'Durf te denken als Jules Verne!'

Zijn opvolger moet iemand zijn die het heel anders doet dan hij, iemand die andere aspecten van de samenleving tot uiting laat komen. Verder wil de Groningse commissaris der koningin H.J.L. Vonhoff zich niet met zijn opvolging bemoeien. Wel vindt hij dat het een partijgenoot moet worden. “Gezien de politieke verhoudingen hoort hier een VVD'er te komen. De PvdA speelt in Groningen een zware rol. Het is goed als daar evenwicht in blijft.”

Vijftien jaar heeft Vonhoff het in Groningen volgehouden. Moeilijk was dat niet. Het ambt had genoeg mogelijkheden tot uitstraling naar landelijke problemen. Eind juni neemt hij afscheid. Noodgedwongen. De voormalige leraar geschiedenis, ex-Kamerlid, oud-staatssecretaris van CRM en ex-burgemeester van Utrecht wordt dan 65 jaar. Gelukkig, zo zegt hij in zijn werkkamer, worden niet op alle terreinen leeftijdsgrenzen zo hard gehanteerd. “Ik denk dat ik niet word teruggeworpen op het kweken van stokrozen.” Vonhoff blijft onder meer commissaris van een paar ondernemingen en voorzitter van een aantal organisaties. In april houdt hij als bijzonder hoogleraar 'Arbeidsvoorwaardenvorming bij de overheid' zijn inaugurele rede voor de Albeda Leerstoel aan de Erasmus Universiteit.

Voor Vonhoff geldt dat hij, zolang hij “recht van lijf en leden is en goed kan nadenken”, beschikbaar blijft voor publieke ambten. Lid zijn van een paars kabinet lijkt hem op het lijf geschreven, maar dat is volgens hem niet realistisch. “Het aantal mensen dat boven de 65 in een kabinet is benoemd is gering.” Hij vindt wel dat hij een belangrijke functie krijgt binnen de VVD: 'penvoerder' van het gedenkboek.

Zijn invloed op het binnenlands bestuur zal hij blijven proberen uit te oefenen. De werking van het binnenlands bestuur vindt hij “slecht gekend”. “Ik heb ministers van binnenlandse zaken meegemaakt die daarin weinig inzicht hadden.” Vonhoff pleit voor een aanzienlijke schaalvergroting in Nederland. Er moeten volgens hem zo'n 150 gemeenten in vijf landsdelen komen. “Dan ben je gelijk van dat geklier met Rotterdam af. En in één grote noordelijke provincie kan best een gebied Fryslân heten.”

Hoewel hij verknocht is geraakt aan de provincie Groningen en de Groninger een “prettig soort is om mee op te trekken” blijft hij er niet wonen. “Dat lijkt me het beste. Ik raad burgemeesters ook altijd aan niet in hun gemeente te blijven wonen.”

In de 15 jaar heeft hij gemerkt dat één cliché over Groningers niet klopt, namelijk dat zij nuchter zijn. “Groningers zijn buitengewoon emotionele en warme mensen. Alleen laten ze zich er niet zo graag op betrappen.” Groningers zijn wel naar binnen gericht en sober. “Dat is geen negatieve eigenschap, zolang dat maar niet leidt tot een negatief zelfbeeld.” Bij het bestuur en de politiek was daar volgens Vonhoff vijftien jaar geleden wel sprake van. “Altijd die jankpartijen. Altijd praten over wat je niet had. Ik ben er sterk mee bezig geweest om dat te veranderen.”

Tot een omgekeerde speculatie, over hoe Groningers over hem denken, wil hij zich niet laten verleiden. IJdel en regentesk misschien? IJdel is hij zeker. “Een politicus die zegt dat hij niet ijdel is heeft weinig zelfkennis.” Over regentesk: “ Het is een groot misverstand dat een samenleving kan functioneren zonder autoriteit. Alleen is het verkeerd als die autoriteit niet wordt gecontroleerd.” Hem is vaak verweten dat hij geen inspraak geeft. “Ik geef geen inspraak in situaties waarin mijn besluit vaststaat. Dan is het geen inspraak maar een sneetje belazer.”

Zijn grootste wapenfeiten noemt hij de herinrichting van de Drents-Groningse veenkoloniën, de toegenomen aandacht voor regionaal beleid en de komst van het hoofdkantoor van de PTT (nu KPN) naar Groningen. De geluiden dat KPN zich nu langzaam maar zeker uit Groningen terugtrekt, heeft Vonhoff ook gehoord, maar hij gelooft het niet.

Vonhoff vindt dat de laatste jaren “een gevaarlijk Randstaddenken” is ontstaan. “Het is van de stapelgekke dat er plannen zijn voor een kunstmatig eiland in de Noordzee. Steek dat geld liever in de Zuiderzeespoorlijn.” Zijn ideaal is nog altijd dat over die mogelijk nieuwe lijn tussen Groningen en Amsterdam een zweeftrein gaat rijden. “In een half uur, drie kwartier naar de Randstad. Dan verandert het hele mobiliteitsvraagstuk. Het is misschien Jules Verne-achtig, maar je moet er over durven nadenken.”

Vonhoff zegt ook een aandeel te hebben gehad in een verbetering van de politieke verhoudingen in Groningen. “Toen ik hier kwam waren er grote tegenstellingen, binnen de politieke partijen, tussen de stad Groningen en de provincie, binnen de PvdA was ruzie en binnen het ambtelijk apparaat was ruzie.” Politiek gezien is het nu erg rustig in Groningen. “De politieke situatie wordt niet bevorderd door onrust.” De verhoudingen waren zelfs zo goed, dat de VVD na de winst in de verkiezingen niet eens een extra zetel in het college van Gedeputeerde Staten eiste. “Dat was een overwinningsnederlaag. Daardoor ligt het wel voor de hand dat er weer een VVD-commissaris komt.”