbouw van een boerenwoning vaak als woonkamer in gebruik”. Waar zijn opoe en opa toch? Ach kind, die zitten gezellig in hun spieker en jagen overijverig nagels in mijn doodskist. Ik meende al droefgeestig geklop te horen. Neen melieve, dat zijn die ongewenste gasten in onze steunbalken, de doodskloppertjes.

Soms groeiden spiekers/spijkers uit tot havezaten. Gevers & Mensema geven 'huyss Hengeloe' als voorbeeld en halen een document uit 1556 aan: “dat upten hoff toe Hengeloe ein meyer gewont heft in den huise und up die plaatse daar dat olde bouwhuis is, undt dar nu dat principael huis staat, daar plach eenen grooten hooge spycher toe staene mitt graften undt bruggen”. Als kind fietste ik rond in die contreien, maar kwam nimmer langs Kasteel Hengelo. Logisch, blijkt nu: 'Huis te Hengel' werd in 1915 verkocht aan de Heemaf, de Hengelose Electrische en Mechanische Apparaten Fabriek, die de grachten dempte en de restanten van de havezate met de grond gelijk maakte. In 1992 zijn de industriehallen van de Heemaf gesloopt, sindsdien peinst het Hengelo's gemeentebestuur over de bestemming. Dit voorjaar werden de fundamenten blootgelegd van 'Den Huize Hengel', ooit 'voorzien van een zeer goed Spaarwerk, dubbeld Dak, Loden Goot, beste Eiken Balken, Ramen, Deuren, Deur Kozijnen en Stoep van zindelijk behouwen Bentheimer Steen, waarmede het gedeeltelijk opgetrokken is' en zijn er, volgens Gevers & Mensema, 'interessante bouwfragmenten gevonden'. De plek voor de zoveelste woonerfwijk, moderne legbatterij, ligt voor het grijpen.

Godlof ligt de havezate Diepenheim, ten westen van het gelijknamige gehucht, er volgens de auteurs blakend bij: “enigszins verstild temidden van lommerrijke bomen droomt het van een glorierijk verleden: nu nog roept het goed met zijn huis, bouwhuizen en poort herinneringen op aan lang vervlogen tijden”. Jawel, 25 jaar geleden drentelde ik regelmatig rond dat in 1648 opgetrokken 'deftig Herenhuys', dat 'In 't Jaer 1707 verandert' was, op zoek naar weet ik niet meer. Wel weet ik dat je er nooit iemand zag; diplomaat J.A. Govert erfde 'het goed' weliswaar in 1970 maar hij verbleef er hoogstzelden. Havezaten in Twente en hun bewoners is een informatief en bijzonder zinnig boek. Alle 42 Twentse havezaten worden uitputtend beschreven. En tussen neus en lippen door worden nimmer verwoorde vragen beantwoord.

    • Peter Yvon de Vries