Handel met Turkije groeit sterk door douane-unie

ROTTERDAM, 5 JAN. De handel tussen Turkije en Nederland zal enorm groeien nu de douane-unie tussen de Europese Unie en het Zuideuropese land in werking is getreden. Voor voorspelingen over de handelsgroei is het echter nog te vroeg, zeggen deskundigen.

Vorige maand ratificeerde het Europees Parlement een overeenkomst tussen de EU en Turkije voor oprichting van de douane-unie. Voor de meeste Turken komt met deze economische overeenkomst tevens een einde aan de frustatie die zich de afgelopen tientallen jaren heeft opgehoopt. De organisatie van de grootste ondernemers in Turkije reageerde zeer positief op het bereikte akkoord omdat de douane-unie de concurrentiepositie van het land fors zal versterken.

Dat de Nederlandse import vanuit Turkije vanaf januari spectaculair toeneemt staat vast, zegt R. Mochel. Hij is voorzitter van de Netherlands-Turkey Business Association (Netuba), een organisatie die de handel tussen de twee landen bevordert. De douane-unie maakte per 1 januari een einde aan de in- en uitvoertarieven die geheven werden op produkten van en uit Turkije.

Hierdoor worden Turkse produkten in Nederland een stuk goedkoper. “Deze zijn nu al relatief goedkoop door de lage loonkosten en de lage sociale kosten. Maar door het wegvallen van de handelsbarrières zullen ze nóg goedkoper worden,” meent Mochel. Volgens hem is het Zuideuropese land vooral goed in het produceren van levensmiddelen en heeft het een surplus dat in de Nederlandse supermarkten gretig aftrek vindt. In de export van deze produkten zal volgens hem dan ook de grootste groei zitten. Te denken valt aan voedingsmiddelen en levend pluimvee. Daarnaast zal ook de invoer van groenten en gedroogd en vers fruit toenemen.

Hoeveel de handel toeneemt valt volgens Mochel nog niet te zeggen. “Het is nog echt te vroeg om met prognoses te komen. Eerst moet de handel zien wat de mogelijkheden met Turkije zijn. Voorspellingen in dit stadium zijn nog te speculatief.”

Een belangrijke rol zal worden gespeeld door de vijfduizend in Nederland gevestigde Turkse ondernemers. Voor hen wordt de inkoopprijs een stuk lager wat volgens Mochel ook andere Turken tot handel kan drijven. “Onder de gastarbeidersgezinnen zit nog een groot potentieel aan ondernemers die nu nog geen zaak zijn begonnen. Sommigen zullen deze stap nu wel durven te zetten omdat de inkoopprijzen lager worden.” Daarnaast heeft de tweede generatie de leeftijd bereikt waarop ze een eigen zaak kunnen opzetten. “Dat zijn voornamelijk de Turkse jongeren die hier een studie volgen en later zelf een bedrijfje willen beginnen. Ook hieronder zit een groot potentieel aan ondernemers.”

Niet alleen het aantal Turkse bedrijven zal groeien maar ook hun grootte. Volgens Mochel zijn de meeste Turkse bedrijven kleine eenmanszaakjes en kleinere bv's die Perzische tapijten en Turks voedsel verkopen. “Het gaat voornamelijk nog om bedrijfjes in het midden- en kleinbedrijf, maar laatst sprak ik een Turkse ondernemer die een omzet had van dertig miljoen.”

Volgens Mochel zal ook de Nederlandse export naar Turkije enorm toenemen. De infrastructuur van het land is slecht en volgens de voorzitter kan het Nederlandse bedrijfsleven inspringen in de steeds grotere vraag naar kennis om wegen aan te leggen. “Daarnaast mist Turkije de kennis om grote havens te bouwen en daar heeft Nederland zich zeer goed in getoond.”

Een positieve bijkomstigheid is, volgens Mochel, dat Turkije zich steeds meer richt op de Centraalaziatische landen. Daar is Turkije bezig met verscheidene grote projecten, waaronder de aanleg van een vliegveld. “Dit soort projecten is heel belangrijk voor Nederland. Wij hebben een internationale reputatie in de bouw en van onze kennis kunnen Turkse ondernemers heel goed gebruik maken.” Nederlandse ondernemers hebben tot nu toe zelf geen interesse getoond zelf deze projecten uit te voeren. “Dit komt voornamelijk doordat Turkije de grootste projecten heeft gekregen omdat men veelal dezelfde taal spreekt en de culturele verschillen kleiner zijn.”

“Ook op het gebied van technologie zie ik een grote groei”, aldus Mochel. Volgens hem is de Turkse middenklasse nog ambachtelijk en moet het de westerse technologische kennis nog overnemen. “De grote Turkse conglomeraten werken al samen met bedrijven als Shell en Philips maar door samenwerkingsverbanden tussen de Nederlandse en Turkse middenstand kan ook de Turkse middenstand van onze technische voorsprong profiteren.” De automatisering staat in Turkije nog in kinderschoenen en het hele produktieproces kan nog aanzienlijk gerationaliseerd worden.

Toch is het wegvallen van handelsbelemmeringen niet de enige oorzaak van de handelsgroei. “Ik beschouw de douane-unie als een state of mind en niet als het wegvallen van handelsbarrières. Turkije voelt zich nu verbonden met Europa en dat is minstens zo belangrijk voor de handel. Omdat Turkije zich verbonden voelt met het Westen zal het zeker de goederenstroom hierheen vergroten.”

De Nederlandse export naar Turkije bedroeg vorig jaar 1,4 miljard gulden terwijl de import 1,1 miljard bedroeg. Volgens Mochel is dit echter maar een fractie van de totale de handel die Nederland met Turkije voert. “Veel Nederlandse vervoersbedrijven voeren Turkse produkten door naar andere landen en blijven zo buiten de Nederlandse statistieken van het ministerie van economische zaken. De werkelijke handel is daardoor veel groter dan uit de cijfers blijkt. Deze handelsvorm zal denk ik ook toenemen wat weer een grotere omzet van Nederlandse transporteurs tot gevolg heeft.”