Vaginale infectie veroorzaakt zes procent van vroeggeboorten

Zwangere vrouwen met een bacteriële infectie van hun vagina lopen een 40% grotere kans op een vroeggeboorte dan vrouwen zonder infectie. De infectie is makkelijk op te sporen en tijdens de zwangerschap te verhelpen met antibiotica, waardoor het aantal vroeggeboorten kan worden gereduceerd.

Een kind dat voor de 37ste week van de zwangerschap is geboren of lichter dan 2500 gram is, heeft een behoorlijke kans om kort na de geboorte te overlijden. Op latere leeftijd kunnen er neurologische afwijkingen tot uiting komen, of zelfs misschien, blijkt uit omstreden Engels onderzoek, hart- en vaatziekten op jonge leeftijd.

De belangrijkste risicofactoren voor een te vroege bevalling is een eerder doorgemaakte vroege bevalling. Ook een laag gewicht (minder dan 50 kilo) van de moeder is een risicofactor, evenals roken, een eerdere miskraam en een eerste zwangerschap. In de VS is ook het ras van de moeder een risicofactor die niet helemaal zijn te verklaren door sociaal-economische verschillen. Een laag geboortegewicht komt in de VS voor bij 13,3% van de zwarte vrouwen, bij 6,2% van de Zuidamerikaanse, 6,0% van de blanke en 4,9% van de Chinese vrouwen.

In de VS ligt de sterfte rond de geboorte al jarenlang veel hoger dan in andere Westerse landen. Het inzetten van meer medische techniek rond de geboorte heeft daar niets aan kunnen verhelpen. Daarom groeide de aandacht voor vermijdbare medische complicaties die over het hoofd zijn gezien en ontstond de aandacht voor bacteriële infecties.

In twee grote onderzoeken is nu aangetoond dat bacteriële infecties van de vagina (vaginose) de kans op vroeggeboorte vergroten, maar ook dat testen en antibioticabehandeling tussen de twintigste en dertigste week van de zwangerschap de gevolgen beperkt (The New England Journal of Medicine, 28 dec). Bij vrouwen die al eerder te vroeg baarden en een vaginose hadden daalde het percentage vroeggeboorten door de antibioticakuur van 49 naar 31%. In dit onderzoek kregen zwangere vrouwen antibioticapilletjes of neppilletjes, of ze nu een infectie hadden of niet. Bij vrouwen waar geen infectie werd vastgesteld maakte het niet uit of er neppillen of echte antibiotica was geslikt. Als antibiotica werden metronidazol en erythromycine gegeven, maar van het laatste middel is niet duidelijk of het echt effect heeft.

In het tweede onderzoek werd bij 10.397 vrouwen tussen de 23ste en de 26ste week van de zwangerschap onderzocht of ze een vaginose hadden. Er werd niet behandeld en de 16% vrouwen met vaginose hadden een 40% grotere kans op een vroeggeboorte.

Vaginose wordt veroorzaakt door bacteriën die de normale lactobacilluspopulatie in de vagina verdringen. Vaak zijn het anaërobe bacteriën, of bacteriën van een streptokokkenstam, of van de stammen Gardnerella vaginalis en Chlamydia trachomatis. Infectie met het organisme Mycoplasma hominis verhoogt het risico op vroeggeboorte nog verder. Onbekend is hoe de bacteriën vroeggeboorte veroorzaken. De diagnose vaginose werd overigens gesteld op de zuurgraad van de vagina (pH groter dan 4,5), en op de vislucht en enkele andere kenmerken van de vagina-afscheiding.