Ruimtestation kan ook wel tweedehands

De Russen mogen dan een belangrijke rol toebedeeld hebben gekregen bij de bouw van het internationale ruimtestation Alpha, erg soepel verloopt de Amerikaans-Russische samenwerking allerminst. De tegenstanders van de Russische participatie in het tussen 1977 en 2003 te bouwen station zijn zeer eenstemmig in hun commentaren: Rusland is een onbetrouwbare partner.

Een feit is dat de Russen de laatste tijd obstructie plegen bij het toch al gecompliceerde bouwschema voor het Alpha-project, waaraan naast de VS en Rusland ook wordt deelgenomen door Europa (ESA), Japan en Canada. Zo lijken de Russen er weinig meer voor te voelen om hun eigen ruimtestation Mir af te danken. Dat zou dan moeten gebeuren in het voorjaar van 1998, kort na de beëindiging van de zevende en laatste vlucht van een Amerikaanse Space Shuttle naar de Mir. Omstreeks die tijd moet Alpha - die dan bestaat uit twee zware Russische modules en een kleinere Amerikaanse - permanent plaatsbieden aan drie per Sojoez te transporteren ruimtevaarders. De Russen willen dat die eerstelingen louter Russen zijn, maar de VS vinden dat er een Amerikaan bij moet.

Tot voor kort was het de bedoeling dat het ruim 150 ton wegende Mir-complex in de loop van 1998 niet meer zou worden bemand, maar nog wel enige tijd zou blijven dienstdoen voor technische experimenten, onder meer met een revolutionaire zonnecollector, die men wil uitproberen voordat deze ook in het Alpha-project wordt toegepast. Rond de jaarwisseling '98/'99 zou het in afzonderlijke delen opgesplitste Mir-complex dan ergens boven de Stille Oceaan in de dampkring worden teruggestuurd om daar te verbranden.

Zo waren de plannen. Maar waarom, zeggen de Russen nu, zouden we Mir geen deel laten uitmaken van het Alpha-complex, althans in het eerste stadium van de assemblage? De belangrijkste reden voor die ommezwaai is het geldgebrek waaraan de Russische ruimtevaart ten prooi is gevallen.

Volgens Valeri Rjoemin, ex-kosmonaut (drie ruimtemissies) en nu manager voor de Amerikaans-Russische Mir-vluchten, is de huidige Mir nog lang niet ten dode opgeschreven. Er zijn van tijd tot tijd weliswaar problemen, maar volgens Russische ruimtevaartexperts worden die sterk overdreven. Rjoemin: 'Persoonlijk geloof ik dat Mir nog wel tien jaar mee kan. Vijf tot zeven jaar is in elk geval haalbaar'.

En als het nu bijna tien jaar oude basiscompartiment van de Mir niet in aanmerking komt om deel uit te maken van Alpha, dan zouden de Russen in elk geval voor de twee jongste modules van de Mir (wat zowel 'Wereld' als 'Vrede' betekent)- de in mei jl. gelanceerde Spektr en de in maart te lanceren Priroda ('Natuur') - graag een plaats reserveren in het geheel van het Alpha-complex.

Onlogisch is die wens allerminst. Spektr en Priroda zijn nieuwe modules, die zowel in technisch als in wetenschappelijk opzicht nog jaren mee kunnen. Ook volgens Westerse ruimtevaartspecialisten zou het doodzonde zijn om Spektr en Priroda (kolossen van elk tegen de twintig ton en uitgerust met geavanceerde zonnepanelen) gelijktijdig met de oude Mir in de dampkring te verbranden.

Amerikaanse experts herinneren hierbij aan de trieste ervaringen met hun enige ruimtestation, het bijna honderd ton wegende Skylab. Dat had men ook graag nog geruime tijd in de ruimte willen houden, maar de ontwikkeling van het ruimteveer waarmee Skylab naar een hogere baan had moeten worden gebracht, liep te veel vertraging op. En dus viel Skylab naar de aarde terug, waarbij een deel op Australisch grondgebied terechtkwam.

Men kan de Russen riskante partners noemen, maar niet onbetrouwbaar. In dat opzicht hebben juist de Amerikanen boter op hun hoofd. Meer dan eens heeft Nasa zich teruggetrokken uit gezamenlijke ruimtevaartprojecten, ook wanneer die al in vergevorderde staat verkeerden en de beoogde internationale partners er al veel tijd en geld in hadden gestoken. Vooral de Europese ruimtevaartorganisatie ESA kan daarover een boekje open doen.

    • Sjoerd van der Werf