Wereld-poppen in het Tropen-museum; Woeste koppen met wapperende lijven

Overal in de wereld beleven poppen en marionetten hun vrolijke of droevige avonturen. De vrienden van Jan Klaassen zorgen voor lering en vermaak, maar leveren vaak ook maatschappijkritiek. Niet alleen voor kinderen dus. Verre vrienden van Jan Klaassen. Poppenspel in Afrika en Azië. T/m 1 sept 1996. Tropenmuseum Amsterdam. Informatie cursussen, lezingen en voorstellingen: 020-5688422.

Elisabeth den Otter: Verre vrienden van Jan Klaassen. Uitg. Tropenmuseum, ƒ 24,50.

In de traditionele Jan Klaassenvoorstellingen hebben de Surinaamse mevrouw Pengel en de Turkse Karagöz al een plaats gevonden. Daarom heeft het Amsterdamse Tropenmuseum de opperbaas van de vaderlandse poppenkast aangewezen om op te treden als gastheer voor beroemde collega's uit andere landen. Zoals de dikbuikige grappenmaker Teu uit Vietnam, de goddelijke Krishna uit India, de Turkse kwajongen Karagöz en de mythische buffel Sigi uit Mali. Om zich heen hebben zij verschillende figuren uit de traditie van het betreffende land verzameld, aangevuld met voor het spel benodigde maskers en muziekinstrumenten.

Jaarlijks organiseert het Tropenmuseum in de grote hal een omvangrijke, langlopende expositie, die je naar analogie van de in het theater gebruikelijke benaming als 'familietentoonstelling' zou kunnen aanduiden. Onder de titel Verre vrienden van Jan Klaassen wordt dit jaar poppenspel uit Azië en Afrika gepresenteerd. Getoond worden schaduwfiguren (wayangspel), hand- stok- en draadpoppen, de beroemde waterpoppen uit Vietnam en de levensgrote, door drie man bespeelde bunrakupop uit Japan. Spectaculair is de uit Sumatra afkomstige 'dodenpop', die echt kan huilen door de natte sprons achter de ogen te manipuleren.

De bezoeker vertrekt dicht bij huis, vóór de oude kast van Janus Cabalt (Rozenstraat 82 huis, te Amsterdam), het negentiende eeuwse poppenspel dat later is overgegaan naar theater Pantijn op de Dam. Een lange route kronkelt vervolgens langs en door een groot aantal kabinetten, waar iets zichtbaar wordt van de uiteenlopende functies van het poppenspel: overdragen van normen en waarden, kritiek leveren op maatschappelijke situaties en natuurlijk altijd het verschaffen van vermaak. Interessant is dat het spel met poppen niet alleen blijkt te horen bij het enigszins stoffige gebied van de folklore. Op allerlei plaatsen in de wereld herleven tradities, worden nieuwe poppensets naar oud model vervaardigd - zowel in oude als nieuwe vorm tentoongesteld - en videobeelden tonen een recente voorstelling in Togo, waar vijf zwarte spelers hun marionetten onder veel kabaal en gelach laten uitleggen waarom vrijen zonder condoom zo gevaarlijk is.

Er is de samenstellers veel aan gelegen om hun materiaal tot leven te wekken. Een pop zonder spelers, muziek en verhaal is immers niet veel meer dan een min of meer kunstzinnig voorwerp. Zo is het 'echte' spel te zien op videobanden en zijn er duistere zitjes, waar je de verhalen kunt horen terwijl de bijbehorende poppen op het moment van hun optreden worden belicht. Voor kinderen is er een apart 'spoor' door de tentoonstelling, dat hen met kleine opdrachten bij de les probeert te houden. Toch zal de leek op een zeker moment de draad kwijt raken tussen alle uitheemse tovenaars, draken, clowns, prinsessen en monsters, die lijken samen te smelten tot een soort mondiale pop met een woest geschilderde kop en en wapperend lijf. Wie daar last van heeft kan terug vallen op een informatief, ruim geïllustreerd boekje en ook voor kinderen is er een aardige uitgave met uitknippoppen en verhalen. Maar het allerleukste zal het waarschijnlijk zijn om gewoon naar een van de voorstellingen te gaan die elke maand geprogrammeerd worden. Tenslotte zijn al die poppen bedoeld (geweest) om op te treden en het hooggeëerd publiek mee te laten leven met hun vrolijke, treurige en spannende avonturen: “Kijk uit! Achter je!”

    • Bregje Boonstra