De harteklop van de duivel; Gabbermuziek is uitgegroeid tot jeugdcultuur

Gabber heet de muziek met kale, voortdenderende ritmes waar duizenden jongeren ieder weekeinde in sporthallen op dansen. Gabber is meer dan een muziekstijl. De aanhangers hebben eigen drugs en eigen kleding. “Gabbermuziek is ruig, het brengt bij mensen onmiddellijk de energie naar buiten. Het geeft een katharsis”, zegt de maker van de gabberhouse-hit 'I Wanna Be a Hippy' (And I Wanna Get Stoned).

Sinds ruim een jaar regeert er een misverstand: er zou een nieuwe punkgolf aan de gang zijn. Jonge muzikanten met een ongewassen uiterlijk spelen snelle gitaarmuziek in vierkwartsmaat en schreeuwen hun boze teksten. Offspring heten ze, of Green Day. Maar punk in de jaren negentig kan niet meer gemaakt worden op gitaren, of in een ritme dat zich met 'vierkwartsmaat' laat aanduiden. Anti-esthetiek en anti-establishment passen tegenwoordig niet meer in de vorm van 'God Save The Queen', het lijflied van de Sex Pistols. Ze worden uitgedrukt in een stijl zo compromisloos en verzengend dat Johnny Rotten in zijn tijd er alleen maar van kon dromen: gabber. Gabber (spreek uit op zijn Nederlands, van: kameraad) ontstond een jaar of vier geleden als vertakking van de house-stroming. De stroming begon in Rotterdam met de single 'Alles naar de klote' van de Euromasters en maakte spoedig naam als het Rotterdamse 'industriële' antwoord op de meer gesoigneerde house-stijlen die in Amsterdam en omstreken geproduceerd werden. Gabber heeft nummers met rudimentaire vocalen, met reutelende keyboards en kale beats die ongenadig doortimmeren. Het tempo is in de loop van de jaren steeds hoger komen te liggen: het begon in 1992 met 140 bpm (beats per minute), en is opgelopen tot 220 bpm. In de glorietijd van disco, eind jaren zeventig, was het ritme geïnspireerd op de menselijke hartslag, zeiden haar makers. Als dat de menselijke hartslag was, dan baseert gabber zich op de harteklop van de duivel.

Maar gabber is inmiddels méér dan een muziekstijl, gabber is uitgegroeid tot een jeugdcultuur. Andere house-stromingen, als techno of mellow, hebben niet die mogelijkheid tot identificatie. Jongeren kunnen wel van mellow houden, maar niemand zal verklaren 'ik bèn mellow'. Wel: 'ik ben een gabber'.

Gabbers hebben een Bibelebontse levensstijl. Ze luisteren naar gabber, ze dragen gabberkleding, ze gaan naar gabberfeesten en gebruiken gabberdrugs. Ze zijn veelal onder de twintig, willen het liefst ieder weekend uit en zijn loyaal aan hun vriendenclub (vandaar: 'gabbers'). Mannelijke gabbers hebben het hoofd kaalgeschoren. Ze lopen op gymschoenen, in een bleke spijkerbroek en een trainingsjack van het merk Australian. Meisjes-gabbers ('gabberina's' of 'gabberinnetjes' genoemd) dragen hun lange haar in een paardestaart. Het gedeelte tussen nek en staart wordt weggeschoren.

Gabber zoekt net als de punkbeweging achttien jaar geleden naar manieren om 'anti' te zijn, in muziek en in uiterlijk. De verschijning van haar aanhangers is nadrukkelijk glamour-loos en in de muziek wordt 'mooi doen' vermeden. Het negatieve idealisme van de punk ontbreekt, het ademloze gedender maakt een even nihilistische indruk.

Maar in één opzicht blijkt gabber in ieder geval al punker dan punk, want ook na vier jaar heeft deze jeugdcultuur zich nog niet laten inpakken door de commercie. Al brengen de grote platenmaatschappijen bijna wekelijks verzamel-cd's uit met de hardste gabberhits, onder de naam Thunderdome of Mega Dance Mix, en stond afgelopen zomer het gabbernummer 'I Wanna Be A Hippy' weken lang op nummer 1 van de hitparade, het idee deel uit te maken van een subcultuur laat zich er niet door ondermijnen. Ook niet als men met zijn duizenden tegelijk in een sporthal staat te dansen.

Ieder weekend trekt de harde kern van ongeveer vier- tot vijfduizend gabbers van feest naar feest door het land. De feestcultuur, waarbij het 'uitgaan' is losgekoppeld van de discotheken, is sinds eind jaren tachtig een serieuze business geworden. Professionele organisatoren huren sporthallen of congrescentra af en geven een 'party' voor vijf- tot zesduizend mensen. De entree kost tussen de veertig en zestig gulden en daarvoor krijgt het publiek de mogelijkheid van tien uur 's avonds tot zes uur de volgende ochtend te dansen. Een stuk of zes verschillende gerenommeerde dj's draaien om de beurt een uur lang hun platen.

Schuurfeesten

Gabberfeesten hebben de laatste jaren een slechte naam gekregen. Door geweldplegingen en drugsmisbruik zouden de party's zijn veranderd in grimmige samenscholingen. De drugsinname betreft vooral ecstasy en speed, liefst in aanzienlijke hoeveelheden. Bij een feest anderhalf jaar geleden in Amsterdam moesten tientallen mensen voor medische behandeling naar het ziekenhuis, als gevolg van 'slechte' ecstasy. Het geweld, meestal berovingen, zou plaats vinden in en om de feestlocaties waar de gabbers onderling elkaars gouden kettingen of dure trainingsjacks afpakken. Bovendien worden gabbers dankzij hun kaalgeschoren hoofd makkelijk geassocieerd met de uiterst rechtse aanhang van de Centrum Democraten.

Door deze reputatie zijn de gemeentes voorzichtig geworden met het geven van vergunningen. Om een weigering te omzeilen organiseren sommige uitbaters 'schuurfeesten' die uiteindelijk verkapte gabberparty's blijken te zijn. Maar grote namen als Immortal Sound Productions, bekend van feesten in de Amsterdamse Sporthallen Zuid, en Rave The City, die regelmatig de Rijnhal in Arnhem afhuurt, zorgen dat hun organisatie een vergunning rechtvaardigt. Dat betekent dat er een uitgebreide security wordt ingeschakeld, dat EHBO-ers en ziekenwagens paraat staan, en dat er voldoende drinkwater beschikbaar is.

Hoe grimmig is de gabbercultuur?

Wie als dertiger zijn entree maakt op een gabberparty, afgelopen 2 december bijvoorbeeld bij het Rave The City-feest in de Rijnhal in Arnhem, voelt zich een bezoeker op het schoolplein. Overal staan plukjes tieners. Ze halen bekertjes frisdrank voor elkaar, jongens trekken meisjes aan hun staart. Aan het plafond hangen opblaasbeesten en palmbomen, want het thema vanavond is 'On The Beach'. De eerste uren wordt er nauwelijks gedanst. Gabbers omhelzen elkaar en praten een beetje bij.

Op de achtergrond bonkt het ritme van de gabberhits. Na een paar uur schommelen de hoofden op de schouders als de hoofdjes van van die wiebel-beestjes die tegen de achterruit van auto's geplakt zitten. De voeten maken stappen op de plaats, klein en bijna vrouwelijk. Plotseling gooit men het bovenlichaam naar achter en neemt een reuzestap in de lucht, alsof er tegen de muur moet worden opgelopen.

Als een dj klaar is met zijn sessie drommen de aanwezigen naar voren en applaudisseren. Want dit is de generatie die misschien nog nooit naar een traditioneel popconcert geweest is. Deze jongeren geven niet om gitaristen of drummers - hier klapt men voor een vingervlugge dj, in plaats van een emotionele zanger.

Pillen-wildgroei

Van de zesduizend bezoekers komen er ongeveer duizend uit Rotterdam. Er zijn veel gabbers uit Den Haag en Utrecht en verder noemt men Arnhem en omgeving als plaats van herkomst. Sjon (werkt bij Albert Heijn, 20 jaar oud) en Marcel (19 jaar, werkeloos) zijn uit Rotterdam gekomen, met vijftig vrienden hebben ze een autobus gehuurd. In tegenstelling tot het stereotype beeld gaan deze gabbers niet zo vaak uit. Een keer in de maand, zegt Sjon, anders wordt het te zwaar voor de gezondheid. Maar als ze uitgaan, moet het goed gebeuren ook. Vijf pilletjes heeft Marcel voor deze nacht, Sjon heeft er nog drie. Hij gaat vast op zoek naar een dealer om wat bij te kopen.

Sinds ecstasy in 1988 op de lijst van verboden middelen geplaatst werd, is er een wildgroei aan pillen op de markt. Het oorspronkelijke MDMA - een middel dat gevoelens van empathie opwekt en hallucinerend werkt - is bijna niet meer te krijgen. Onder de naam ecstasy wordt nu de variant MDEA verkocht waar een grote dosis amfetamine in zit, en dat net als speed oppeppend werkt.

Sjon spert zijn ogen wijd open, zijn kaken malen alsof hij kauwgom eet. Soms schiet hij even weg om een passerende vriend stevig te omhelzen, dan komt hij weer terug en vertelt verder. Marcel haalt een klein glazen flesje uit zijn zak en duwt het in zijn neus. “Mijn Vicks-inhaler,” grijnst hij. Het is een doseerflesje voor speed, een druk op het knopje geeft precies de gewenste hoeveelheid. “Heb ik altijd bij me,” zegt Marcel, “Als ik zie dat iemand even te diep zit, te veel op heeft, plant ik dit ding in zijn neus en dan is-ie zo weer bij.”

Sjon komt aanlopen met Maria, zeventien jaar en afkomstig uit Geertruidenberg. “Alle gabbers zijn een grote familie, je komt elkaar steeds weer tegen,” zegt Maria. Ze komt hier vooral voor de gezelligheid. Haar ouders vinden het goed zolang ze met een groepje vrienden gaat. Een keer per nacht moet ze bellen, om te laten weten of ze het naar haar zin heeft. “Mijn vader zegt altijd: als je het niet gezellig hebt dan kom ik je halen.” Maar dat is nog nooit gebeurd. Normaal gesproken komt Maria rond elf uur 's ochtends thuis. Van te voren moet ze dan nog een keer bellen, zodat haar ouders het alarm kunnen afzetten.

Jaap de Vlieger, drugsexpert van de Rotterdamse politie, gaat sinds 1988 naar alle housefeesten die in Rotterdam en omgeving gehouden worden. Sinds enkele jaren wordt hij vergezeld door Esther Zwaal, beleidsmedewerkster gezondheidszorg van de gemeente Spijkenisse. Zwaal en De Vlieger bezoeken vooral de gabberfeesten, omdat daar de leeftijdscategorie van 16 tot 18 jaar te vinden is. Zwaal en De Vlieger willen met voorlichting en begeleiding zo goed mogelijk helpen deze adolescenten door de 'risicovolle jaren' te loodsen.

“Zo'n tweehonderdduizend jongeren per weekend gebruiken ecstasy. Slechts een fractie daarvan gaat in de fout, die gebruiken gewoon te veel.” Volgens De Vlieger bestaat er een overtrokken beeld van de gabberparty's zoals die de laatste jaren georganiseerd worden. “De gevestigde orde accepteert de nieuwe muziek en bijbehorende uitgaanscultuur niet. Daarom worden de gabbers negatief afgeschilderd. Ook hun ouders hebben geen respect voor de huidige jongerencultuur. Terwijl je op die feesten ziet dat de sfeer heel gemoedelijk is en loyaal.”

Esther Zwaal vertelt dat een deel van het uitgaanspubliek wel tot bezorgdheid aanleiding geeft. Veel jongeren op de feesten hebben een laag opleidingsniveau, sommigen van hen leven volgens Zwaal 'met de dag'. “Ik spreek wel eens jongens of meisjes die zeggen 'als ik vannacht dood ga, nou ja, dan heb ik tenminste vandaag nog een goed feest gehad'.”

Per week verschijnen er een tot drie nieuwe ecstasy-varianten op de markt, zegt Zwaal. De pillen worden weloverwogen gemarket. Voor de meisjes zijn er roze, hartvormige pillen met een opdruk van een duifje of een cupido, voor de jongens zijn er 'stoere', achthoekige 'playboytjes' en 'dolfijntjes' te koop. Een 'dolfijntje' kan van week tot week in samenstelling verschillen, maar dat er veel speed inzit staat tegenwoordig vast. “Ook deze pillen vinden goed aftrek. Dat komt doordat de muziek in de loop van de jaren steeds sneller is geworden,” zegt De Vlieger. “De gabbers hebben het gevoel dat ze die snelle ritmes moeten kunnen 'bijhouden'. Daar helpt speed een handje bij.”

Anti-alles

Maar hoe harder de muziek en hoe meer speed aanwezig, des te minder meisjes op de feesten komen. Zo vertelt feestorganisator Raymond Oostendorp van de 'Hellraiser'-party's in de Amsterdamse Sporthallen Zuid. “Een paar jaar geleden ging het slecht met de gabbercultuur, de muziek was toen steeds heftiger en sneller aan het worden, de jongens zaten allemaal op de speed en de meisjes bleven weg.”

Hoe komt het dat de muziek binnen korte tijd steeds sneller is geworden? Michael Wells, de man achter Technohead dat afgelopen zomer een hit had met 'I Wanna Be A Hippy', zegt er over: “Als muzikant wil je steeds extremer, steeds een stapje verder. Want het oor went snel, wat vorig jaar nog heftig klonk is nu een mee te fluiten deuntje.”

Michael Wells komt oorspronkelijk uit Liverpool en woont sinds een paar jaar in Nederland, onder andere omdat zijn muziek hier beter aanslaat. In Engeland geldt gabber als 'ordinair'. Maar in Duitsland en Zwitserland bijvoorbeeld is gabber net zo populair als in Nederland. De aantrekkingskracht verklaart Wells uit de doelmatigheid van de muziek. “Het is net als supermarktmuziek; het doet wat het doen moet. Gabber is ruig, het brengt bij mensen onmiddellijk de energie naar buiten. Het geeft een katharsis.”

Wells noemt deze energie 'nihilistisch', maar het is volgens hem een positief soort nihilisme. “Er is niet een bepaald doelwit, gabber is anti-alles. Een plaat van Extreme Noise Terror begint met de zinsnede 'I'll take you to hell!' en barst dan los met een ratelende beat. Maar het publiek moet daarom lachen, voor hen is het grappig. Ze hoeven geen ge-I love you baby.” Zoals ook de beeldtaal van de gabbercultuur boosaardig is. Flyers (de strooibiljetten waarmee party's aangekondigd worden) zijn versierd met bloeddorstige poppetjes, de hoesjes van de Thunderdome-verzamelcd's tonen een monster dat een naakte vrouw in zijn bebloede klauwen houdt.

De gabbercultuur drijft op bovenmenselijkheid. Niet voor niets zijn de horrorfiguren van cultregisseur Clive Barker zo populair als afbeelding op party-posters. En de door elektronische instrumenten voortgebrachte muziek is zo snel dat het door een mens niet eens nagespeeld zou kùnnen worden - als-ie dat zou willen.

Gabber wekt voor alles de indruk on-esthetisch te willen zijn. De Australian-trainingsjacks zijn wel duur maar niet flatteus, de muziek laat geen harmonieën toe en een kaalgeschoren hoofd geeft de onschuldigste jongen nog een crimineel voorkomen. Is hier sprake van een nadrukkelijk streven naar lelijkheid? “In de loop van de geschiedenis zijn wel meer dingen in eerste instantie lelijk genoemd,” zegt Michael Wells schouderophalend. “Je bent toch niet van de stijl-politie?”

    • Hester Carvalho