Vrees voor contactverlies belemmert telewerken

Handboek telewerken. Onder redactie van W.C.L.Zegveld, Th.C.M.Weijers, T.H. van der Maas en W.F.M. van Lith, Uitg Van Gorcum, Assen, 184 blz. Prijs f. 50,-. ISBN 90 232 3011 6.

Het afgelopen jaar werd het Platform Telewerk Nederland (PTN) opgeheven. Het was nog maar drie jaar oud. De oprichters voelden echter niets voor een zichzelf continuerend systeem, schrijft voorzitter W.C.L.Zegveld in de bundel waarmee het platform afscheid nam. Daarin wordt het verschijnsel van alle denkbare kanten belicht, van architectonische aspecten tot arbeidsvoorwaarden, van management tot mobiliteit.

De term telewerk komt uit Californië, waar men overigens liever spreekt van teleforensen (telecommuting). Hij kreeg vooral bekendheid door de futuroloog Alvin Toffler. In zijn bestseller De Derde Golf (1980) lanceerde deze de gedachte van een electronic cottage. Een elektronische huisindustrie zou de wereld veroveren. Toffler voorspelde het eind van de strikte scheiding tussen wonen en werk, vrije tijd en arbeid. Dit dankzij het tovermiddel van de telecommunicatie. En tot voordeel van het milieu (het einde van de files) en het algemeen welbevinden.

Het is een aantrekkelijke formule. Met name medewerkers met een functie op midden en hoger niveau beschouwen telewerk als een secundaire arbeidsvoorwaarde, signaleert de onderzoekster M.P.J.Vloemans in de PTN-bundel. Volgens een enquête van de vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel MHP uit 1991 wil meer dan de helft van dit kader voor een deel van de arbeidstijd telewerken. Deze vakcentrale behoorde samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat (fileproblemen) tot de oprichters van het platform.

Nederland komt internationaal gezien niet slecht uit de bus met naar schatting 80.000 telewerkers. Dat is 66 per 10.000 tegenover 48 in Duitsland, 36 in de VS en 8 in Frankrijk. Het potentieel werd enkele jaren geleden door TNO-Apeldoorn echter berekend op een kwart van de actieve beroepsbevolking, pakweg 1,3 miljoen mensen.

De grote doorbraak laat op zich wachten. “Het is duidelijk dat telewerken eerder een stapsgewijze dan een pijlsnelle introductie doormaakt”, constateert de afgezwaaide PTN-directeur R.C.M. Lansman die thans als zelfstandig gevestigd adviseur telewerkprojecten begeleidt. Toch is er van alles aan de gang. Een recente brochure noemt onder meer de volgende voordelen en voorbeelden:

- Het opvangen van piekbelasting. Het postorderbedrijf OTTO, waar de telefoon vaak roodgloeiend staat - ook buiten kantooruren - schakelt klanten door naar een pool van telewerkers die rond de klok, zeven dagen per week beschikbaar is.

- Besparing reiskilometers. De telewerkers bij het ministerie van Landbouw reizen ieder op een telewerkdag gemiddeld 70 kilometer minder dan normaal. Dat scheelt bovendien per telewerker 2,3 uur reizen per dag.

- Besparing op kantoorkosten. Doordat 800 medewerkers geen vaste werkplek meer hebben, bespaart IBM in haar nieuwe kantoorpand in Utrecht jaarlijks 6,2 miljoen gulden.

- Behoud van ervaren personeel. Ervaren part-time werkkrachten die het werk op kantoor niet meer kunnen combineren met het gezinsleven kunnen bij het verzekeringsbedrijf OHRA thuis werken. Het bedrijf spaart daardoor mede de kosten van vervanging en opleiding uit. Ook de telewerkers zelf tonen zich content: het verloop is nul.

- Hogere produktiviteit en betere dienstverlening worden gemeld door de Rabobank te Eindhoven (15 procent produktiviteitsstijging bij kredietadviseurs die vanuit huis werken) en het automatiseringsbedrijf Digital Equipment, dat zijn klanten beter en sneller zegt te bedienen met verkopers, consulenten en onderhoudsmonteurs die vanuit huis werken.

Telewerk heeft natuurlijk ook keerzijden. Niet ieder huishouden is ingericht op een indringende vermenging van werk en privé-leven. Indringend zijn niet in de laatste plaats de controlebevoegdheden van de werkgever, waarschuwt H.H. de Vries, die een proefschrift schreef over de juridische aspecten van 'huistelematica'. Krachtens de arbeidsomstandighedenwet mag de werkgever ook thuis inspecties uitvoeren. Dezelfde moderne elektronica die het werken op afstand mogelijk maakt, kan trouwens worden gebruikt voor allerlei gedrags- en prestatiecontroles op afstand.

De voornaamste oorzaak voor de behoedzame opkomst van het telewerk, zoals het is genoemd, vormt toch wel de vrees het contact te verliezen. Managers zijn bang hun greep op telewerkend personeel kwijt te raken, het personeel is bezorgd dat werken op afstand ten koste gaat van hun carrièremogelijkheden. Arbeidspsycholoog J.M.M. van der Wielen betwijfelt of de vaak verkondigde stelling dat telewerk voor beide partijen een 'win-win situatie' oplevert, werkelijk opgaat. Men moet niet onderschatten wat de breuk met het klassieke patroon betekent voor een arbeidsorganisatie. Geografisch gespreide arbeid is een nieuwe manier van werken en dient dan ook als zodanig te worden behandeld.

Hetzelfde geldt voor de fileproblemen. Telewerken heeft het voordeel dat het de congestie bij de bron aanpakt, constateert H.D.Spitje van het Verkeerskundig Studiecentrum in Groningen. Er is echter zoveel geïnvesteerd in de oude infrastructuur dat de omschakeling niet vanzelf gaat. Spitje vindt dat de overheid het telewerk daadwerkelijk moet stimuleren, bijvoorbeeld door middel van belastingvoordelen.

Telewerk past uitstekend in de plannen voor een elektronische snelweg, die met veel verve wordt gepousseerd door het paarse kabinet. Meer in het algemeen sluiten nieuwe elektronische werkpatronen aan bij de toenemende behoefte aan flexibiliteit in onze samenleving waarop verschillende medewerkers aan de PTN-bundel de nadruk leggen. Daarbij past dat telewerk 'maatwerk' is, zoals TNO-Apeldoorn het indertijd uitdrukte in zijn studie.

Er dient met andere woorden te worden opgepast voor een zwart-wittekening. Deskundigen spreken al van telewerk wanneer iemand twintig procent van zijn werktijd (één werkdag) thuis verricht of op locatie werkt als 'telenomade'. Wat die belastingvoordelen betreft heeft H. Brand in de bundel echter een ontnuchterende mededeling: “Telewerken is fiscaal pas interessant bij drie of meer dagen per week”.

    • F. Kuitenbrouwer