Getuige Lubbers

C.W. Hofstee heeft blijkens zijn ingezonden brief in NRC Handelsblad van 28 december, aanstoot genomen aan de zijns inziens te gemakkelijke 'fauteuil' van waaruit oud-premier Lubbers zijn getuigenverklaring in de zaak Oltmans/Staat heeft mogen afleggen. Briefschrijver verbindt aan zijn observaties de niet geringe gevolgtrekking dat de Haagse rechtbank de verdenking op zich geladen heeft de verklaring van deze getuige niet onafhankelijk en objectief te willen beoordelen. De heer Hofstee, die op de foto (NRC Handelsblad, 19 december), slechts een gedeelte van de zittingzaal heeft kunnen zien, laat zich door de schijn bedriegen. Want in werkelijkheid bevond Lubbers zich in een positie die in logistiek opzicht heel wat ongerieflijker was dan die waarin getuigen in een civiele zaak gewoonlijk worden gehoord. Wat was het geval? Voor het betreffende verhoor bleek bij publiek en media een zo grote belangstellng te bestaan dat de gebruikelijke 'enquêtekamers' geen plaats zouden bieden aan alle geïnteresseerden. In het belang van de openbaarheid werd daarom besloten uit te wijken naar een zittingzaal die wel voldoende groot was. Dat was evenwel een voor strafzittingen ingerichte zaal, met een opstelling van meubilair waarin niet was voorzien in een zitplaats voor een getuige. Er werd daarom een stoel van elders bijgeplaatst. Daarin zat de heer Lubbers wellicht comfortabel (al moet gezegd worden dat het meubelstuk hooguit als gevolg van ouderdom een 'meedeinende rugleuning' bezat) maar dan wèl achter het daar nu eenmaal aanwezige 'verdachtenhekje' èn ten overstaan van een op grote afstand en op een podium gezeten rechter-commissaris. Kortom, allerminst in de bevoorrechte positie die de briefschrijver daarin meent te bespeuren. Geen reden dus voor de vrees dat de Haagse rechtbank zich onvoldoende onafhankelijk van de Staat zou tonen. Daar zou de Staat trouwens ook wel van opkijken.

    • Mr. E.J. Numann
    • Persrechter Rechtbank den Haag