Professoren winnen van politici in wetenschapsquiz

De tweede Nationale Wetenschapsquiz van NWO en VPRO heeft weer heel wat losgemaakt. Is het een quiz met simpele weetjes of getuigen de vragen van inzicht? De meeste deelnemers willen maar enkele dingen weten. Wat zijn de antwoorden? Wie deden het het best? En welke vragen deugden niet?

Met overtuigende cijfers hebben de hoogleraren de televisie-editie van de tweede Nationale Wetenschapsquiz gewonnen van de politici. De Leidse paleo-econoom, prof.dr. Corry Bakels scoorde hierin het hoogst.

De kranteneditie van de quiz, die in ruim 20 dagbladen werd afgedrukt leverde weer ruim 7000 reacties op. Zo'n 200 krantelezers gaven slechts vier onjuiste antwoorden of minder - vier keer meer dan vorig jaar. NWO en VPRO kunnen tevreden zijn.

Vraag 17, de vraag naar het getal van Avogadro werd in de jurering buiten beschouwing gelaten in de krantenquiz, omdat deze foutief werd afgedrukt in de VPRO Gids.

Als lastigst werden de vragen naar het gedrag van mieren ervaren, de vraag naar de verstedelijking en de leugendetector. De vraag naar de scanning tunneling microscoop, de Celsiusberekening en de kogelbaan werden het gemakkelijkst gevonden.

De winnares van de eerste prijs deelde mee dat zij in het geheel niet had meegedaan aan de quiz - iemand anders had onder haar naam het formulier met de foutloze antwoorden opgestuurd. De 'valsheid in geschrifte' is door NWO in onderzoek gegeven bij justitie.

Hoe deden het de lezers van de verschillende dagbladen? NRC Handelsblad is de duidelijke winnaar - van de 763 inzenders kwamen 48 in de top-4, dat is 6,3%. Daarna kwam Het Parool met 6 top-4 uit 126 inzenders: 4,8%. Trouw volgt met 10 top-4 uit 257 inzenders: 3,9%. De Volkskrant-lezers bleken weinig geholpen door het verklappen van vier vragen. Van de 765 inzenders kwamen slechts 18 in de top-4: 2,3%. De Telegraaf was met 1307 inzenders de grootste krantedeelnemer, maar het resultaat was gering: 12 kwamen in de top-4: 0.9%. Nog slechter deed het Algemeen Dagblad. Van de 384 inzenders kwam slechts 1 in de top 4: 0,2%.

Overigens werden de dagbladen door de VPRO-Gids geslagen wat betreft aantal inzenders: 1457. Hieronder kwamen 61 in de top-4: 4,2%. De knapste lezers had het NWO-blad Hypothese. Van de 29 inzenders kwamen vier in de top-4: 13,8%. Van de regionale dagbladen sprongen het Brabants Dagblad eruit (14 top-4 uit 289: 4,8%) en het Noordhollands Dagblad (13 uit 244: 5,3%).

Uit tellingen van NWO valt op te maken dat de NRC-lezers de Coriolis-vraag relatief goed wisten te beantwoorden. Dat is een kwestie die door Karel Knip onlangs en lang geleden in het CS aan de orde is gesteld. Ook de doofheidsvraag scoorde goed, mogelijk door de vele artikelen van Liesbeth Koenen. Hieronder volgen de juiste antwoorden. De motivering die wordt gegeven is slechts een aanduiding. Correspondentie hierover met NWO, VPRO of NRC Handelsblad kan niet worden gevoerd. 1. Ongeveer 98% van het DNA van chimpansees is gelijk aan dat van de mens. Wat is toch uitgesloten tussen chimpansee en mens? a. Humor. b. Een succesvolle bloedtransfusie. c. Orgaantransplantatie.

Het goede antwoord is b. Orgaantransplantaties lukken wel eens en ook lachen mens en aap om elkaar. Bloedtransfusies blijken echter nooit goed aan te slaan. 2. Welke wiskundig belangrijke ontdekking deden bewoners van India ca.1500 jaar geleden. a. Ze ontdekten het getal pi. b. Ze ontdekten het getal nul. c. Ze ontdekten het getal e.

Het goede antwoord is b. Zo'n 1300 tot 1500 jaar geleden werd in India het getal nul geïntroduceerd. In de tiende eeuw werd het algemeen gebruikt in Arabië, door kooplieden. Rond de veertiende eeuw werden de Romeinse cijfers, die in Europa werden gebruikt, vervangen door de Arabische cijfers. 3. Waarom worden er bij volwassenen die vanaf hun geboorte doof zijn, zelden elektronische gehoorimplantaten aangebracht? a. Bij aangeboren doofheid functioneert de gehoorzenuw over het algemeen onvoldoende. b. Om goed te kunnen horen moeten de hersenen op jonge leeftijd met geluid worden gestimuleerd. c. Door verkalking van het slakkehuis kunnen de elektroden bij mensen die vanaf hun geboorte doof zijn niet goed worden geplaatst.

Het goede antwoord is b. Voor het ontwikkelen van een neuraal netwerk in de hersenen is het nodig om de hersenen op jonge leeftijd te stimuleren. Op volwassen leeftijd verloopt een dergelijk leerproces aanzienlijk moeizamer en zal het auditief netwerk zich nauwelijks meer ontwikkelen. 4. Je hebt negen zakken met elk 1000 munten en een gewone weegschaal. In één zak zitten uitsluitend valse munten van 9 gram. De andere zakken bevatten echte munten van 10 gram. Hoeveel keer moet je minstens wegen om de zak met valse munten eruit te halen? a. 1 keer. b. 4 keer. c. 9 keer.

Het goede antwoord is a. Eén keer, minder kan niet. Er is ook nog een logische methode om tot de juiste bepaling te komen: je nummert de zakken van 1 t/m 9. Uit zak 1 haal je één munt, uit zak 2 haal je twee munten tot en met negen munten uit zak 9. Je weegt al deze munten tegelijkertijd. Waren dit allemaal echte munten, dan zou je op een gewicht van 450 gram moeten uitkomen. Is zak 1 nu de zak met valse munten, dan kom je uit op 449 gram, bij zak 2 op 448 gram, tot en met 441 gram als zak 9 de valse munten bevat. 5. Wat werd mogelijk door het gebruik van de scanning tunneling techniek? a. De aanleg van de kanaaltunnel. b. Het zichtbaar maken van atomen. c. Het aanbrengen van putjes in een compact disk.

Het goede antwoord is b. De Scanning Tunneling Microscoop werd in het begin van de jaren tachtig uitgevonden door Gerd Binnig en Heinrich Rohrer. Een scherpe naald wordt vlak boven het preparaat bewogen. Als er een elektrische spanning tussen de naald en het preparaat staat, kan er een stroom lopen door het 'tunnelen' van elektronen. Door deze tunnelstroom constant te houden terwijl de naald over het preparaat beweegt, kan het profiel van het preparaat worden bepaald. 6. Mieren vormen vaak zeer georganiseerde gemeenschappen. Sommige vormen van organisatie gaan wel heel ver. Welke van de volgende werkzaamheden wordt daadwerkelijk door mieren uitgevoerd? a. Het aanleggen van een composthoop door het verzamelen van uitwerpselen, dode dieren en planten. b. Het wieden van onkruid rond de plant waar de mieren leven. c. Het vergiftigen van mierenetende kevers door het eten van voor deze vijand giftige planten.

Het goede antwoord is b. Veel mensen kozen voor a, omdat ze vaak mieren hebben zien slepen met dingen. Maar een composthoop aanleggen, doen mieren niet. De mieresoort Pseudomyrmex ferruginea leeft in acacia's. De grond rondom de acacia houden ze in een straal van 40 cm vrij van concurrerende plantesoorten. 7. De Nationale Wetenschapsquiz leverde vorig jaar zes finalisten op. De notaris begon met het trekken van de derde prijs. Volgens een krant zou het eerlijker geweest zijn om bij de trekking met de eerste prijs te beginnen. Klopt dit? a. Ja, de notaris had met de eerste prijs moeten beginnen. b. Nee, beginnen met de derde prijs is de enige eerlijke manier. c. Het maakt geen verschil, in beide gevallen is de kans op de eerste prijs even groot.

Het goede antwoord is c. Als je uit zes kandidaten begint met het trekken van de eerste prijs, dan is het berekenen van de kans op de eerste prijs simpel: 1 op de 6, dus 1/6. Begin je met de derde prijs, dan gaat de berekening als volgt: de kans op niet de derde prijs bij zes mensen is 5/6; de kans op niet de tweede prijs is 4/5 (er zijn nog vijf mensen over). De kans op de eerste prijs is dan 1/4 geworden. De totale kans is: 5/6x4/5x1/4=20/120=1/6. 8. Tropische orkanen kunnen alleen ontstaan in gebieden waar: a. Het zeewater warmer is dan 27 graden Celsius. b. De passaatwinden harder waaien dan windkracht 6. c. Het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en de hoge atmosfeer meer is dan 70 Kelvin.

Het goede antwoord is a. De energie voor een orkaan wordt vooral geleverd door opstijgende waterdamp. Bij een zeewatertemperatuur van meer dan 27 graden Celsius kan de wind een hogere snelheid dan 34 meter per seconde bereiken. 9. Thuis laat je de badkuip leeglopen. In welke richting draait de wervel die boven het afvoerputje ontstaat? a. Onder invloed van de Corioliskracht altijd linksom. b. Onder invloed van de Corioliskracht altijd rechtsom. c. Soms linksom en soms rechtsom.

Het goede antwoord is c. De Coriolis-kracht is een kracht die bewegende objecten op aarde een afwijking bezorgt. Maar deze kracht is heel klein. Alleen al het eruit trekken van de badstop brengt zoveel storing teweeg, dat de Coriolis-kracht teniet wordt gedaan. 10. Volgens Celsius bevriest water bij 0 graden. Volgens Fahrenheit bij +32 graden. Volgens welk systeem zou je het het koudst hebben bij -40 graden? a. - 40 graden Fahrenheit. b. - 40 graden Celsius. c. Maakt geen verschil.

Het goede antwoord is c. Celsius en Fahrenheit laten zich eenvoudig in elkaar omrekenen. 11. Waaruit haalt een boom zijn massa? a. Uit de bodem. b. Uit de lucht. c. Uit het water.

Het goede antwoord is b. Bomen en planten groeien, krijgen massa doordat ze CO omzetten in bouwstoffen (hout), die voornamelijk uit koolstof bestaan. Die CO haalt de boom uit de lucht. 12. Wat heeft de mannelijke eikel gemeen met delen van gewone lippen? a. Een grote musculaire flexibiliteit. b. Een identieke waterhuishouding. c. Geen last van zonnebrand.

Het goede antwoord is b. De eikel en de lippen zijn de enige delen van het lichaam waar zich geen zweetklieren bevinden. 13. Waardoor werd de mate van verstedelijking in de meeste Europese landen voor de 19e eeuw vooral beperkt? a. Problemen voortvloeiend uit de voedselvoorziening. b. Problemen voortvloeiend uit de energievoorziening. c. Problemen voortvloeiend uit de kosten van het verdedigingsstelsel.

Het goede antwoord is b. In de meeste landen vormde hout de enige belangrijke bron van warmte-energie. Het volume hiervan beperkte de omvang van de steden. 14.Volgens Laplace kan iemand die op een zeker tijdstip de exacte positie en snelheid van alle deeltjes in het heelal weet, in principe alle toekomstige gebeurtenissen berekenen. Volgens moderne opvattingen is deze stelling: a. In principe juist, maar praktisch niet haalbaar. b. Alleen juist als hij betrokken wordt op een klein geïsoleerd deel van het heelal. c. In principe onjuist.

Het goede antwoord is c. Door de onzekerheidsrelatie van Heisenberg is het niet mogelijk tegelijkertijd plaats en snelheid van een deeltje met absolute nauwkeurigheid te kennen. Ook de Chaos-theorie komt op hetzelfde uit. 15. Je wilt graag een zachtgekookt eitje. Moet er iets veranderen aan de kooktijd van het ei als je geen gewoon kraanwater gebruikt, maar zeewater? a. Ja, het ei moet korter koken. b. Ja, het ei moet langer koken. c. Nee, het ei moet even lang koken.

Het goede antwoord is a. Zeewater kookt bij een hogere temperatuur dan kraanwater. Het ei is daardoor iets eerder gekookt. 16. Een elektriciteitssnoer kan belast worden met 2300 W. Waarom kan het als het over een haspel gerold zit nog maar 880 W hebben? a. De haspel werkt als een magnetische spoel. b. Door de ohmse weerstand van het snoer. c. Door de interferentie die ontstaat bij wisselstroom.

Het goede antwoord is b. Het gaat in dit geval puur om de warmte-ontwikkeling, waardoor het snoer zal smelten als het opgerold zit. 17. Het gewicht van een mens wordt voor 96% bepaald door de elementen H, O, N en C. Hoe zwaar zou een mens wegen die uit 9,5 X 10 atomen bestaat? a. 95 kilogram. b. 1 ons. c. 15 gram.

Het goede antwoord is b. Een mens bestaat voornamelijk uit de elementen H, O, C en N, samen goed voor 96% van het gewicht van een mens. Van elke 200 atomen in een mens zijn er 126 H, 51 O, 19 C en 3 N en 1 andere. Het gemiddelde atoomgewicht van deze vier elementen is 6,1. Eén mol, dus 6.10 atomen (getal van Avogadro) van dit atomenmengsel, weegt dus 6,1 gram. 9,5.10 atomen wegen dan 9,5.10:6.10 x 6,1 gram = 15,833 x 6,1 = 96,5833 gram. Dit is 96% van het gewicht, dus het totale gewicht wordt dan 100:96 x 96.5833 = 100,6 gram. 18. In de postmoderne filosofie speelt het begrip 'deconstructie' een belangrijke rol. Hiermee wordt bedoeld: a. Het doorzichtig maken van een complexe tekst. b. Het achterhalen van de ware betekenis van een tekst. c. Het tonen van de mogelijkheid om een tekst anders te interpreteren.

Het goede antwoord is c. 19. Wat is, voor een psycholoog, tijdens een verhoor de meest betrouwbare indicatie dat iemand liegt? a. Het aantal woorden dat de ondervraagde gebruikt.b. De beweeglijkheid van de ondervraagde. c. De oogopslag van de ondervraagde.

Het goede antwoord is a. Onderzoek heeft aangetoond dat iemand die liegt bij een verhoor minder woorden gebruikt. Oogopslag en beweeglijkheid zijn vaak cultureel bepaald. 20. In de poolzee drijft een enorme ijsberg. Onder invloed van het broeikaseffect smelt hij. Wat gebeurt er met het zeewaterpeil? a. Dat stijgt. b. Dat daalt. c. Dat blijft gelijk.

Het goede antwoord is c. 21. Als je een ballon met helium in een auto vervoert, gaat hij tegen het autodak aanhangen. Wat gebeurt er met de ballon als je een bocht maakt: a. Hij beweegt naar de binnenbocht toe. b. Hij beweegt naar de buitenbocht toe. c. Hij blijft op zijn plaats.

Het goede antwoord is a. Als de auto door de bocht gaat, werkt hij als een soort centrifuge: de zwaarste deeltjes gaan onder invloed van de centrifugale kracht naar de buitenkant, de lichtere deeltjes worden naar de binnenkant gedreven. 22. Op hetzelfde moment dat iemand op de grond een steentje precies 5 meter omhoog gooit, schiet een ander op 10 meter hoogte een kogel recht vooruit. Welke van de twee raakt als eerste de grond? a. Het steentje. b. De kogel. c. Het steentje en de kogel raken gelijk de grond.

Het goede antwoord is b. Op het moment dat de steen op 5 meter hoogte is, is zijn snelheid 0. De kogel, die van bovenaf naar beneden valt, heeft op datzelfde moment al een neerwaarts gerichte snelheid. Die valt dan dus ook als eerste op de grond.

Als commentaar hebben veel briefschrijvers al ongevraagd meegedeeld dat de valse-muntenvraag rammelde. Wat is minstens, wat is een gewone weegschaal? (Op de meeste brievenwegers vallen geen grammen af te lezen in het grove bereik.)

Bij de smeltende ijsberg hebben de vragenstellers over het hoofd gezien dat een ijsberg uit zoet water bestaat. Vermenging van zoet water met zout water heeft een gering volume-effect - het krimpt enigszins. Wie roept dat dit wel erg gezocht is, moet ook kritisch kijken naar de kooktijdsverlenging van het koken van een eitje in zeewater. De kooktijdsverlenging is ook miniem.

Ook bij de vraag over de Coriolis-kracht speelt deze kwestie van grootte-orde. In de praktijk van het wetenschappelijk onderzoek worden deze grootte-orden gemakkelijk onderscheiden, maar in een quiz-vraag weet je nooit waar de vragensteller heen wil: moet je nu wel het minieme effect meenemen of juist niet? Vragen opstellen is een kunst. Maar ze beginnen het te leren bij NWO.

    • Rob Biersma