Niet langer meiden onder elkaar

Achter directeur A. Broekhuisen hangt het portret van Johanna Westerman. Zevenenzeventig jaar geleden richtte zij in Den Haag de school op die tot op de dag van vandaag alleen door meisjes bezocht kan worden. Maar met ingang van volgend schooljaar zullen er ook in de laatste meisjesschool van Nederland jongens door de gang lopen. Werpt oprichtster Westerman even een misprijzende blik door de directiekamer of lijkt dat maar zo?

Directeur Broekhuisen geeft het zonder meer toe: hij is bezweken voor de druk van buitenaf om het exclusieve meisjeskarakter van de school op te geven. 'Blijkbaar is meisjesonderwijs in Nederland uit de tijd en wordt het ouderwets gevonden', concludeert de directeur, wijzend op de gestaag teruglopende leerlingpopulatie.

Internationaal gezien ligt de waardering voor aparte meisjesscholen heel anders. In de Verenigde Staten bloeit het 'single sex' onderwijs als nooit tevoren, vooral sinds Hillary Clinton in woord en gedrag de voordelen van het meisjesonderwijs uitdraagt. 'Hier wordt het tuttig gevonden als je naar een meisjesschool gaat', zegt Broekhuisen, 'en moet je bijzonder sterk in je schoenen staan om die keus te kunnen verdedigen. In de Verenigde Staten behoor je tot een fijnbesnaarde élite als je meisjesonderwijs volgt. Dat is iets om trots op te zijn.'

Ook in Engeland is meisjesonderwijs populair. Uit de jaarlijks terugkerende prestatiemetingen onder scholen blijken de meisjesscholen keer op keer bijzonder hoog te scoren, hetgeen de toeloop naar deze vorm van educatie alleen maar stimuleert.

Toch verwacht Broekhuisen niet dat deze trend naar Nederland zal overslaan. Gezien de 216 leerlingen die zijn school nu nog telt, kan hij het zich in elk geval niet permitteren daarop te wachten. 'Zelfs een Pia Beck of Viola Holt-effect - dat zijn oud-leerlingen van onze school - zal niet veel resultaat opleveren', vreest de directeur. 'Als we niet meer leerlingen krijgen komt ons voortbestaan als kleine MAVO met kwaliteitsonderwijs in het geding. We moeten onder ogen zien dat we niet ongestraft de helft van de potentiële populatie buiten de deur kunnen houden.'

Toen Annelies Borsboom (15) hoorde dat haar school ook jongens zou gaan toelaten was haar eerste reactie: 'Over mijn lijk'. Ze was zo ontdaan door het besluit dat ze een verontwaardigde brief naar directeur Broekhuisen schreef. Hij zou het met haar aan de stok krijgen, zo stelde ze hem in het vooruitzicht. Met een handtekeningenactie wist ze de helft van de leerlingen achter zich te krijgen. De andere helft vindt het wel leuk als de school gemengd wordt. Daarnaast zou Annelies graag naar basisscholen gaan om aan meisjes uit te leggen hoe goed de Johanna Westermanschool is voor je zelfvertrouwen.

'Je wordt hier op school gestimuleerd om stevig op je eigen benen te staan', legt Annelies uit. 'Dat betekent dat je er straks beter tegen aan kunt.' Op de basisschool voelde ze zich vaak klein en in een hoekje gedrukt vertelt ze, 'maar hier voelde ik me groeien.' Ze is bang dat de openheid en de gezelligheid die er nu op school heersen zullen verdwijnen als er jongens op komen. In een gesprek met de directeur is Annelies duidelijk geworden dat hij deze beslissing met pijn in het hart heeft genomen, maar dat hij met de rug tegen de muur staat.

Steeds vaker werd Broekhuisen geconfronteerd met de vraag waarom de specialistische hulp die zijn school biedt aan kinderen met woordbeeld- en andere leerproblemen alleen voor meisjes beschikbaar was. Bovendien is van de Johanna Westermanschool bekend dat ook de zwakke MAVO-leerling er een diploma kan halen. Zo kent de school een voorbereidende stroom, een jaar dat voorafgaat aan de eerste klas MAVO, bedoeld voor leerlingen die nog wat meer tijd en aandacht nodig hebben. Sinds de school een fusie is aangegaan met drie andere Haagse scholen voor voortgezet onderwijs is de druk om ook jongens hiervan te laten profiteren toegenomen. Men vindt dat alle leerlingen, jongens én meisjes, naar alle deelscholen moeten kunnen doorstromen. Dit ondanks het feit dat de Johanna Westermanschool uitdrukkelijk als meisjesschool de fusie is ingegaan.

Er moest voortdurend gelaveerd worden tussen overheidsmaatregelen, druk van andere scholen om ook jongens toe te laten en het behoud van de meisjesidentiteit, maakt directeur Broekhuisen duidelijk. De laatste heeft het onderspit gedolven.

Toch zijn de argumenten ten faveure van het meisjesonderwijs wat hem betreft niet van de baan. De emancipatie van meisjes is er mee gediend, zo legt hij uit, als ze zich in de gevoelige adolescentieperiode niet voortdurend hoeven laten afleiden door die leuke knul op de voorste rij. Ze hoeven niet bij de andere sekse in de smaak te vallen en worden er evenmin door weggedrukt. Alleen al het feit dat een zeer groot aantal meiden exacte vakken kiest op de Johanna Westermanschool is voor Broekhuisen een bewijs voor het emanciperende karakter van het meisjesonderwijs. Toen hij zelf nog als docent natuurkunde voor gemengde klassen stond behoorden de enkele meisjes die zijn vak kozen tot de toppresteerders. 'Maar', zo herinnert hij zich, 'bij proeven lieten ze zich meteen degraderen tot veredelde secretaresses die de waarnemingen mochten noteren.'

Op de Johanna Westermanschool kiezen ook meisjes die krappe voldoendes halen voor wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie en dat wil Broekhuisen graag zo houden. 'Daarom gaan we onderzoeken of het mogelijk is om naast gemengde klassen nog aparte meisjesklassen te laten voortbestaan. Er zijn meisjes die zo weinig zelfvertrouwen hebben, zo onzeker en verlegen zijn dat ze onder elkaar beter gedijen. Ik zeg dat uit ervaring: meisjes die hier timide en stil binnenkomen en gaan als zelfbewuste dames van school.'

Johanna Westerman achter hem lijkt goedkeurend te knikken. Precies, zelfbewuste dames, zo had ze het bedoeld.