Massaal eerbetoon aan Manusama

CAPELLE AAN DEN IJSSEL, 5 JAN. Zo'n drieënhalfduizend Molukkers hebben gisteren en vandaag in Capelle aan den IJssel afscheid genomen van de vorige week overleden J.A. Manusama, voormalig president van de in 1950 uitgeroepen Republiek der Zuid-Molukken (RMS). Gisteravond bezochten naar schatting vijftienhonderd mensen een dankdienst die ook elders in de stad via beeldschermen kon worden gevolgd, vandaag bezochten nog eens ongeveer tweeduizend mensen de plechtige uitvaartdienst. Vanmiddag zou de crematie in Den Haag plaatsvinden.

Verschillende sprekers loofden tijdens de diensten, die namens de regering werd bijgewoond door staatssecretaris Terpstra (welzijn), vooral het rotsvaste vertrouwen dat Manusama gedurende zijn presidentschap is blijven stellen in het ideaal van een vrije staat. Een terugkeer naar Ambon is onder het presidentschap van 'oom Joop' dan weliswaar niet bereikt, toch heeft hij het vuur van het RMS-idealisme onder de Molukkers brandende weten te houden, aldus de sprekers.

“Jarenlang onze leider geweest, een groot voorbeeld van doorzettingsvermogen, geduld en bovenal vertrouwen”, zo omschreef dr. F.L.J. Tutuhatunewa de op 85-jarige leeftijd overleden Manusama, van wie hij twee jaar geleden het presidentschap overnam. “Van geweld gruwde hij. Hij was een zachtmoedige en innemende man. Een politicus bij uitstek, die uitdrukkelijk heeft gekozen voor de dialoog om het ideaal van de vrije republiek der Zuid-Molukken te bereiken.”

De Tilburgse predikant J. Rutumalessy omschreef de gelovige Manusama als een “vader des vaderlands” die als lijfspreuk had de regels van de Nederlandse dichter A. Roland Holst: “Ik zal de halmen niet meer zien; noch binden ooit de volle schoven, doch leer mij in de oogst geloven, waarvoor ik dien.”

Manusama heeft zich altijd tegen het gebruik van geweld uitgesproken. Hij verklaarde bij de bezettingen, gijzelingen en treinkapingen in de jaren zeventig dat de RMS-aanhangers die deze terreuracties uitvoerden “niet onze jongens” waren. Nog steeds is de Molukse gemeenschap in Nederland verdeeld over de vraag welke koers moet worden gevaren. “Ik kon met Manusama lezen en schrijven. Voor mij is het Nederlandse volk heilig. Als er al geweld moet worden gebruikt, dan moeten we dat in Indonesië doen”, zei vanmorgen John Toisuta uit Elst, lid van de mede door Manusama in het leven geroepen ordedienst, de Parang Salawaku.

De diensten werden door opvallend veel jongeren bijgewoond, die veelal met bussen uit het hele land naar Capelle waren gereisd. “De aanwezigheid van vele jongeren toont vandaag aan dat de vrijheidsfakkel steeds weer wordt doorgegeven”, aldus voorzitter ds. S. Metiary van de Badan Persatuan, de politieke beweging van de ruim veertigduizend Molukkers in Nederland. Onder de aanwezige jongeren leek het RMS-ideaal weinig uitgesproken te zijn, eerder een sluimerend heimwee dan een woedend verlangen. “We moeten eerst maar eens in Nederland als volk de zaak goed op orde hebben, willen we ooit zelf een staat kunnen oprichten”, zo verklaarde de achttienjarige Gilbert Soselisa, die gisteravond per bus met dertig vrienden en kennissen uit Alphen aan den Rijn was gekomen. “De Molukkers worden onderdrukt. Ik wil studeren aan de universiteit en later mijn volk in Nederland helpen.”

Manusama heeft als wens te kennen gegeven dat zijn as over Ambon zal worden verstrooid wanneer daar ooit de vrije republiek zal zijn gevestigd.