Thomas

De rapportvergadering begint met de controle van 375 cijfers. Vijftien leraren hebben vijfentwintig leerlingen een cijfer gegeven. In iedere kolom staan de cijfers van één vak, op iedere rij staat het rapport van een leerling. Na de laatste correctie, ''de 6 bij wiskunde van Michiel moet een 7 zijn'' leest de conrector het aantal onvoldoendes per leerling: ''3, streep, streep, 2, 4, streep....''. ''Streep'' betekent: deze leerling heeft geen onvoldoendes.

Terwijl de conrector Carla aan de orde stelt, Carla heeft vier onvoldoendes en als dat zo doorgaat, gaat het mis, wat denkt Engels er van en Engels vindt dat het aan inzet ontbreekt en dat ze slecht geconcentreerd is, doe ik stiekem een klusje tussendoor: het tellen van de onvoldoendes per vak. En dan verbaas ik me weer. De rapportvergadering stelt 375 cijfers, 375 oordelen over kinderen vast. De 25 leerlingen produceren gezamenlijk 40 onvoldoendes. Daar wordt over gepraat. Maar de 15 docenten die naar eigen oordeel 40 leerlingen te weinig hebben geleerd, nee, daar wordt niet over gepraat. Zelfs niet als de één nul en de ander tien onvoldoendes heeft uitgedeeld.

In de economiebijlage las ik lang na de laatste rapportvergadering: ''Als Reibestein (de nieuwe baas bij McKinsey, RK) nu een land zou mogen creëren, wist hij het wel. 'Ik zou de beste normen van de toonaangevende bedrijven overnemen. Toyota heeft in Amerika dezelfde werknemers als andere autofabrikanten, maar de produktiviteit ligt twee keer zo hoog. Hewlett Packard weet waar ook ter wereld dezelfde hoge produktiviteit te bereiken. Toys R Us heeft superieure opvattingen over distributie. Adopteer de beste managementprocessen, daar gaat het om.''

Zo is het en zo is het ook op een school. Als ik nu een school zou mogen creëren, wist ik het wel. Ik zou de beste normen van de toonaangevende docenten overnemen. Adopteer de beste onderwijsprocessen, daar gaat het om.

Er loopt op school een hulk van een man met een merkwaardig schommelende gang. Hij heeft iets van de simpelheid van Urbanus. In z'n opstandige jaren was hij nog linkser dan z'n haar rood was. Zijn vurige baard wordt langzaam grijs, ook mooi kleurend bij eeuwig spijkerblauw. Hij maakt grapjes die soms niet leuk zijn en vertelt verhalen die soms te lang zijn. Met jongens debatteert hij over voetbal, tegen meisjes trekt hij gekke gezichten, waar die meisjes altijd weer om moeten lachen. Hij is gek op Asterix, op Belgen en op Belgisch bier.

De deur van zijn lokaal staat dikwijls open. Je kunt hem zien oreren met ogen vol vuur, zo dwingend dat geen kind een kant uitkan, of je ziet hem met grote hanepoten het bord steeds voller schrijven. Zo wil ik eigenlijk niet les geven. Maar in zijn kolom op de rapportlijst staan geen onvoldoendes. Hij heeft al tientallen jaren de beste resultaten van de school, en hoort met z'n examenuitslagen tot de top van Nederland.

De beste onderwijsprocessen adopteren. Als ik rector was wist ik het wel. Ik zou hem vragen aan zijn collega's uit te leggen wat zijn geheim is. Zijn gehoor zou hem moeten uithoren, het vuur na aan de schenen leggen, praten over onderwijs en enthousiast worden. Nee, z'n naam kan ik niet noemen. Hij mag van dit stukje niet weten. ''Kijk uit met wat je zegt, anders kom je in de krant'' roept hij dikwijls door de docentenkamer met veel Kerstmanachtig hohoho.

    • Rob Knoppert