Geelhoed: overheid moet meer doen voor minder geld

DEN HAAG, 5 JAN. De politici zijn nog op vakantie en het voornaamste nieuws is dat er voorlopig geen elfstedentocht komt. Een prima tijd voor reflectie. Het traditionele nieuwjaarsartikel van de hoogste ambtenaar van het ministerie van economische zaken in het economenblad ESB leent zich daar uitstekend voor. Ook dit jaar. Secretaris-generaal L.A. (Ad) Geelhoed, de filosofisch-economische rechterhand van minister Hans Wijers, zet in afwezigheid van zijn baas (op vakantie in Mexico) alvast een aantal lijnen uit voor 1996.

Het gaat goed met de Nederlandse economie, betoogt Geelhoed, maar om de aansluiting met de “kopgroep” van de Europese Unie te behouden zal de overheid (lees: de politiek) niet kunnen volstaan met “wat reconstruerende en reparerende ingrepen in oude bouwtekeningen”. Voor de structurele hervormingen, die Geelhoed ook vorig jaar al onontkoombaar achtte, en het opblazen van het sociaal-economisch bestel (nieuwjaarsartikel 1994) is een sterke, efficiënte overheid nodig.

Alleen kan Nederland het niet. Dat staat voor Geelhoed als een paal boven water. Nederland moet zorgen dat het tot de besten van de Europese klas behoort. Lukt dat, dan ziet de economische en sociale toekomst er rooskleurig uit. Een geloofwaardig overheidsbeleid op Europees èn op nationaal niveau staat voorop. Daarom moet de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarin het nationaal monetaire beleid en de nationale munten worden afgeschaft, niet worden uitgesteld. Het nog verder naar elkaar toegroeien van de Europese economieën is volgens Geelhoed een voorwaarde voor Nederlands economisch succes. Nederland moet meemarcheren in het Europese regime, dat onder meer stelt dat het begrotingstekort moet worden teruggedrongen tot onder de 3 procent. Laten we die doelstelling slippen, zo schrijft Geelhoed, dan wegen de mogelijke werkgelegenheidswinsten daarvan op korte termijn niet op tegen het vertrouwensverlies bij beleggers en buitenlandse bedrijven.

Geelhoed gaat nog een stap verder en schetst het perspectief van een begrotingstekort van 1 procent tegen de eeuwwisseling. De redelijk gunstige vooruitzichten voor de conjunctuur geven volgens hem ruimte om het overheidstekort verder terug te dringen dan het kabinet bij zijn aantreden voorzag (2 tot 2,25 procent in 1998). Wordt het tekort verder teruggedrongen, aldus Geelhoed, dan creëert Nederland een buffer voor economisch slechtere tijden. Het tekort kan bij slecht tij weer wat oplopen zonder dat dit meteen tot pijnlijke ombuigingsoperaties hoeft te leiden en de politiek heeft weer wat financiële marge voor nieuw beleid. Ook wat extra lastenverlichting is volgens Geelhoed bij een zich doorzettende economische groei “goed mogelijk”.

Het is dus niet zo, dat het krachtig overheidsbeleid waarvoor hij in zijn slotpragraaf pleit, ook veel meer geld mag kosten. Integendeel. Geelhoed geeft er in al zijn nieuwjaarsartikelen voor ESB blijk van dat hij vooral aandacht heeft voor instituties. Ons sociaal-economisch bestel is verouderd en dient te worden veranderd, schreef hij al in 1994. Met zelfgenoegzaamheid en angstvalligheid kom je dan niet ver, meldt hij nu. En hij pleit voor een “reconstructie van het publieke handelingsvermogen”. “Voor de meemarchanderende overheid komt een overheid in de plaats waarvan de kerntaak ligt in het bewaken van de algemene of bijzondere normen waaraan de partijen in hun marktgedrag zijn gebonden”.

De aangekondigde privatisering van de Nederlandse Spoorwegen en andere voormalige overheidsbedrijven mag bijvoorbeeld volgens de secretaris-generaal niet leiden tot “onaantastbare private machtsposities en het misbruik daarvan”. Een flexibel sturende overheid heeft ons in het verleden slechte diensten bewezen, meent hij: grotere regeldichtheid en een hoger lastenniveau. De sterke overheid die hij bepleit creëert “stabiele macro-economische verhoudingen en goed werkende markten, die ondernemingen de ruimte bieden om naar internationale maatstaven concurrerend te blijven”. Daarbij horen volgens Geelhoed “beleidsprestaties op het terrein van scholing, onderwijs en onderzoek, adequate fysieke en technische infrastructuur en voldoende fysieke ruimte om te investeren”.

Oude instituties en conventies moeten op de helling omdat Nederland anders volgens Geelhoed de kans loopt te blijven steken in “tussen Rijnland en Ratelband zwalkend denken”, waarbij de boodschap (veel sociale zekerheid volgens het Rijnlands model en Tsjakka!, volgens organisatie goeroe Emile Ratelband) belangrijker is dan de gevolgen van en de mogelijke oplossingen voor slecht functionerende economische structuren.

    • Frank van Empel