Politiesamenwerking regio's kan ook slagen

ROTTERDAM, 4 JAN. Korpschef Wilzing van de politieregio IJsselland heeft de werkwijze van het Interregionaal Rechercheteam Noord-Oost-Nederland (IRT NON) ten voorbeeld gesteld aan heel Nederland. Volgens hem bewijzen de successen van het IRT NON dat regionale politiesamenwerking wel mogelijk is, ondanks het debâcle van het IRT Noord-Holland/Utrecht, de aanleiding tot de parlementaire enquête.

Wilzing, tevens hoofd van het IRT NON, pleit ervoor de beslissingsprocedure die in zijn Recherchteam wordt gebruikt landelijk in te voeren. IRT NON boekte in september een belangrijk succes met het oprollen van een Turks-Nederlandse drugsbende. “Het doet mij genoegen vast te kunnen stellen dat binnen IJsselland 'transparant', volgens duidelijke gezagslijnen èn binnen de marges van het toelaatbare werd èn wordt gewerkt”, aldus Wilzing in zijn nieuwjaarstoespraak.

In het IRT NON, bestaande uit 91 politiemensen, werken negen politieregio's samen. Elke regio levert een aantal gespecialiseerde rechercheurs, die voor een periode van zes jaar bij het IRT worden gedetacheerd. Zwolle is de standplaats, één onderdeel is gehuisvest in Groningen. De leiding wordt gevormd door Wilzing, de burgemeester van Zwolle (korpsbeheerder), de Zwolse hoofd-officier van justitie, een zaakofficier van justitie en de IRT-chef.

Wilzing stelde dat de parlementaire enquête fouten aan het licht heeft gebracht, zoals “de overmatige scoringsdrift van individuele recherchecollega's”. Maar volgens hem zal de commissie-Van Traa tot de conclusie moeten komen dat het in het algemeen wel goed zit met de integriteit van de Nederlandse politie.

Volgens een politiewoordvoerder van de regio IJsselland is het “geheim van het succes” de heel hechte samenwerking tussen de regio's en binnen de leiding. “Bij ons is het heel open. De CID's hebben hier geen zaken onderhanden die zich afspelen buiten het gezichtsveld van de hoofdofficier van justitie of de korpschef. Dingen kunnen normaal worden besproken zonder dat er competitie en competentiestrijd over is.”