De nieuwe brug

Ik reed met moeder naar de brug bij Bommel

Zij op de achterbank, ze riekte reeds

Maar wonderen zijn op de snelweg sleets

Haar aangezicht was niet veel meer dan rommel.

Ik hoorde plotseling een vreemd gestommel

Een kwabbigheid die mij ter zijde schoof

En achter 't stuur plaatsnam, eerst ongeloof

Dan 't motorblok dat klonk als een droogtrommel.

Zij drukte 't gas in met duivels genot

Een katastrofe was niet te vermijden

'k Vloog door de voorruit, klevend aan haar rug.

'k hield mij angstvallig vast aan pees en bot

Wij schoten als een kei uit lepelblijde

In de stalen vleermuisvlerken van de brug.