Griepepidemie

Er was eens een boer in China die met zijn vrouw, zijn zoontje, een paar varkens en wat eenden in een klein boerderijtje woonde. Hun huisje heeft maar één kamer en in de winter, als de dieren binnen blijven, wonen ze met de dieren bij elkaar, in de kamerstal, of stalkamer.

Op een dag was de boer verkouden, de varkens waren een beetje ziek en de eenden ook niet lekker. De boer nieste toen hij de dieren voerde. Hij voelde aan de varkensneuzen of ze nog nat waren, want een varken met een natte neus is niet zo ziek. Daarna veegde hij met zijn hand zijn druppelneus af. Het is bijna niet te geloven, maar dat was het begin van een griepepidimie waar jij misschien ook wel ziek van bent geweest.

Hoe ging het verder? Een paar dagen later lagen de boer, zijn vrouw en hun zoontje ziek in bed. Ze voelden zich flink beroerd en hadden koorts, hoofdpijn en spierpijn in hun benen en rug. Dun snot liep uit hun neus en ze moesten hoesten. De buurvrouw kwam langs om voor hen te zorgen. Twee dagen later was ze zelf ziek. En na een week lag het halve dorp in bed. De influenza, want die ziekte was het, bereikte de naburige stad. De zieken niesten en proesten en staken de gezonde mensen aan. De ziekte spoelde als een golf over heel China. En in de jaren daarna zelfs over de hele wereld. Het was een wereldwijde epidemie, een pandemie, geworden.

Hoe werd een verkouden boer die zijn varken aanraakte daar nog zieker van? Influenza krijg je door een virus. Virussen zijn hele kleine bolletjes van biomateriaal (eiwitten en DNA). Er passen wel tienduizend virussen naast elkaar op een speldeknop. Virussen leven niet echt. Om te blijven bestaan en hun nakomelingen te maken groeien ze in mensen, dieren of planten, die ze daardoor ziek maken. Als één influenzavirus je keel binnenkomt kan het daar binnen een dag honderden nieuwe virussen maken. Je wordt er verkouden van en hoest, proest en niest de nieuwe virussen uit, waardoor andere mensen ze weer inademen. Slim van het virus om mensen te laten niezen, want zo komt het snel in verse kelen. Varkens, vogels en paarden hebben hun eigen influenzavirussen, maar ze maken elkaar niet ziek.

De Chinese boer had een influenzavirus in zijn keel waar hij al eens ziek van was geweest. Hij was er een beetje verkouden van. Als een bekend virus je neus binnenkomt herkent je afweersysteem het virus aan de buitenkant, dus aan zijn jasje, en ruimt hij het op voordat je er erg ziek van wordt.

Maar de Chinese boer kreeg varkensinfluenzavirus aan zijn hand. Toen hij daarna met zijn hand zijn eigen neus afveegde kwam het varkensvirus snel in zijn keel. Daar trokken mensen- en varkensvirus stukken van elkaars jasjes aan. En van een mensenvirus met een nieuw varkensvirusjasje ziet je afweersysteem niet dat je er ziek van kunt worden. De boer werd ziek van een virus met een nieuwe jas. Influenzaprofessoren denken dat nieuwe influenzavirussen om de paar jaar in de Chinese boerderijtjes ontstaan, waar dieren en mensen 's winters bij elkaar wonen.

Misschien heb je net als veel andere mensen in ons land met Kerst met griep, of eigenlijk influenza, in bed gelegen. Jij was misschien wel de dertigmiljoenste die op de wereld last had van dat influenzavirus, maar je was net zo ziek als het Chinese jongetje dat een paar jaar geleden na zijn vader en moeder de derde patiënt ter wereld was. Van influenza kun je flink ziek zijn. Je wilt vaak wel een week in bed blijven voor je afweersysteem het herkent en het heeft opgeruimd. En daarna kun je nog wel een paar weken hangerig zijn. Als je eenmaal influenza hebt kun je alleen maar uitzieken. Er zijn geen medicijnen waardoor je sneller geneest.

    • Wim Köhler