Broze 'Waterzooi' van Maguy Marin; Danstheater met mini-piano, trom en mondharmonica

Gezelschap: Compagnie Maguy Marin, productie: Waterzooi , choreografie: Maguy Marin, muziek: Denis Mariotte; kostuums: Montserrat Casanova; licht: Eloi Garcia. Gezien: 4 jan, Muziektheater, Amsterdam. Daar nog te zien 5 en 6 jan.

Waterzooi noemde Maguy Marin het 80 minuten durende werk dat ze in 1993 maakte. Marin, de in de jaren tachtig zo spraakmakende Franse danstheater-maakster wilde een eenvoudige voorstelling maken waar makkelijk mee te reizen viel en waar allerlei ingrediënten in verwerkt waren. Waterzooi dus.

De dertien medewerkers zijn niet alleen als dansers bezig. Ze spreken teksten en verzorgen zelf de uitvoering van de door Denis Mariotte gecomponeerde muziek. Nu zijn die dansers geen geschoolde musici, dus zocht Mariotte naar klanken die aan eenvoudige instrumenten ontlokt kunnen worden: mondharmonica's, fluitjes, mini-piano's met slechts enkele toetsen en natuurlijk een trommel.

Dat levert geen bijster interessante of gevarieerde partituur op. Integendeel, minutenlang hoor je dezelfde noten, die een verdovende werking hebben, alsof je een lekkende kraan hoort. De teksten gaan over onrust, liefde, boosheid, vriendschap, verdriet en vreugde. Die oergevoelens worden vaak zeer anekdotisch in beweging en beelden vertaald: extroverte boosheid is stampen met de voeten en met gebalde vuisten schudden, bij ingehouden woede wordt er gegromd en dreigend gekeken, vriendschap is de armen om elkaars schouders, onrust is nerveus heen en weer bewegen op de plek of in de ruimte. Die scènes zijn heel direct en hebben een kinderlijke humor.

Maar er zijn ook fragmenten met een breekbare, poëtische kwaliteit: het aarzelend neerzetten van een voet, het voorzichtig optillen van een lichaam, het tonen van kwetsbare naaktheid, het schuchtere aaneensluiten tot een veilige groep. De veelal gedempte verlichting benadrukt de broze sfeer.

De groepsgedeelten zitten compositorisch heel knap in elkaar, ruimtelijke patronen veranderen harmonieus en logisch en bewegingsfrases worden in verschillende richtingen uitgevoerd waardoor ze steeds een andere uitwerking hebben. De bewegingen hebben een subtiel raffinement dat toont dat Maguy Marin uit een goedgevulde bron van stijlen en technieken kan putten. De kostuums zijn simpel: witte, een beetje tutterige jurkjes voor de vrouwen, witte overhemden en zandkleurige broeken voor de mannen. Wat stoelen aan de zijkant en een uit de lucht dalend object met kleine lichtjes vormen het toneelbeeld.

Een onbestemde productie, soms tergend traag uitgesponnen, dan weer grappig, soms flauw en voorspelbaar, dan weer van een speelse theatraliteit en verrassend van structuur en beweging. Maar de echte pit ontbreekt en je krijgt nergens het gevoel dat die scènes een absolute noodzaak en samenhang hebben. Wat Maguy Marin eigenlijk met Waterzooi wil bleef mij onduidelijk.