GePeperd

Het hoofdartikel over de havenspeech van burgemeester Peper van Rotterdam (NRC Handelsblad, 2 januari), is bepaald zwak. Het kan nooit kwaad wanneer iemand eens ferm aanspoort tot actie. Er zijn nu eenmaal meer remmers dan trekkers, dus zo'n peptalk kunnen we best gebruiken. Het is goed dat Peper zich daarbij kritisch opstelt jegens de stroperigheid van het Haagse overheidsapparaat. Want daar zit de kern van het probleem. De als een bal stopverf gegroeide overheid (citaat Riens Meijerink) heeft de maakbaarheid van beleid fundamenteel aangetast. Door de overwaardering van het woord is daadkracht op het tweede plan gekomen. Bovendien wordt er voornamelijk gepraat over de regels en minder over de inhoud. Daarom loopt het op zoveel fronten mis. De IRT-kwestie is slechts het topje van de ijsberg. Ons huidige staatsbestel is geschreven in en bestemd voor een wereld waarin de trekschuit een belangrijk middel van vervoer was. Dat dit model niet meer van toepassing is wordt in Den Haag natuurlijk al langer onderkend. Maar het proces van de bestuurlijke vernieuwing lijkt eveneens te stranden omdat we niet meer weten wat doorpakken betekent. Buiten onze landsgrenzen weet men dat wel. Daarom laat de Nederlandse overheid zich (onnodig) de kaas van het brood eten wanneer het om internationale posities gaat, en daarom kun je in de concurrentieslag tussen de wereldhavens als Rotterdam de boot missen wanneer je niet alert reageert. De politiek dreigt een reservaat te worden van filosofen, waar de signalen vanuit de maatschappij nauwelijks meer doordringen, durf ik vrij naar Paul Kuypers te stellen. Wil je voor de dichte deur van die oude bunker nog gehoord worden dan moet je stevig aan de poort rammelen. Dat doen actiegroepen en andere maatschappelijke groeperingen. Dat mag zeker ook de burgemeester doen van een stad met een wereldhaven.

    • Mr. L.H.B. Spahr van der Hoek