Een magere boodschap

Scientific American, januari 1996. Losse nummers, in de betere boekwinkel: ƒ 12,95.

Na het Kerstdiner en de oliebollen stemt de aanblik van de weegschaal niet vrolijk. Scientific American wijdt in het januarinummer een beschouwing aan de vele voordelen van de slanke lijn. Zestig jaar geleden ontdekten onderzoekers tot hun stomme verbazing dat ratten en muizen op een caloriebeperkt dieet niet drie, maar vier jaar blijven leven. Sindsdien hebben alle mogelijke proeven met eencelligen en fruitvliegjes, watervlooien en guppies, spinnen, apen en andere proefbeesten steeds opnieuw laten zien hoe gezond het is om je niet te vol te proppen. De dieren blijven jonger, leven langer en krijgen op latere leeftijd minder last van allerlei akelige welvaartsziekten. Foto's bij het verhaal tonen een slanke, fitte rhesusaap, die dankzij een voortdurend vermageringsdieet na vijf jaar nog een puike bloeddruk, prima bloedsuiker- en insulinespiegel en gezond cholesterolgehalte blijkt te bezitten. Wat niet wegneemt dat hij er wel erg triest en minnetjes uitziet vergeleken met zijn mollige, pluizige, genoeglijk op een appel knabbelende leeftijdgenoot die de helft zwaarder is. Vermageren is het enige echte wapen in de strijd tegen de veroudering, zo betoogt Scientific American. Misschien, zo oppert de auteur, slaagt de wetenschap er nog wel eens in om middelen te ontwikkelen die de eetlust remmen op een gezonde manier, of stoffen die het gezonde effect van een caloriebeperkt dieet op de lichaamsweefsels kunnen imiteren. Daarvoor moet men eerst de cellulaire en moleculaire mechanismen achter het verouderingsproces beter leren doorgronden en daarvoor verwachten onderzoekers nog wel 10 tot 20 jaar nodig te hebben. Voorop staat, dat je niet ondervoed moet raken. Ratten en muizen die 30 tot 50 procent minder calorieën binnen krijgen dan normaal, maar wèl voldoende voedingsstoffen in de vorm van eiwit en vet, vitaminen en mineralen, zijn 30 tot 50 procent lichter in gewicht. Dat leidt tot een forse verhoging van de gemiddelde leeftijd binnen de populatie van 23 naar 33 maanden, terwijl de maximumleeftijd stijgt van 33 naar 47 maanden. Men ziet minder borst- en prostaatkanker, minder suikerziekte en achteruitgang van het immuunsysteem. Spieren en andere lichaamsweefsels worden minder stijf en het leervermogen blijft langer op peil. Dit alles blijkt inderdaad een gevolg van het beperken van de totale calorie-inname. Zet men de dieren op een dieet met weinig vet, eiwit of koolhydraten, maar zonder daarbij de totale energieopname te beperken, dan blijft het 'verjongingseffect' achterwege. Zomaar multivitaminen of veel antioxidanten slikken zonder daarbij te vermageren werkt evenmin. Goed nieuws is dat er ook voor ouderen nog hoop is. Muizen die pas op middelbare leeftijd aan de lijn gaan doen, blijken daarmee hun levensverwachting nog 10 tot 20 procent te rekken en hun kans op kanker te verminderen. Een groep menselijke vrijwilligers die aan een levenslang experiment wil deelnemen heeft zich helaas nog niet gemeld. Wel is het opvallend dat de tengere bevolking van Okinawa veel honderdjarigen in de gelederen telt. In 1987 en 1989 zijn twee grote Amerikaanse lange-termijn onderzoeken begonnen met dieetproeven bij rhesusapen, die in gevangenschap een levensverwachting hebben van zo'n 30 tot 40 jaar. De auteur, van huis uit experimenteel patholoog, gaat uitgebreid in op de verwoestende werking van vrije radicalen op de mitochondriën, de energiefabriekjes van onze lichaamscellen. Op een begrijpelijke wijze wordt uiteengezet welke fysiologische beschadigingen hieruit resulteren. Jammer is, dat de juist zo interessante psychologische aspecten van de moeizame strijd tegen de vetrolletjes nergens aan bod komen. Misschien mag je de Scientific American hierin wel 'typisch Amerikaans' noemen: in geen ander land is de obsessie met slank en fit zijn zo groot, en nergens anders lopen zoveel wanstaltig dikke mensen rond. Volgens de jongste Nederlandse inzichten doen steeds herhaalde vermageringspogingen, afgewisseld met de onvermijdelijk daarop volgende vreetbuien, meer kwaad dan goed en kun je je gewicht - mits niet exorbitant - maar beter voor lief nemen. Om nog maar te zwijgen van al die voorraden DDT en aanverwante in het lichaamsvet opgeslagen chemicaliën die plotseling in de bloedbaan belanden als je zomaar ineens tien kilo reservevet zou verstoken. Verder in Scientific American ondermeer een pleidooi voor de noodzaak om bij psychiatrische aandoeningen voldoende aandacht te besteden aan culturele en etnische achtergronden van patiënten. En een alarmerend artikel over de groeiende zwarte markt voor nucleaire materialen. Waar vroeger alleen de leiders van de supermachten de 'rode knop' onder handbereik hadden, dreigen nu steeds meer dictators van obscure, onstabiele landjes, gangsters en terroristen met soortgelijke middelen. Goed nieuws is, dat de milieubewuste Amerikaanse luchtmacht bij het schoonmaken en repareren van haar geleidingssystemen voor ballistische projectielen voortaan alleen nog maar ozon-vriendelijke middelen zal gebruiken. Dat scheelt een miljoen kilo CFC-113 (een van de chloorfluorkoolwaterstoffen die de ozonlaag het meest aantasten) per jaar.

    • Marion de Boo