Grootmoeder heeft twee jurken

Kreek Daey Ouwens: Tegen de kippen en de haan. Uitg. Querido, 77 blz. ƒ 25,-.

We hadden al schaambeen, schaamrood, schaamdelen en zelfs schaamschoenen, maar het woord 'schaamwoorden' kwam nog niet in het Nederlands voor. Kreek Daey Ouwens schenkt ons dit neologisme in haar tweede verhalenbundel Tegen de kippen en de haan. Het kleine meisje dat daarin figureert, het meisje Bee, weigert bepaalde woorden hardop uit te spreken. Dat zijn in de ogen van volwassenen heel gewone woorden als 'goedemiddag' en 'hartelijk gefeliciteerd' of 'zalig kerstfeest'. Maar voor het meisje zijn het onoverkomelijke barrières, net als de namen van haar broertjes en zusjes. Alleen in het donker, tegen de kippen en de haan, krijgt ze ze uit haar mond.

De hele bundel is doortrokken van schaamte en terughoudendheid. Dat uit zich niet alleen in de bescheiden omvang ervan (nog dunner dan haar debuut Stokkevingers uit 1991), maar ook in de gecomprimeerdheid van de formuleringen en de verhalen zelf, die je beter prozafragmenten zou kunnen noemen. Piepkleine impressies geeft Ouwens van een jeugd, haar eigen jeugd waarschijnlijk, deze keer nog veel 'objectiever' dan in Stokkevingers. Daarin werd een moeder nog wel eens liefkozend 'mammie' genoemd. Hier heet zij streng 'de moeder'. Tot haar verdriet heeft de dochter nooit echt contact met haar kunnen krijgen. Niet als kind en ook niet als de volwassen schrijfster die zij inmiddels is. Maar het is ook een afstand die zij op een bepaalde manier koestert en in stand wil houden, want ook naar anderen en zelfs naar haar alter ego kijkt zij met het oog van de intieme buitenstaander. 'Ik noem het kleine meisje Bee om over haar te kunnen schrijven. Alleen op die manier kan ik afstand nemen tot mijn eigen ik', zo meldt zij in het titelverhaal. Die afstandelijke blik levert mooie, onthechte observaties op. Over de grootmoeder bijvoorbeeld: 'De grootmoeder heeft geen borsten. De grootmoeder heeft twee jurken. (-) Alleen als ze zich bukt zie je in de diepe halsuitsnijding van haar jurk twee langgerekte vormen, als vermoeide paardehoofden die zich buigen naar de drinkbak.'

Er is iets droevigs aan deze jeugdherinneringen waarin, hoe beknopt ook, vooral de minder fortuinlijke zaken des levens ter sprake komen. En er is eigenlijk niemand met wie je het leed kunt delen, zo is de suggestie, want ook van je allernaaste weet je nauwelijks wat er in hem of haar omgaat. Iedereen en alles hult zich in een gegeneerd stilzwijgen, vooral als het onvermijdelijke einde nadert en het leven niet de vervulling heeft gebracht waarop men had gehoopt. Maar, zoals het aan Samuel Beckett ontleende motto luidt: 'Too much silence is too much'. Elke zin uit dit boek wekt de indruk aan de stilte en daarmee aan de dood ontrukt te zijn, tegen wil en dank. Sommige dingen moeten nu eenmaal beschreven of gezegd worden, al is het maar in schaamwoorden.