'Als je de pen neerlegt, is het afgelopen'

'Kun jij niet een leuk stuk over de staking in Frankrijk schrijven', had iemand hem laatst nog gevraagd. 'Je mag er best de ruimte voor nemen.' Hij moest er niet aan denken. “Alsjeblieft zeg.” De 'republiek' heeft hem als 22-jarige jongen “ontknaapt” - daar is hij haar dankbaar voor - en in Parijs leerde hij dat het verschil tussen goed en kwaad complexer ligt dan zijn ouders hem hadden doen geloven. Maar nu is het op. “Frankrijk is een normaler land geworden. De strijd tussen socialisten en gaullisten is uitgevochten.”

Sinds begin deze week loopt Philip Freriks fulltime rond op de Journaal-redactie. Vanaf maart zal hij - om de week - het Journaal presenteren. Nu al beseft hij wat hij in zijn jaren als correspondent voor de Volkskrant en de NOS het meest heeft gemist: de discussies met collega's. “Als je ouder wordt”, zegt Freriks in de NOS-kantine ('Bistro Vies'), “word je eigenlijk onzekerder. Dan heb je meer behoefte om te overleggen.” Bovendien, vertelt Freriks, werd het correspondentschap steeds zwaarder. De Volkskrant werd met het katern dikker en ook het Journaal kreeg meer bulletins. “Er was steeds meer vraag en het moest steeds sneller. Ik word ook een dagje ouder.”

Presentator zijn van het NOS-Journaal is een opwindende baan, vindt Freriks. Hij weet dat het in bepaalde kringen bon ton is om laatdunkend te doen over televisie in het algemeen en het Journaal in het bijzonder. “Maar het Journaal is een redelijk adequate nieuwsrubriek. De redactie heeft nauwelijks tijd om over het nieuws na te denken, maar moet het wel op een goede manier overbrengen. En de kijker verwacht veel, heel veel.” Het schrijven van presentatieteksten moet Freriks nog in zijn vingers krijgen. Nou kan hij natuurlijk “best een stukje schrijven”, maar dit is anders. “Bij een tekst van enkele tientallen seconden komt het soms aan op één woordje. Je kunt weinig nuanceren. Dus je moet verdomd zeker zijn van je zaak.”

Hoe de relatie tussen hem en de kijkers zal uitpakken? Freriks gaat er van uit dat het begin moeizaam zal zijn. “Kijkers zijn conservatief. Ze zullen ontzettend aan mij moeten wennen. Dat zullen ze me niet in dank afnemen.” Dus daar wapent hij zichzelf maar alvast tegen. “Het zal wel vanzelf bijdraaien.”

Freriks vertrok op zijn tweeëntwintigste naar Parijs om journalist te zijn. “Ik wist dat als ik gewoon van onderaan zou beginnen, ik nooit ver zou komen.” En zijn grootste schrik was het tot in lengte van dagen bijwonen en uittikken van gemeenteraadsvergaderingen. “Mijn moeder zat in de gemeenteraad.” Dus besloot hij om - bij wijze van opleiding - alle grote wereldsteden een paar maanden te bezoeken. Maar hoe gaan die dingen? Hij trok in bij zijn Franse vriendinnetje (inmiddels zijn vrouw) en het jaar was om voordat hij het wist.

“Het was één groot feest”, vertelt Freriks over de jaren zestig in Parijs. Terwijl hij “druk was met integreren” bereikten hem over de Franse radio berichten over provo in Nederland. “Twee jaar later barstte 1968 in mij los.” De filosofische gedachten vlogen de beschermd opgevoede twintiger om de oren. De nuances tussen maoïsten, trotskisten en marxisten ontgingen hem wel een beetje, maar wat deed het er toe? “Het was de verbeelding aan de macht. Het idee van een mooie, nieuwe wereld zonder compromissen.”

Toen bleek dat die idee niet met de realiteit strookte en de Parijse activisten na mei 1968 hun wonden likten (volgens Freriks zouden velen later zelfmoord plegen) stelde de Utrechter voor zichzelf vast dat hij maar weinig van de wereld wist en ging politieke wetenschappen studeren. In 1971 begon hij als correspondent voor het Parool. Van 1974 tot 1977 was hij even terug in Nederland en werkte bij de VARA als redacteur voor Achter het Nieuws en als presentator van het politieke programma Haagse Kringen.

“Mijn VARA-trauma”, zegt Freriks. “Alleen maar geruzie en ideologische onzin-discussies.” Als hij het bord 'Hilversum' zag staan, moest hij zich inhouden om niet op het gaspedaal te gaan staan en richting Parijs te scheuren. “Ik had ontzettend veel moeite om in zo'n ploegje te functioneren. Om me onder de massa te scharen en dingen samen te delen.”

Ook als anchorman van het best bekeken Nederlandstalige programma blijft hij - één week op, één week af - in Parijs wonen. Zijn Franse vrouw is voor haar werk aan Frankrijk gebonden. Zij werkt veel in Marseille, hij in Hilversum. “Dus vinden we elkaar in Parijs.” In de weken dat hij in Parijs verblijft zal hij vooral schrijven. Daar hoeft niemand van te schrikken. Geen roman, geen memoires, gewoon wat boekjes over leuke dingetjes die hij nog in zijn hoofd heeft. “Net als een sportman moet je blijven trainen”, zegt hij. “Zodra je de pen neerlegt en de tekstverwerker uitzet is het afgelopen.”

    • Monique Snoeijen