365 keer drukker; Het verkeer over de Waal

“Ik ging naar Bommel om de brug te zien” dichtte Martinus Nijhoff in 1934. Op 18 januari zal Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat de nieuwe brug over de Waal bij Zaltbommel openen. Een nieuwe brug vraagt om nieuwe gedichten. Het Cultureel Supplement nodigde negen auteurs uit om geïnspireerd op de brug een gedicht te schrijven. Kasper Jansen bespreekt de files op de oude brug en Bernard Hulsman de architectuur van de twee bruggen. “De nieuwe Waalbrug staat in de Nederlandse traditie van zakelijke bruggen.”

Toen de Waalbrug bij Zaltbommel op 18 november 1933 werd geopend door koningin Wilhelmina, was het onduidelijk waarom de brug eigenlijk was gebouwd ter vervanging van het oude Waalveer. In 1934 kwamen er tachtigduizend auto's overheen. Dat waren er 219 per dag, gemiddeld 9 per uur. Nu passeren per uur gemiddeld 3333 auto's, dat zijn er 80.000 per dag. In zestig jaar is het verkeer dus precies 365 keer drukker geworden.

Het is een wonder dat de Waalbrug zo lang het verkeer nog heeft kunnen verwerken. Al waren er frequent files, elke dag gingen er toch 80.000 auto's overheen. Dat bewijst hoe ruim de overcapaciteit van de oude Waalbrug met vier rijstroken destijds was. Nu de nieuwe Waalbrug met acht rijstroken opengaat, is alweer sprake van een tweede nieuwe brug, die over vijftien jaar nodig zou zijn. Als het verkeer zich zou blijven ontwikkelen zoals in de afgelopen zestig jaar, dan zouden in het jaar 2055 365 keer 80.000 auto's de Waal passeren: per dag 29.200.000. Per jaar zouden dat er er 10.658.000.000 zijn: ruim boven de tien miljard!

De capaciteit van 80.000 auto's ging wel ten koste van de veiligheid op de oude Waalbrug. De brug was met zijn vier te smalle rijbanen levensgevaarlijk en eiste dan ook talloze slachtoffers. Vooral bij storm was het voor personenauto's eigenlijk ondoenlijk de brug via de middelste rijstroken te passeren. Als men rakelings een vrachtwagen voorbij was, kreeg de auto een forse zijdelingse windstoot, die wel tot ongelukken moest leiden. Het is voor velen fataal geweest dat de nieuwe brug niet eerder is gebouwd.

Zelf durfde ik de oude brug ook bij goed weer alleen maar te passeren over de rechterbaan, voortsukkelend tussen de vrachtauto's. Ondertussen zei ik dan geduldig het gedicht 'De moeder de vrouw' van Nijhoff op, totnutoe terecht gelovend in de waarheid van de slotwoorden Zijn hand zal u bewaren. Als ik het gedicht zou moeten aanpassen aan de nieuwe situatie, zou het als volgt luiden:

Ik ging naar Bommel om de brug te zien in de A2. Ik zag de nieuwste brug vanaf de trans van de St Maarten Als een hedendaagse kathedraal tussen de Dom en de St Jan, Hoog en breed en lang, een netwerk tussen de hemel en de aarde. Tussen vier slanke torens, geschraagd door wonderlichte kabels, Voerde hij stromen auto's veilig zoevend over het water van de Waal, Zwevend, zwoegend en zuchtend van 't zinderend verkeerslawaai Zodat de tuien trillend zongen als de snaren van Davids harp. Later, in 't gras denkend aan Holland, dacht ik: Ach! Wat zijn rivieren nog in dit door onszelf geschapen land? Geen woeste wateren van aanvang met de allereerste geest daarover waaiend, Maar saai bedijkte vaarwegen, traag en tam, ondanks hun winterwraak. Straks bouwen we steeds meer bruggen en nog bredere alsmaar, tussen Ooipolder en Europoort. Het oneindig laagland Wordt dan helemaal overkluisd door beton en staal: Hollands helse hemel, ook al gemaakt door mensenhand.

    • Kasper Jansen