GLP-1 ontneemt ratten de eetlust

ROTTERDAM, 4 JAN. Britse onderzoekers hebben een stof ontdekt die hongerige ratten de eetlust ontneemt. Het is waarschijnlijk het natuurlijke boodschappermolecuul dat in de hersenen een signaal afgeeft als er genoeg is gegeten. De stof komt voor in de hersenen van alle zoogdiersoorten en verzorgt misschien bij alle dieren het verzadigingsgevoel. Een groot nadeel voor medicinaal gebruik is dat de stof direct in het hersenvocht in een van de hersenkamers moet worden geïnjecteerd. Dit staat onderzoek bij mensen voorlopig in de weg.

Endocrinologen van Hammersmith Hospital in Londen berichten vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat het glucagon-like peptide-1 (GLP-1) bij ratten de eetlust remt en de lichaamsactiviteit van de proefdieren onderdrukt. De Londense onderzoekers ontdekten GLP-1 al zes jaar geleden, maar de functie van de signaalstof in de hersenen was tot nu toe onbekend. Wel was duidelijk dat GLP-1 een signaal naar de hypothalamus overbrengt. De hypothalamus is het hersencentrum vanwaaruit de lichaamshuishouding wordt geregeld.

Ratten gaan normaal gesproken eten als het donker wordt. De proefdieren die geen GLP-1 kregen aten ongeveer drie gram voedsel in de eerste twee uur nadat hun kooi was verduisterd. Als ze 0,1 microgram GLP-1 kregen ingespoten in een van hun hersenkamers aten ze nog maar twee gram en bij een dosis van 10 microgram zelfs minder dan een halve gram. Ratten die al een heel etmaal niets hadden gekregen, aten minder dan eenderde van de normale hoeveelheid nadat ze 30 microgram GLP-1 kregen ingespoten.

GLP-1 onderdrukt niet alleen de eetlust bij de rat maar zorgt er ook voor dat het dier minder beweegt. Dus ook het uitbuikeffect, waarbij mensen hun activiteit beperken om de spijsvertering rustig zijn gang te laten gaan, wordt misschien door GLP-1 veroorzaakt.

De ratten kregen het GLP-1 toegediend via een slangetje dat onder verdoving operatief in hun hersenen was bevestigd. Als GLP-1 met een injectiespuit gewoon in hun lichaam wordt toegediend, heeft de stof geen effect op de eetlust. GLP-1 kan kennelijk de bloed-hersenbarrière niet passeren.

Er is een grote kans dat GLP-1 de signaalstof voor een volle buik is waar onderzoekers in universiteiten en farmaceutische bedrijven koortsachtig naar op zoek zijn om een medicijn tegen overgewicht te kunnen maken. Het onderzoek daarnaar is vorig jaar in een stroomversnelling gekomen.

In december 1994 werd de vondst van het eiwit leptine beschreven en in juli 1995 volgde de beschrijving van de werking bij muizen. Leptine is een signaaleiwit dat door vetcellen wordt uitgescheiden als die vol zijn. Leptine passeert waarschijnlijk wel de bloed-hersenbarrière. Het is een signaalstof die net als GLP-1 in de hypothalamus zijn boodschap afgeeft, waarna bij muizen de eetlust afneemt. Het bedrijf Amgen kocht in het voorjaar van 1995 van Rockefeller University voor 20 miljoen dollar het octrooi voor de toepassing van het obese-gen dat voor leptine codeert.

De opwinding rond leptine is inmiddels wat weggeëbd nu duidelijk is dat geïnjecteerde leptine wel magerder muizen oplevert, maar dat mensen met overgewicht zelf al voldoende leptine produceren, zodat injecties weinig zin zullen hebben. Bij dikke mensen bereikt de boodschap van leptine waarschijnlijk de hypothalamus niet. Leptine heeft echter wel belangrijke inzichten in de vetstofwisseling opgeleverd. Wat GLP-1 bij mensen doet is nog onbekend. Waarschijnlijk moet het middel eerst in een vorm worden gemaakt die wel de bloed-hersenbarrière kan passeren voordat de werking bij mensen kan worden getest.