Aftreden van Murayama leidt niet tot ander beleid

TOKIO, 5 JAN. De partij van de aftredende Japanse premier Tomiichi Murayama, de sociaal-democratische SDP, begint steeds meer als een afdeling van de LDP, de grootste coalitiepartner, te functioneren. De LDP was jarenlang in het bezit van de regeringsmacht. Het was gebruikelijk dat het premierschap en ministersposten binnen de partij rouleerden zodat alle facties in gelijke mate de smaak van de macht konden proeven.

Murayama past dit systeem nu in feite ook toe. Daarbij is het echter alleen de vraag of zijn partij het premierschap ooit weer terugkrijgt. Kabinetsleden zijn in Japan ook parlementsleden en ontslag is slechts een stoelendans, geen definitief afscheid van de politieke arena. Het parlement is gevuld met oud-premiers en Murayama voegt zich nu in hun gezelschap.

Het ziet er dan ook niet naar uit dat het Japanse regeringsbeleid in de nabije toekomst veel zal veranderen na het besluit van Murayama om op te stappen. De coalitie is het in grote lijnen eens over voortzetting van de huidige regering.

Momenteel wordt er onderhandeld over de invulling van de details van het beleid voor een nieuwe regering onder premierschap van Ryutaro Hashimoto van de Liberaal-Democratisch Partij (LDP). Deze is nu minister van handel en industrie maar in Japan wordt er algemeen van uitgegaan dat hij de opvolger van Murayama zal zijn.

De SDP van Murayama bevindt zich momenteel in een lastig parket. Bij Hogerhuisverkiezingen afgelopen zomer behaalden de sociaal-democraten een teleurstellend resultaat en het nieuwe kiesstelsel dat vorig jaar is ingevoerd, biedt de SDP niet veel kansen voor de toekomst.

In dit stelsel levert elk district slechts één afgevaardigde. Vroeger varieerde het aantal tot maximaal vijf, waardoor ook afgevaardigden van kleinere partijen een kans hadden. Door het nieuwe systeem, zo is de verwachting, zijn slechts twee partijen sterk genoeg om te overleven. Deze twee partijen zijn de LDP en de oppositiepartij Shinshinto, die hoofdzakelijk uit vroegere leden van de LDP bestaat.

Binnen de SDP wordt daarom vraag gesteld hoe verder te gaan. Dat heeft geresulteerd in een strijd tussen twee kampen. Aan de ene zijde bevindt zich het kamp dat de partij wil opheffen om ruimte te maken voor een 'democratische-liberale' beweging, geleid door de secretaris-generaal van de partij, Wataru Kubo. Ook in Japan heeft het einde van de Koude Oorlog geleid tot de verdwijning van het socialistische gedachtengoed.

Deze beweging, aldus de voorstanders, zou ook leden van andere partijen moeten opnemen zoals van de kleinste coalitiepartner Sakigake. Maar het probleem van deze beweging is dat er vanuit andere partijen weinig animo is om toe te treden.

Aan de andere kant bevindt zich het kamp van Murayama dat geen haast wil maken met opheffing van de partij maar de 'ontwikkelingen' liever wil afwachten. Met 'de ontwikkelingen' wordt dan vooral de aanloopperiode naar de volgende verkiezingen voor het Lagerhuis bedoeld. Deze moeten uiterlijk in 1997 plaatshebben.

Vorige maand sloten de leiders van de drie regeringspartijen (LDP, SDP en de splinterpartij Sakigake) een principe-overeenkomst om elkaars kandidaten te steunen. Concreet zou dit moeten inhouden dat de drie partijen in een aantal districten niet elk een eigen kandidaat naar voren schuiven. Zo zou de SDP dus kunnen hopen te overleven dankzij steun van de LDP.

In december meldden leden van deze partij dat deze overeenkomst de weg had vrijgemaakt voor de overdracht van het premierschap van de SDP aan de LDP. Dit is vandaag dus gebeurd. De vraag waarover nu gespeculeerd wordt, is of er een splitsing in de SDP zal plaatshebben en een deel zal opgaan in de oude rivaal, de LDP, en een ander deel in de oppositiepartij Shinshinto.

    • Hans van der Lugt