Shell: wij willen niemand de mond snoeren

ROTTERDAM, 4 JAN. Internationale actiegroepen maken zich schuldig aan ernstige 'spelverruwing', vindt president-directeur Jan Slechte van Shell Nederland. Met onzindelijke argumenten en regelrechte onwaarheden zouden zij proberen de oliemaatschappij het leven zuur te maken.

“We zijn de afgelopen tijd geconfronteerd met een aantal incidenten waarbij er sprake was van publicitaire verruwing. Er werd demagogie bedreven die het publiek in verwarring bracht. Wij willen bereiken dat de relatie met actiegroepen en milieubeweging internationaal verbetert, zodat we niet langer als antagonisten tegenover elkaar staan.”

Slechte pleitte dinsdag in zijn nieuwjaarsspeech voor een gedragscode waaraan de activiteiten van actiegroepen kunnen worden getoetst. De multinational kan met zo'n idee bij voorbaat op argwaan en afwijzing rekenen. “Zo'n code is niet bedoeld om mensen monddood te maken”, weert de Shell-Nederland president af. “Het gaat er om dat actiegroepen, die in de wereld nauw zijn verstrengeld, zelf hun normen en waarden op papier zetten. Nu hoeven ze tegenover niemand rekenschap af te leggen. Juist op aandrang van de actiewereld hebben de multinationals in de jaren zeventig gedragscodes opgesteld. Bij ons weet iedere employé wat de uitgangspunten zijn waarop het handelen van iedereen binnen ons concern is gebaseerd.

“Er is ook een reclamecode; redacties hebben hun redactiestatuut. Als actiegroepen tot een soortgelijk initiatief komen, vergemakkelijkt dit de dialoog.”

Het heeft Shell gestoken dat Greenpeace de publieke opinie aanvankelijk tegen het dumpen van de Brent Spar mobiliseerde met “een overdreven voorstelling van zaken” en “absolute onwaarheden” over de milieugevaarlijke stoffen aan boord van het olieplatform. Nu de Brent-Sparstorm weer is gaan liggen en deskundigen zich in betrekkelijke luwte buigen over de vraag hoe het gevaarte het beste kan worden ontmanteld, heeft Shell te maken met “manipulatie” rondom Nigeria waar de maatschappij zich schuldig zou hebben gemaakt aan grootscheepse milieuverontreiniging en steun aan het militaire regime.

Het olieconcern voelt er niets voor om de “demagogie” van de activisten met juridische middelen te bestrijden. “Wij zijn een maatschappij die draagvlak nodig heeft. Juridisch terugslaan is de allerlaatste stap.”

Slechte constateert grote verschillen tussen de Nederlandse milieubeweging en de internationaal opererende activisten. “In Nederland weet je wat je kunt verwachten. Ons contact met milieugroepen hier is doorgaans heel goed. Het maatschappelijk klimaat in Nederland is van dien aard dat je hier al een impliciete gedragscode hebt. Internationaal missen we die cohesie. We zien hier het positieve, op internationaal niveau het destructieve. Internationaal werkt de rechtsorde minimaal.”

Slechte noemt de gasboringen in de Waddenzee en de modernisering van de raffinaderij in Pernis - het Per-plus project van ruim drie miljard gulden betekent een belangrijke milieuverbetering van het complex - voorbeelden van goed overleg met actiegroepen, omgeving en overheden. “Bij Per-plus ging het om een semi-publieke discussie. We hebben uitstekend met alle belanghebbenden samengewerkt. Daar heeft iedereen bij gewonnen.”

Shell zelf heeft van de Brent-Spar-affaire geleerd. “Het Volksempfinden lag niet meer in lijn met wat regeringen in internationale verdragen hadden afgsproken. We zullen sterker met de samenleving moeten communiceren, er meer rekening mee moeten houden dat er emoties leven in de samenleving, bij de klanten, onder het personeel. Aan dat inleefvermogen heeft het op internationaal vlak wel wat ontbroken. Dat vermogen is natuurlijk in je eigen habitat beter ontwikkeld.”