Eén groot trillingsding

Elly de Waard: Het zij, Eenzang drie. Uitg. De Harmonie, 93 blz. ƒ 32,50

Er zijn dichters die poëzie schrijven zoals anderen een dagboek. Elly de Waard bijvoorbeeld. In haar nu driedelige cyclus Eenzang noteert ze sinds het begin van de jaren negentig nauwgezet wat haar fascineert en beweegt. Het betreft vooral haar geliefdes, maar ook de natuur in de Noordhollandse duinstreek of de Franse Morvan zet haar aan tot dichten.

Inmiddels telt Eenzang zo'n driehonderddertig pagina's poëzie. In een land waar het poëtisch gehalte per gram wordt gewogen, lijkt dat teveel van het goede; maar hoe breed- en grootsprakig soms ook, De Waard blijft boeien. Dit geldt zeker voor het derde deel van de cyclus, met de intrigerend ambigue titel Het zij. Deze nieuwe bundel zou wat mij betreft eerder in aanmerking komen voor een literaire bekroning dan Eenzang twee, dat vorig jaar voor de VSB-Poëzieprijs genomineerd was. Anders gezegd: per deel biedt Eenzang steeds betere poëzie.

Toch kan ik maar niet gewend raken aan De Waards soms mallotig verheven idioom en de hortende vormgeving in tweeregelige strofen, vaak met een enkele regel of één woord als slotstrofe. Haar taal is pregnant, haar observaties en beelden zijn bij tijden gedurfd en verrassend, maar ritmisch is het soms weinig meer dan een klompendans.

Dat neemt niet weg dat De Waards hoge greep naar bezieling ook prachtige verzen oplevert, zoals op pagina 25, waar de taal wel degelijk muziek wordt in: 'Haar nabijheid die uit het lippenrood // opsteeg, aan de gouden rand van het / kopje verkleefd - als de geest uit de fles -// plotseling was zij daar, luchtig als wind / en warrelig van licht, in geuren van // huid en etherische oliën, als een / duizeling zo vluchtig, alles trilde // van verrukking, als papavers, als rietjes / in één snelle verdwarreling, als // één groot trillingsding - het levende / zul je nooit werkelijk kennen en de dood // ontschiet je'. En zelden las ik zo'n treffende typering van de 'blues' van de uil als: veel // van ook zijn verdriet / was al geweest, zijn droevig // lied kwam immers uit / zijn hele lichaampje en niets // gekunstelds was er aan / het werd door niets / gestuit - zo hoort muziek / te zijn...

    • Arie van den Berg