'Waarheidscommissie' is risico voor stabiliteit Z-Afrika

KAAPSTAD, 4 JAN. Aartsbisschop Desmond Tutu had zijn pensioen wel verdiend. Hij trotseerde jarenlang het apartheidsbewind, weerstond het getreiter van de blanke geheime dienst en vocht onvermoeibaar voor economische sancties tegen Zuid-Afrika. Tegelijkertijd hield hij, ondanks momenten van desperate twijfel, de hoop op een rechtvaardiger toekomst onder de zwarte bevolking in leven. Maar nu, in het jaar dat hij zich wilde terugtrekken uit het religieuze ambt, staat de Nobelprijswinnaar voor zijn zwaarste taak: Desmond Tutu moet Zuid-Afrika verzoenen met het verleden.

Op verzoek van zijn vriend Nelson Mandela nam Tutu het voorzitterschap op zich van de Commissie voor Waarheid en Verzoening, die deze week officieel met haar werk is begonnen. De 'Waarheidscommissie' gaat de komende twee jaar wroeten in de poel van Zuidafrikaanse trauma's: de moorden, verdwijningen, folteringen en bomaanslagen van de 'vuile oorlog' tussen 1960 en 1993. De commissie kan amnestie verlenen aan aanhangers van beide partijen in het conflict, de apartheidsstaat en de bevrijdingsbewegingen, indien zij vrijwillig hun daden bekennen. En zij kan slachtoffers hun verhaal laten vertellen en geldelijk compenseren voor het leed.

De voorstanders geloven in de heilzame werking. De natie moet de waarheid over de gruwelen van het verleden onder ogen zien om zo een nieuw moreel fundament onder de samenleving te leggen. De Waarheidscommissie zal volgens hen leiden tot respect voor de wet. Dat respect is aangetast door de manipulatie van het rechtssysteem in het verleden. De staat achtte alles geoorloofd om de rassenscheiding uit te voeren en te verdedigen. De wet schiep tweederangsburgers en werd opzij geschoven met noodtoestanden wanneer die burgers zich verzetten.

Bisschop Tutu ziet zijn nieuwe baan vooral als “een spirituele, religieuze ervaring”. Biecht, boetedoening en vergiffenis - de Waarheidscommissie als reiniging van de nationale ziel. Het is een nobel doel maar het versluiert volgens tegenstanders en meer sceptische waarnemers de politieke lading. Zij waarschuwen dat het werk van de commissie kan uitmonden in een strafexpeditie tegen de heersers van het verleden en hun volgelingen. Die Zuidafrikanen met besmette verledens, vooral blanke Afrikaners, spelen nu een rol in de wederopbouw van de samenleving - in het leger, de politie, de ambtenarij en de politiek. Als de zoektocht naar de waarheid niet goed in de hand wordt gehouden, of politiek wordt misbruikt, kan dat volgens de critici ernstige risico's inhouden voor de ontluikende politieke stabiliteit en nationale verzoening in Zuid-Afrika.

Het land mag bevrijd zijn van de apartheid, het is nog steeds een gevangene van zijn verleden. Het Zuidafrikaanse compromis was een pact tussen non-winnaars en non-verliezers: een bewind dat niet omver te werpen was maar de legitimiteit miste om verder te regeren, en een bevrijdingsbeweging die de macht niet met geweld kon overnemen maar de overweldigende steun van de bevolking had. De oplossing was een troebel akkoord tussen gevangenen en cipiers, gefolterden en folteraars, moordenaars en nabestaanden. De katharsis van een revolutie of tribunaal voor oorlogsmisdadigers bleef uit. Zuidafrikanen moesten, soms tegen wil en dank, met elkaar verder.

Het verleden blijft daardoor het heden op de hielen trappen. Velen hebben geen idee waar hun kinderen, vrienden en geliefden zijn gebleven. De weduwen van Steve Biko en talloze anderen weten niet wie de opdrachtgevers of uitvoerders van de moord op hun echtgenoot waren. De sluier is inmiddels opgelicht over de betrokkenheid van leger en politie bij het zogeheten zwart-tegen-zwart geweld van de afgelopen jaren, maar in hoeverre waren het bewuste acties van de regering? Om de politici van het oude regime, die nu meedoen in de regering van nationale eenheid, hangt dan ook nog de geur van medeplichtigheid. En de natie zou best willen weten of en zo ja welke ANC'ers op de informantenlijst van de apartheidsstaat stonden, en wie opdracht gaf tot bomaanslagen op soft targets in een hamburgerrestaurant.

De Nationale Partij (NP) van vice-president De Klerk heeft het meest te vrezen van de waarheid. De partij was sinds 1948 aan de macht, bedacht de apartheid en voerde haar uit ten koste van onnoemelijk veel menselijk leed. Tijdens de onderhandelingen over een non-raciale grondwet wilde de NP liefst een algehele amnestie afkondigen. Het ANC van Nelson Mandela liet de NP weten dat het eenmaal aan de macht een dergelijke amnestie niet zou erkennen, vanuit de overtuiging dat misdadigers zichzelf niet kunnen vergeven. In de interim-grondwet kwamen de partijen tot de formule dat de nieuwe regering amnestie zou verlenen, volgens een mechanisme dat haar goeddunkt. In de nadagen van zijn bewind probeerde De Klerk zonder medeweten van het ANC nog 3.500 volgelingen, onder wie twee ministers, vrijwaring van vervolging te verlenen. Mandela schoof de beslissing terzijde.

De Klerk moest genoegen nemen met de Waarheidscommissie, en heeft als enige troost dat de misdaden met een politiek oogmerk van beide partijen aan onderzoek worden onderworpen. Om zijn achterban gerust te stellen over de Biegbank, zoals de Waarheidscommissie in Afrikaner kranten snerend wordt genoemd, hamert De Klerk erop dat dienaren van het apartheidsbewind en anti-apartheidsstrijders dezelfde behandeling krijgen. Het ANC maakte zich vooral zorgen over de slachtoffers en hun nabestaanden. Die zorg berust vaak op persoonlijke ervaringen. ANC-leider Thabo Mbeki vertelde eens hoe zijn neef in de jaren tachtig spoorloos “verdween”. Op zijn eerste werkdag als vice-president belde de vrouw van de neef. Nu Thabo aan de macht was, kon hij zeker wel uitvinden wat er met haar man was gebeurd?

Terwijl veel blanken hun schuldgevoel willen begraven onder “vergeten en vergeven” - vind in Zuid-Afrika vandaag de dag nog maar eens een blanke die voor de apartheid is geweest - eisen veel zwarte aanhangers van het ANC vervolging van de daders voor de rechtbank. Daarom koppelde de regering-Mandela de verlening van amnestie aan openbaarmaking van daden en namen van daders en aan compensatie voor de slachtoffers. Tutu's Waarheidscommissie heeft daardoor meer tanden dan soortgelijke commissies in Latijns Amerika, die bij hun onderzoeken naar de wandaden van militaire regeringen geen amnestie konden verlenen of namen openbaar konden maken.

Nog voordat haar werk was begonnen, had de Waarheidscommissie 2.200 verzoeken om amnestie binnengekregen. Daartoe behoorden nog niet de beruchte 3.500 van De Klerk. Tutu en zijn zestien mede-commissieleden hebben vergaande bevoegdheden gekregen. De commissie kan zelf personen dagvaarden en zaken doorverwijzen naar de officier van justitie voor vervolging. Zij kan in het openbaar daders verhoren en zelf onderzoek instellen. Verder moet zij hopen dat een mengeling van calvinistisch berouw, angst voor collega's die gaan praten, en stapels geheime dossiers die niet zijn versnipperd - door sommigen zelfs bewaard als 'levensverzekering' - de waarheid dichterbij brengt. De commissie krijgt de beschikking over ruim tweehonderd medewerkers en tientallen politiemensen. Daders krijgen een jaar de tijd om amnestie te vragen. Wie al terechtstaat voor misdaden uit het verleden, zoals binnenkort oud-minister van defensie Magnus Malan, kan opschorting van vervolging aanvragen totdat de commissie zich heeft uitgesproken.

De zaak-Malan is een indicatie van de mogelijke politieke consequenties. De havik uit de regering van president P.W. Botha wordt met oud-generaals en officieren van leger en politie en Inkatha-leden verdacht van de moord op dertien zwarten in 1987 in KwaZulu/Natal. Volgens de dagvaarding heeft de regering-Botha in het geheim tweehonderd Inkatha-leden militair opgeleid. Een aantal van hen vormde doodseskaders om ANC-tegenstanders uit de weg te ruimen. Het verzoek tot militaire training kwam van Mangosuthu Buthelezi, leider van Inkatha en destijds zowel premier als minister van politie in KwaZulu/Natal.

Binnen het ANC, dat duizenden aanhangers verloor in het geweld, bestaat een sterk verlangen om door te stoten naar de hoogste verantwoordelijken. De namen van Buthelezi - de voornaamste vijand van het ANC - en De Klerk vallen daarbij steeds weer. De Klerk mag in het buitenland nog steeds als gevierd hervormer dineren bij presidenten en koninginnen, in Zuid-Afrika zijn politieke tegenstanders op zijn huid uit. Veel ANC'ers geloven dat De Klerk van alles heeft geweten, als minister in de regering-Botha, en later als president, toen het democratische proces door het 'politiek geweld' keer op keer dreigde te ontsporen.

De Klerk is vice-president in de regering van nationale eenheid, Buthelezi minister van binnenlandse zaken. Buitenlandse regeringen en investeerders zien hun aanwezigheid in de regering vooralsnog als een voorwaarde voor stabiliteit. Maar als de Waarheidscommissie ontaardt in de 'heksenjacht' die de tegenstanders vrezen, kan de politieke positie van hoofdrolspelers in het Zuidafrikaanse overgangsproces onhoudbaar worden. Het ANC zal niet schromen het verleden van zijn opponenten maximaal uit te buiten. De tol van de waarheid kan zwaar zijn: het einde van de 'grote coalitie', een nieuwe fase van onzekerheid en mogelijk toenemend geweld. Nu al zien medewerkers van de Waarheidscommissie in hun angstdromen bewapende Zoeloe-krijgers oprukken naar hun gebouwen om het verhoor van Buthelezi bij te wonen.

Aartsbisschop Tutu zal in de herfst van zijn loopbaan behalve zijn religieuze vaardigheden ook zijn politiek instinct nodig hebben om de zoektocht naar de waarheid niet te laten ontsporen. Als het mislukt, blijft nationale verzoening een utopie. Als het lukt, en de Waarheidscommissie kan het land inderdaad van het verleden 'genezen', heeft Zuid-Afrika opnieuw een exportartikel in conflictoplossing.

    • Peter ter Horst