Een iets te vers lijk

Hoe kun je het nieuwe jaar nu goed beginnen als de VPRO al meteen op Nieuwjaarsdag de Nationale Wetenschapsquiz uitzendt? Zoveel wan- en onbegrip zie je toch maar zelden bij elkaar, en dan bedoel ik niet eens de knullig geformuleerde en krom toegelichte vragen. Veel erger is wat sommige deelnemers te melden hebben over het hoe en het waarom van wetenschap. Zo was daar weer de politicus, in de persoon van PvdA kamerlid Van Gelder, die over wetenschap alleen maar weet op te merken dat er wat meer geluisterd moet worden naar wat de markt, c.q. de maatschappij eist.

Wat hij daarmee bedoelt weet Van Gelder zelf niet, want de maatschappij en de markt hebben helemaal niets concreets te eisen van de wetenschap. Wetenschap zoekt naar hoe de wereld in elkaar zit, inclusief wijzelf, en waarom juist zo. Wetenschap kweekt dus kennis, de grondstof voor technologie. Die grondstof kun je daarna gebruiken om er mooie dingen mee te maken, om processen beter te sturen, of om te voorkomen dat er zich calamiteiten voltrekken. Maar van te voren valt er geen zinnige voorspelling over de toepasbaarheid van nog te verwerven kennis te doen: je weet immers niet wat je precies gaat ontdekken, laat staan wat je daarmee zou kunnen doen.

Al even moedeloos makend waren de opvattingen van Van Gelders tegenstander, de hoogleraar organische chemie J.W. Verhoeven. Gevraagd naar wat hij deed, antwoordde hij dat hij op atomaire schaal stroompjes opwekte en dat zulks volstrekt nutteloos was, een soort van kunst, wat hem honende blikken uit het politieke kamp opleverde. En inderdaad, waarom zou zo'n man toch zo in de verdediging schieten, en dan nog zo'n onzinnige verdediging ook? Natuurlijk is wat hij doet niet volstrekt nutteloos. Hij kweekt kennis, en die komt vroeg of laat wel ergens van pas, al weet niemand nog hoe en wanneer. Zo was het met Galileo's ontdekkingen, met Newtons en Einsteins baanbrekende werk, en met de ontdekking van de dubbele helix door Watson en Crick. Geen van hen had tijdens hun onderzoekingen ook maar een flauwe notie van de concrete consequenties die hun werk zou hebben.

Nieuwe kennis is, in zekere zin, altijd een oplossing die wacht op een passend probleem. En soms geldt dat zelfs voor toepassingen die op zulke kennis gebaseerd zijn. Nieuwe media, bijvoorbeeld. Beeldscherm en CD-ROM of netwerk vormen een enorm potent stuk gereedschap voor informatieoverdracht, met heel andere eigenschappen dan papier of zelfs televisie. Dat voelt iedereen met zijn klompen aan. Alleen lijkt nog niemand goed raad te weten met al die nieuwe mogelijkheden. Het aanbod aan CD-ROMs bestaat voorlopig dan ook vooral uit uitgeklede encyclopedieën met een beetje hypertekst, spelletjes en de onvermijdelijke blote meiden. Het zijn, met uitzondering van sommige spelletjes, allemaal dingen die op papier net zo goed of beter kunnen, hype die het vooral moet hebben van de magie van het stralend beeldscherm en het glimmende schijfje, junk die het rechtstreekse gevolg is van begerig luisteren naar de eisen van Van Gelders markt. Immers, experimenteren, zoeken naar de unieke voordelen van het medium is duur, terwijl succes allerminst verzekerd is. Het lijkt precies op wetenschappelijk onderzoek.

Maar soms tref je tussen de stapels gemakkelijk op CD gedonderde boeken en tijdschriften toch een serieus experiment aan, een echte poging om de mogelijkheden van het medium te verkennen. Introduction to archaeology bijvoorbeeld, een produkt van het Frans-Engelse bedrijf E.M.M.E. Het is, op het eerste gezicht, een soort van avonturenspel, waarbij de speler de opdracht krijgt om een zojuist blootgelegd skelet te identificeren. Je bent dus zelf de archeoloog, die met kunst en vliegwerk, en vooral met behulp van zijn vakkennis, het raadsel van de bruine botten moet oplossen. Het verschil met een echte archeoloog is dat je warme voeten houdt, en dat je de benodigde vakkennis onderweg vanzelf krijgt aangereikt.

E.M.M.E. heeft er veel aan gedaan om er iets moois van te maken. Beeld en geluidsfragmenten, tekeningen met hotspots, interactieve elementen, een werkjournaal waarin de gegevens die de speler boven water haalt automatisch worden opgenomen, een woordenboekje waarin alle voorkomende vaktermen verklaard worden, het is er allemaal. De meeste opdrachten zijn op drie manieren aan te pakken: als spelopdracht, door het raadplegen van documenten, of door het vragen van commentaar van een deskundige. Variatie genoeg, zou je zeggen, maar toch is Introduction to archaeology niet het enthousiasmerende, spannende kijkje in de archeologische keuken geworden dat men ongetwijfeld op het oog had.

Voor een deel ligt dat er misschien aan dat de opgraving in Montreal gesitueerd is, met een zeventiende-eeuws skelet. Voor Noord-Amerikanen is dat zoiets als het stenen tijdperk, maar voor ons Europeanen is zo'n lijk nog maar net koud, en dus als archeologische vondst weinig spectaculair. Maar vervelender is de belerende toon die de makers van de Introduction aanslaan. Men heeft een echt archeologisch team ingeschakeld, met hun eigen, echte opgraving, en dat is riskant. Vakspecialisten zijn nu eenmaal zeloten, die zelden voldoende afstand kunnen of durven nemen voor een ontspannen presentatie. De houding van de Canadezen is precies omgekeerd aan die van Verhoeven in de wetenschapsquiz: alles is HEEL BELANGRIJK. Het hele spel gaat daardoor gebukt onder een overmaat aan didactisch geweld: deslotopdracht van elk van de vier te vervullen 'missie's' heeft zelfs de vorm van een schoolse invuloefening! Maar een beloning, al was het maar in de vorm van een cijfer kan er niet af, zodat elk onderdeel, net als het hele spel, als een nachtkaars uitgaat.

De makers hebben dus niet zo best naar de markt geluisterd, die vooral vertier lijkt te eisen. Maar wil het met de nieuwe media ooit echt wat worden, dan moeten we het toch van dit soort experimenten hebben. Er zit bijvoorbeeld vrij wat echte en origineel bedachte interactiviteit in, en het geheel is leerzaam. Dat zijn in de CD-ROM wereld twee zeldzame kwaliteiten. Als onze archeologen vóór hun eerstvolgende klus eerst nog de humor opgraven, dan heeft E.M.M.E. voor een werkelijke doorbraak gezorgd.

    • Rik Smits