Bij de bakker

Leen je wel eens een brood? Misschien een halfje bij de buren als de bakker plotseling dicht is. Vandaag leen ik het stokbrood dat je op het plaatje ziet. Het is van een schilder die het Pain peint noemde. Ik dacht eraan toen ik in het midden van Parijs bij de bakker stond te wachten.

Er waren vier klanten voor mij aan de beurt. Of misschien wel vijf. Soms heb je geen zin al die mensen te tellen. Pain peint is Frans en het betekent 'geschilderd brood'. 't Grapje verdwijnt als je het in het Nederlands gaat vertalen. Als je pain en peint uitspreekt klinken ze precies hetzelfde. Het brood en de verf zijn van dezelfde klank gemaakt.

Dat dacht ik in die bakkerij. Er waren nog twee vrouwen voor mij. Welke kleur had het geschilderde brood? Ik wist het niet meer. Aan de naam kon je het niet aflezen. Rood. Blauw. Geel. Het kon iedere kleur zijn. Het was zo lang geleden dat ik het brood in een museum had gezien. Hier hadden alle stokbroden een mooi bruin korstje. Had pain peint misschien nog een tweede betekenis? Het klonk als pènpèn en zo toeterde in Parijs een politie-wagen. Met die twee gelijkluidende woorden voor dat ene brood had de schilder ook nog een stel agenten laten uitrukken.

Ik pakte het stokbrood dat de verkoopster op de toonbank had gelegd. Wat kregen we nu? Ik had het brood bij de ene punt vast. Een man begon aan het andere eind te trekken. Probeerde hij voor zoiets simpels als een brood nog voor te dringen? Ik trok en hij trok. We gaven het geen van beiden op. De bakkersvrouw keek mij verschrikt aan. Toen zag ik het. Er zat al een stokbrood onder mijn arm. Ik had vlak bij de toonbank zo diep nagedacht over het geschilderde brood dat ik m'n eerste bestelling helemaal was vergeten.

Buiten begon ik van het brood te eten. Was het anders gegaan als ik in de winkel een croissant had besteld? Je kent die broodjes wel. Ze zien eruit als een halve maan. En ze hebben ook iets van een komma. Die had dan zeker een keer of tien in dit stukje gestaan. Nu komt er geen één in voor.

    • K. Schippers